{"id":16242,"date":"2026-07-01T13:42:36","date_gmt":"2026-07-01T13:42:36","guid":{"rendered":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/?page_id=16242"},"modified":"2026-08-15T16:25:49","modified_gmt":"2026-08-15T16:25:49","slug":"blog-tweede-helft-van-2026","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/?page_id=16242","title":{"rendered":"Blog &#8211; De tweede helft van &#8217;26"},"content":{"rendered":"\n<p><strong>15.8.26 Prachtige vondsten <\/strong>Er zal denk ik nooit onderzoek naar zijn gedaan, maar vermoedelijk zoekt een groot deel van de mensen het geluk buitenshuis. Daar is niets op tegen, want reizen, zwerven zit ons in het bloed. Weinig mensen kunnen dat weerstaan. Bij de \u00e9\u00e9n is dat heftiger dan bij de ander. Ik beweeg mij ergens in het midden van dat spectrum. Niet echt een reiziger, een nomade, maar af en toe wel even een rondje doen met Rossi. Vanmorgen ook en al op tijd. Naar De Bulten deze keer. Het regende. Voor het eerst zag ik sinds tijden weer iemand met een paraplu. Alleen dat al! Op Eexterveen bezocht ik de twee tegenover elkaar liggende boekenkastjes. Ik heb altijd een voorraadje ruilboeken bij me. Dat eist de beleefdheid.<\/p>\n\n\n\n<p>Bij de eerste vond ik <em>Radetzkymars <\/em>van Joseph Roth; een klassieker. Mensen die <em>Turks Fruit <\/em>van Jan Wolkers hebben gelezen -en wie heeft dat niet!- weten dat de vader van Olga onder de tonen van De Radetzkymars van Johan Strauss, zijn neuspullekes onder de stoel plakte. Zo kom je aan je klassiekers. Daarna twee Priv\u00e9-domeinen, te weten <em>Omzien in verwondering &#8211; deel 1 <\/em>en <em>2, <\/em>van Annie Romein-Verschoor. Je zou haar de Aletta Jacobs van de Nederlandse en dan met name de vrouwenliteratuur, kunnen noemen. Het was lange tijd immers niet gebruikelijk dat vrouwen zich met wetenschap -in dit geval sociologie en geschiedenis- bemoeiden. Daarbij schreef ze samen met haar man heel veel over de geschiedenis van de Lage Landen. Deze twee delen (nrs.17 uit de reeks) zullen wis en waarachtig door Priv\u00e9-domeinverzamelaars worden gezocht. Verder trof ik <em>De Kapellekensbaan<\/em> van Louis Paul Boon. De schrijver die volgens velen de eerste Belgische schrijver was die in aanmerking moest komen van de Nobelprijs voor Literatuur. Echter, Louis schreef ook onkuise boeken en dat strookte niet met het katholieke gedachtengoed en met de regels van het Nobelspel. Kortom: afgestreept van de lijst. Maar van al die door Wout Muller van prikkelende omslagen voorziene boeken, miste ik juist bovengenoemde. Ook daar (vanwege die omslagen) heb je verzamelaars van. En dat vind je dan toch zomaar in zo&#8217;n kastje. Voorts een veel eigentijdser boek, namelijk <em>Ik ga leven <\/em>van de in een Turks gezin opgroeiende Lale G\u00fcl. Er is veel te doen geweest over dit boek. Door landgenoten met de islamitische identiteit is ze meermaals met de dood bedreigd. En nog steeds wordt ze bewaakt. Een moedige dame. Ik had het boek meteen al willen lezen, maar de enige keer dat ik er in een winkel om vroeg, was het uitverkocht. Geen betere aankoopimpuls dan ophef. De ondersteuningspetitie voor haar werd meer dan 100.000 keer getekend.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik ruilde mijn handeltje voor evenzoveel exemplaren en begaf me naar de overkant van de straat. Daar was het echter schraalhans. Niets van mijn gading. De regen was inmiddels gestopt. Wandelaars en fietsers begaven zich weer op weg. Bij Breevenen lieten enkele vrouwen een paar kano&#8217;s in het water. Niets zou ze tegenhouden. Ik liep een eind met Rossi en keerde daarna huiswaarts. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>14.8.26 Eenzamen <\/strong>We leven in een wereld die vergeven is van berichten. Nieuwsberichten, waarvan we mogen aannemen dat ze waar zijn en berichten die we zonder twijfel naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen. Daartussen ligt een groot schemergebied. Dat maakt het leven onzeker en dat voel je om je heen. In bijna elk gesprek komt dat te pas. Welke krant of boeken lees je, van welk medium komt jouw nieuws, met wie ga je om? Ik las in de NRC een artikel waarin het getal van een miljoen sterfgevallen door eenzaamheid voorkwam. Ja, de NRC, dan heb je al een kleur. Maar misschien stond het onlangs ook wel in De Telegraaf. Dan heb je weer een andere kleur. Of op een site als Facebook of X. Maar ik hou dat getal maar even aan en laat mijn gedachten erop los. Een miljoen dus. Grootste oorzaak is dat we niet meer met elkaar praten. Het van mond-op-mond overbrengen van berichten verdwijnt in rap tempo. Nog zelden babbel je in een winkel of op straat een tijdje weg. \u00c1ls zich die mogelijkheid al voordoet. Want een groot deel van de mensen die ik in de stad (vorige week nog in Assen) tegenkom, heeft oortjes in, een koptelefoon op of praat tegen iemand aan de andere kant van zijn mobieltje. Van die miljoen eenzaam gestorvenen, stierven er ook enkele duizenden in Nederland. De Volkskrant besteedt er in de rubriek <em>De Eenzame Uitvaart <\/em>regelmatig aandacht aan. Het zijn meestal trieste gevallen. De woning waar de eenzaam gestorvene zijn\/haar laatste adem uitblies is vaak verwaarloosd. Omgang met de buurt was er allang niet meer. Bij navraag door mensen van De Eenzame Uitvaart blijkt dat er van familiezijde geen of hoogstens zeer lauwe omgang sprake was. Het zullen ook niet de gemakkelijksten zijn die op deze manier uit de tijd komen. Dat lees je eraan af. Maar triest blijft het.<\/p>\n\n\n\n<p>Het met een mobieltje met elkaar praten -vooral in zakelijke sfeer- is natuurlijk geweldig en bespaart ons enorm veel tijd, maar dan \u00eds er nog sprake van een zekere lijfelijke communicatie. Anders wordt het met appen. Nog afgebetener dan mailtjes. Over geschreven berichten zal ik het maar niet hebben. Vaak is niet te achterhalen wie de boodschapper is van een onguur bericht. Vroeger kon de politie de opsteller en verstuurder van een dreigbrief nog weleens achterhalen. Elk bureau had zijn eigen Sherlock Holmes. De man -meestal een man- had woorden uit een krant (meteen bekend welke) geknipt en die tot een springerige moza\u00efek gefr\u00f6beld. Dat is met internet en een codenaam heel lastig na te gaan. De weinige keren dat ik een gesnapte internet-oplichter of pestkop over zijn wandaad hoorde (of las), bleek het een tamelijk normaal iemand te zijn. Iemand die ik ook in de winkel of op straat tegenkom en die ik groet en waarmee ik misschien wel een praatje maak. Misschien zouden we weer gewoon moeten leren praten. Met elkaar en zonder mobieltje. Zonder datacentrum, die onze gesprekken opneemt en ze voor opleidingsdoelen zegt te gebruiken. En zonder dat fragmenten uit onze appjes als materiaal worden misbruikt door Kunstmatige Intelligentie. Of moeten we het doen met dat voorbeeldje uit het Grote Woordenboek: &#8221;t Is uitvaart, zei de kastelein, &#8217;t is gedaan&#8217;. Ook hij weet het. Het telefoontje heeft de noodzaak tot het communiceren in een gelagkamer met een kop koffie en een stuk appelgebak de das om gedaan. Simon Carmiggelt zou van eenzaamheid zijn gestorven. Maar niet languit voor het dressoir zijn gevonden. Daarvoor had hij een te grote schare familieleden en vrienden. Je zou het iedereen toewensen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>13.8.26 Zonsverduistering (slot) <\/strong>Het voelt een beetje als <em>the day after<\/em>. De hele middag heerste er een soort spanning alsof het Nederlands elftal een herkansing kreeg en alsnog wereldkampioen kon worden. Op de radio heerste gezonde opwinding, het Journaal zou zelfs langer duren dan normaal en in Spanje stond een verslaggeefster haar uiterste best te doen er iets groots van te maken. &#8216;Normaal wonen hier maar zo&#8217;n 500 mensen, nu zouden er weleens een paar duizend kunnen komen. Het enige hotel was al een jaar uitverkocht &#8230;&#8217;. Enfin, dat soort komkommergezwatel. De heuvel waar al die mensen heentrokken lag net iets hoger dan de rest van de omgeving. Ik kreeg een sterke associatie met kathedralen. Die dingen moesten zo hoog mogelijk pieken om de gelovigen het idee te geven dat ze daardoor dichterbij de hemelse vader waren. In vroege tijden dachten ze ook dat die vader met de zonsverduistering te maken had. Nou, mooi niet.<\/p>\n\n\n\n<p>Omdat het voor mij mijn laatste zonsverduistering was, tenzij ik als een gek er de halve wereld voor wil rondreizen, heb ik extra opgelet. Je zult de tijdelijke ondergang eventjes missen &#8230;! Ik had mijn stoel precies in de baan van de zon op het gazon gezet en hield de hemelse verrichtingen nauwkeurig in het oog. Mijn brilletje uit 1999 -oud modelletje en wie weet niet eens veilig naar de huidige maatstaven- had ik niet meer kunnen vinden. Geen nood. Omdat een cd ten strengste werd afgeraden, probeerde ik een elpee. Net iets te donker. Ondertussen was mijn vrouw doende met een vergiet en een vel papier. Het liep tegen achten en langzaam werd het duisterig. Geen schemer, een soort lichtdemping die ik niet kende. Alles zweeg, zelfs het verkeer. Sinister. Het gaf me het gevoel alsof de jaarovergang in aantocht was. Rossi was zich ook bewust dat er iets nakende was. Hij liep onwennig heen en weer. Baasje verscholen achter de conifeer en vrouwtje met een vergiet aan het rommelen: dat kon toch niet goed zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>Toen het hoogtepunt was geweest, ben ik daarom een eindje met hem gaan lopen. De zon zakte vlotjes richting de horizon en was al weer op volle sterkte. We liepen terug. Mijn schaduw volgde me als een tientallen meters lange marionet over het verdroogde grasland. Thuis keek ik nog even naar de nabeschouwing. Reportages over de dijk bij Noordpolderzijl en al die andere plekken waar de oploop zei het beste zicht te hebben. <\/p>\n\n\n\n<p>En nu hoor ik er niemand meer over. De zo gewilde brilletjes kunnen in de kast of bij het vuil, want eer men ze weer nodig heeft zijn we jaren verder. Over iets van 55 jaar. Dat maak ik niet meer mee, hoorde ik tientallen keren. Alsof het een oude-mensen-feestje was. Geen enkele jongere hoorde ik zeggen dat-ie het brilletje bewaart voor de volgende keer. Nu blijft alleen nog de vraag: waar was u tijdens de laatste zonsverduistering?<\/p>\n\n\n\n<p><strong>11.8.26 Zonsverduistering <\/strong>Ik koop nooit iets via een internetwinkel, maar kennelijk is het bij een van die concerns bekend dat ik wel ge\u00efnteresseerd ben in het universum, want vorige week kreeg ik een mailtje met een foto van een eclips-brilletje waar je de zonsverduistering goed door kunt zien. Schreven ze. Ik wist amper dat die zonsverduistering er aan zat te komen. De laatste keer dat dat gebeurde was in 1999. Zwartkijkers zagen met de millennium in aantocht, hierin de opmaat voor de ondergang van de wereld. De overgang van de vorige millennium (van 999 op 1000) had zei men ook narigheid gegeven en toen hadden ze nog niet eens computers, kun je nagaan. Ik herinner me die middag dat kort voor het zonlicht door de maan werd gedimd, er een sinistere stilte over het land trok. De dieren, vogels in het bijzonder, hielden angstvallig hun snavel. Koeien en paarden legden zich bij de pakken neer en onze kippen gingen ontredderd op stok. We zagen het gordijn met een snelheid van zo&#8217;n 1700 kilometer per uur over het kleine stukje van voor ons zichtbare aarde scheren en even voelde iedereen zich een kabouter. Tegen deze krachten konden wij niet op. Dat was een totale zonsverduistering, maar wat er nu op ons afkomt is een gedeeltelijke. Een dingetje van niks, maar met zo&#8217;n brilletje, oreert de koopsite, wordt het een spektakel van jewelste. Alsof de mensheid al niet genoeg vermaak en vertier te behappen heeft, wordt die halve zonsverduistering verkocht alsof het een product is van ruimtefreak Elon Musk. In elk nieuwsblok wordt de kijker bijgepraat. Nederlanders die niet bereid zijn af te reizen naar Spanje, omdat-ie daar he-le-maal verduisterd, kunnen bijvoorbeeld ook naar Noordpolderzijl. Zondag stonden daar al de eerste campers te wachten op het moment-supreme. Een meneer vertelde vanaf zijn tijdelijke voortuintje, dat morgen de hele parkeerplaats mudvol zal staan en dat er al tot ver op de dijk bordjes staan met &#8216;gereserveerd&#8217;. Half-Nederland zal er weleens op af kunnen komen. Het is echter maar de vraag of de verduistering wel op het aangegeven moment plaats gaat vinden, want door de oorlogen en met name door de zware bommen, schijnt de aarde ten opzichte van de maan iets te zijn gekanteld. Het probleem zit &#8216;m in de onverdeling van al bominslagen. Dat moet, wil de berekening van die verduisteringen overeen komen met de cijfers, gelijkmatiger. Het zou dan ook verstandig zijn de bombardementen die nu plaatsvinden in het Midden-Oosten, Rusland, Iran, Oekra\u00efne en in de kop van Afrika ogenblikkelijk te stoppen \u00f3f indien men hier toch mee door wil gaan, contra-bombardementen te veroorzaken om verdere ontwrichting tussen de aarde en de maan af te remmen. Uitgaande van het enigszins centraal gelegen Qatar, zou dat dan moeten plaatsvinden bij de Pitcairn Eilanden. Alleen de Pitcairn-Eilanden vallen onder Engeland en voor je London op \u00e9\u00e9n lijn hebt met Adamstown (hoofdstad van Pitcairn &#8211; 50 inwoners) ben je jaren verder. En dan staat de volgende zonsverduistering al weer voor de deur en loopt Noordpolderzijl opnieuw vol. Want de mens is onvermoeibaar als iets hem\/haar gratis wordt aangereikt. Al met al ben ik nog niet zo zeker van de juiste tijd van die halve zonsverduistering. Enfin, overmorgen maar horen wat al die mensen er van hebben gevonden. En wat betreft dat brilletje: ik heb die ouwe van &#8217;99 nog ergens liggen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>9.8.26<\/strong> <strong>P<em>laat<\/em>K<em>eus #36 <\/em><\/strong> Benefiet &#8230; Kende ik dat woord al voordat het werd gebruikt om het doel van <em>The Concert for Bangladesh <\/em>mee aan te geven? Ik denk het niet. Oost-Pakistan was in oorlog met Bangladesh. Zoiets gaat meestal over landjepik. Er was een grote vluchtelingenstroom, bijgevolg enorme hongersnood, plus een cycloon en overstromingen. Een volk in nood is van alle tijden. Lees de kranten en bekijk de nieuwsprogramma&#8217;s &#8211; er is niets veranderd. De beroemde Indische sitarspeler Ravi Shankar wees George Harrison (ex-Beatle) op het drama dat zich afspeelde in de Bengaalse regio. Maar wat kun je ondernemen tegen kwade machten? Muziek is geen wapen, alleen geld en ego zijn dat. Met het eerste zouden ze in ieder geval levens kunnen redden. En zo ontstond het idee voor een concert. Harrison vond een aantal muziekvrienden bereid om een programma samen te stellen. Op 1 augustus 1971 werden twee concerten georganiseerd in New York. De entreegelden zouden tegoed komen aan het wereldhulpfonds Unicef. De twee concerten waren stijf uitverkocht en de 3-dubbelelpee met de opnamen van de concerten verkocht wereldwijd heel goed. Ook de film van het concert werd een hit. Nog afgezien van het feit dat het goeie muziek opleverde, zette het ook Bangladesh op de kaart. Bijgevolg: benefietconcerten werden een hype. In 1985 bedacht Boomtown Rats-zanger Bob Geldof <em>Live Aid<\/em>. Groter van opzet, in Londen en in Philadelphia, met een veel grotere keur aan artiesten en nu de honger in met name Ethiopi\u00eb als speerpunt. Het werd wereldwijd uitgezonden en bracht miljoenen in het laadje. Maar net als bij de afhandeling van Bangladesh, verliep ook Live Aid niet van een leien dakje. Frauduleuze regeringen, egocentrische dictators en regelrechte zakenschurken probeerden zich meester te maken van de gelden en\/of de goederen die voor armlastige volkeren werden ingekocht. In het begeleidende boek van de Bangladesh-uitgave, staat vermeldt dat de twee concerten 243.418,50 dollar aan entreegelden hebben opgeleverd. Dat is veel geld. In 1990 maakte George Harrison bekend dat het hele Bangladesh-project (entree, elpees, film, cd&#8217;s, dvd&#8217;s) zo&#8217;n 50 miljoen dollar had opgeleverd. De Live Aid-concerten zouden zoals Bob Geldof onlangs zei, omgerekend naar de huidige geldwaarde, mogelijk 500 miljoen dollar hebben opgeleverd. Dat is echt heel veel geld. Met heel veel moeite wist Geldof gedaan te krijgen dat de rijke landen de schuldenlasten van een aantal Afrikaanse landen kwijt scholden. Dat leverde miljarden op. En toch schuurt het. Bob Dylan -\u00e9\u00e9n van de artiesten die bij de Bangladesh-concerten en bij het Live Aid-concert optrad- zong amper acht jaar later in De Kuip met een 10-mansband voor &#8216;naar het gerucht ging&#8217; zeven ton. Popmil<strong><em>jon<\/em><\/strong>airs, zelfs popmil<em><strong>jar<\/strong><\/em>dairs, die tranen plengen bij het zien van beelden van uitgehongerde kinderen, maken me altijd een beetje kribbig. George Harrison (postuum) en Bob Geldof verdienen natuurlijk de hoogst denkbare lof. Maar al die lieden, die er staan voor hun ego &#8230;, ik weet het niet. George Harrison richtte zijn eigen fonds op, dat direct is verbonden met Unicef. Dat fonds bestaat nog steeds en richt zich met name op hulp aan kinderen in landen als Angola, Brazili\u00eb, Ha\u00efti en India. In de onlangs uitgezonden documentaire &#8216;Live Aid &#8211; 40 jaar later&#8217; vertelt Bob Geldof over de woede en de frustraties die zijn actie bij hem teweeg brachten. Hij is geen man die het geld over de balk gooit, dat was aan hem af te zien. Maar zijn steenrijke collega&#8217;s? Zeker, er zijn gulle gevers bij. Bruce Springsteen, Bono, Sting, Elton John, Peter Gabriel en mogelijk nog een handvol goede-doelenondersteuners. Maar voor dat ene jurkje van Madonna of de zoveelste Rolex van Eric Clapton kan een heel dorp in Afrika een jaarlang eten. Tja &#8230; Van Bob Geldof bezit ik geen platen, van <strong>George Harrison<\/strong> wel. Als PlaatKeuze kies ik: <strong><em>Somewhere in England<\/em><\/strong>, met dat veelzeggende lied <em>Save the world. <\/em>Uitgebracht in 1981.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>7.8.26 Abuis <\/strong>Er naderde heel langzaam een auto met een caravan, vierde uit en bleef voor het rechtergedeelte van onze heg staan. Ik was doende het linkerdeel van de heg te knippen en een paar meter achteruitgelopen tot aan de straatrand om het vanaf die afstand te beschouwen. Het zag er goed genoeg uit, vond ik. Daarna keek ik naar de auto &#8211; kennelijk was of waren zij aan het zoeken. De auto reed langzaam op en bleef naast mij staan. Een vrouw van ongeveer mijn leeftijd (?) met een stevig gemontuurde zonnebril, bewoog haar hoofd uit het geopende raam en zei &#8216;Dag meneer&#8217;. &#8216;Dag mevrouw&#8217;, zei ik terug. &#8216;Weet u misschien waar De Veenweide is? Het is een camping. Het staat niet op de kaart van Drenthe en onze routeplanner is kapot en ons telefoontje leeg en nu zijn we op zoek, mijn man en ik&#8217;. De man zei nu &#8216;Hoi&#8217;. &#8216;De Veenweide, nooit van gehoord. Moet dat hier wel zijn dan?&#8217;, zei ik. &#8216;Ja, De Veenweide&#8217;, zei ze andermaal. Ik kende hier geen straat met die naam, laat staan een camping. &#8216;Nou, dan weet ik het ook niet meer&#8217;, zei ze met een zucht en bedankte me kort en ze reden verder. Ik dacht er over na terwijl ik mijn knipwerk afmaakte en de boel opruimde. Toen realiseerde ik mij dat het nieuw te verrijzen woonwijkje, dat wil zeggen, hetgeen gepland staat, iets van Veenweide gaat heten. Maar daar is nog geen schop in de grond gezet. Hoe kwamen die mensen erbij dat hier te zoeken? Ik raadpleegde mijn zoekmachine en kwam al snel tot de bevinding dat er in de buurt van Zwartemeer, nabij het Bargerveen een camping met de naam Veenweide is. Had ik het maar geweten. Nu tuften zij misschien nog ergens in de provincie rond. Over enige jaren ligt hier een straatje met de naam Veenweide. \u00c1ls alles volgens plan verloopt, ligt hier over enige jaren een straatje met die naam. Misschien liepen die mensen alvast op de zaken vooruit, hadden ze iets gelezen en hadden de naam van ons dorp verward met Bargerveen of mogelijk Weiteveen en waren er zonder verder na te denken op af gegaan.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>4.8.26   Keukenlatijn &amp; Kamervragen. <\/strong>(<em>O<\/em>verlijdens<em>A<\/em>dvertentie<em>B<\/em>ovenschriften no.20) <\/p>\n\n\n\n<p>Twee onderwerpen die me ineens bezig hielden, afgezien van al de wereldse ellende: de wederopstanding van de Odyssee, naar de verhalen van Homerus \u00e9n het wissen van het woord Arbeid uit PRO, de fusiepartij van GroenLinks en de Partij van de Arbeid. Die laatste partij werd steeds spaarzamer voluit genoemd. Alsof men zich een beetje schaamde voor dat woord Arbeid. PvaUh. Alsof dat woord Arbeid er niet echt meer toe deed. Als ik in de Kamer zou zitten, zou ik er vragen over stellen. Wat is er mis met het woord Arbeid, voorzitter? We schrappen de D toch ook niet uit de VVD en uit FvD? Hoewel daar in die twee partijen misschien niet eens zoveel meer van over is. Het woord Arbeid behoort tot Neerlands immaterieel erfgoed! Of adelt Arbeid soms niet meer? Was PROA geen beter idee geweest: pro-arbeid?<\/p>\n\n\n\n<p>Omdat er boven overlijdensadvertenties (OA&#8217;s) nogal eens strofen of gezegden in het Latijn (heel soms in het Grieks, maar dat kan ik niet lezen) staan, wil ik er enkelen nader belichten. De meest bekende is <em>Luctor et Emergo.<\/em> Dat vertaalden wij altijd als: &#8216;<strong>Ik worstel en kom boven<\/strong>&#8216;. Maar oorspronkelijk werd het vertaald als: &#8216;Ik worstel en ontzwem&#8217;. Ontzwem? Ja, van ontzwemmen. Dat is &#8216;door te zwemmen ontkomen&#8217;. Het is het devies in het Zeeuwse wapen. Boven iemands dood vind ik dat op z&#8217;n zachtst gezegd aanvechtbaar. Het aardige van die oude talen is dat zij met heel weinig woorden, heel veel weten te zeggen. Neem de volgende: <em>Laudate Omnes Gentes. <\/em>Slechts drie woorden, maar de vertaling luidt: &#8216;<strong>Om te vieren wat er was in plaats van hardnekkig te turen naar wat er niet meer is<\/strong>&#8216;. Of neem deze: <em>Ubi bene, ibi patria<\/em>. Vertaald als: &#8216;<strong>Waar het mij w\u00e9l gaat, daar is het mijn vaderland<\/strong>&#8216;. Het is een spreuk van Cicero (1 eeuw voor Chr.). <em>Tempus fugit<\/em> is weer een andere bekende gezegde. Het betekent <strong>&#8216;De tijd snelt voorbij&#8217; <\/strong>of ook wel &#8216;De tijd vliedt heen&#8217;. Het werd vaak gebruikt als opschrift op klokken en zonnewijzers.<\/p>\n\n\n\n<p>Veel oude spreuken of strofen die ik tegenkom, dateren van v\u00f3\u00f3r het begin van het christendom. Homerus (8ste eeuw voor Chr.) is er eentje van. Algemeen wordt aangenomen dat hij de schrijver\/dichter is van de werken de <em>Illias <\/em>en de <em>Odyssee. <\/em>In enkele OAB&#8217;s kwam ik regels van hem tegen, te weten: <em>Muze, zing van de vindingrijke man, die lang over de wereld zwierf<\/em> en <em>Veel geluk, majesteit, tot aan de ouderdom en de dood, die alle mensen nu eenmaal staan te wachten. <\/em>Ik denk dat deze wijsheden de T-shirts vanwege het enorme succes van de film Odyssey, niet zullen halen. Daarvoor moet je toch bij de wat kortere en krachtigere zijn. Het zijn doorgaans ook geen gewone mensen die dat soort Latijnse woorden of spreuken boven hun overlijdensadvertentie laten zetten. Op T-shirts ziet men zelden een strofe van Plato, Homerus of Epicurus. Het verraste mij dan ook dat ik onlangs een stratenmaker bezig zag met in koeienletters <em>DEUS ex MACHINA <\/em>op zijn rug getatoe\u00eberd. Misschien was het een wensgedachte, want zijn beroep is zwaar en niets zou hem beter passen dan dat een onbekende kracht of gelukje hem van bepaalde karweitjes af zou helpen. Want dat is een beetje de betekenis van die woorden: Geholpen worden door iets onverklaarbaars. Maar z\u00edjn DEUS ex MACHINA bleek bij naspeuring &#8216;waarschijnlijk&#8217; een punkband te zijn. Uit Griekenland &#8211; dat dan weer wel! Van Homerus werd gezegd dat hij blind was en dat de Illias en de Odyssee door meerdere personen over een langere periode zouden zijn geschreven. Een voorloper van de bijbel, zou je kunnen zeggen. Dat neemt niet weg dat de verhalen al ruim twee duizend jaren hebben overleefd. Onder andere James Joyce heeft er zijn <em>Ulysses <\/em>naar gemodelleerd.<\/p>\n\n\n\n<p>Een Amsterdamse kunstgenootschap, dat werd opgericht in 1669, noemde zich heel geleerd: <em>Nil Volentibus Arduum. <\/em>Het is gevormd naar een spreuk van Horatius (65 voor Chr.) en betekent: &#8216;<strong>Voor hen die ernstig willen, is niets te moeilijk&#8217;<\/strong>. In het boven een advertentie plaatsen van een Latijnse -en dat geldt in zekere zin ook voor anderstalige strofen of spreuken- steekt iets intellectueels. Boven de OA van een bouwvakker of een landarbeider zal men zelden iets als <em>Per aspera ad astra <\/em>(<strong>Door strijd tot overwinning<\/strong>) aantreffen en toch is hij\/zij voor het reilen en zijlen van ons land niet minder belangrijk dan bijvoorbeeld prof. em. dr. Ren\u00e9 P. H. Veth, die boven zijn overlijdensadvertentie <em>Laboro et fruor <\/em>(<strong>Ik werk en geniet<\/strong>) had laten beitelen. Dat woord labor, ook wel labeur, betekent werken of arbeiden. <em>Ora et labora<\/em> (<strong>Bidden en werken<\/strong>) heette het vroeger. Als OAB kom ik dat nog weleens tegen. Het stond vroeger, toen Nederland nog poepjesvroom was, op menig wandbord, dat bij voorkeur boven de kamerdeur hing, zodat de bewoners en eventuele bezoekers er steeds mee werden geconfronteerd. Ze moesten er letterlijk onderdoor. De vroege socialistische partij voerde het woord Arbeid met trots in het vaandel. Maar gaandeweg werd het woord gemeden. Het kreeg een negatieve klank. Arbeiders werden werknemers. De borden &#8216;Arbeidsbureau&#8217; verdwenen en werden bijvoorbeeld &#8216;Job Centres&#8217;, personeelschefs werden belast met &#8216;Human Resource&#8217;. Nog even en het populaire bedrijfsradioprogramma &#8216;Arbeidsvitaminen&#8217; wordt teruggebracht tot &#8216;Vitaminen&#8217; of &#8216;Vita+&#8217;. Bij dit alles moet men niet vergeten dat OAB&#8217;s met Latijnse openingen, evengoed grappig bedoeld kunnen zijn. Neem de volgende van Horatius: <em>Dulce est desipere in loco.<\/em> Hetgeen betekent: <strong>Het is prettig nu en dan uitgelaten te zijn. <\/strong>Tijd voor dwaasheid dus.<\/p>\n\n\n\n<p>Tot slot een paar meerdere keren aangetroffen OAB&#8217;s. <em>Ars longa, vita brevis <\/em>(van Hippocratis) &#8211; <strong>De kunst kan lang overleven, maar de kunstenaar niet. <\/strong><em>Ne quid nimis<\/em> (van Tepentius, 190 voor Chr.) &#8211; <strong>Niets te veel, alles met mate.<\/strong> En als laatste deze keer: <em>Ipse dixit <\/em>(van Pythagoras, u weet wel, die van die stellingen) &#8211; <strong>Hij heeft het zelf gezegd. <\/strong>Boven een overlijdensadvertentie lijkt me dat een waarheid waar je niet omheen kunt. Zo zie je maar dat taal onsterfelijk is en dan te bedenken dat sommige talen &#8216;Dode Talen&#8217; worden genoemd! Hoe dan ook; voor vandaag heb ik mijn schrijfarbeid weer met vreugde verricht.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>2.8.26 P<em>laat<\/em>Keus #35 <\/strong>Soms gaat de tijd een beetje met me op de loop. Zo dacht ik toch zeker te weten dat de hele kluit geswingd had op muziek van onder andere Bad Company. Die populaire Britse bluesrockgroep, met zang van de geweldige Paul Rogers. Maar afgaande op de datum kan dat niet het geval zijn geweest, omdat Bad Company toen nog geen plaat uit had. Het was het weekend 24 t\/m 26 mei 1974. We waren die dagen op Schiermonnikoog. Het leek de vrijwilligersgroep van het jongerencentrum namelijk aardig om eens buitenshuis te brainstormen over het programma van het komend jaar. Ik was slechts bezoeker van het centrum, maar had verkering met een meisje (laat ik haar B. noemen) dat er vrijwilligte en dientengevolge mocht ik mee. We togen met onze spullen naar de boerderij die de jeugdleider had afgehuurd. Het was bepaald geen 3-sterrenhotel, we sliepen op de koestal en konden onze slaapzakken kwijt op luchtbedden. Lekker primitief. Er was een ruime keuken en een deel met twee half gevulde hooivakken. Als strenge regels golden dat we absoluut niet op de deel mochten roken ivm brandgevaar en dat de boerderij na afloop schoon moest worden achtergelaten. Een verloofd stel, tevens vrijwilligers van het centrum, zou voor het eten zorgen. De jeugdleider achtte zes kratjes bier voor ons -ongeveer 15 personen- ruim voldoende om het weekend mee door te komen. Dat hij zijn pappenheimers echter niet goed kende, zou spoedig blijken. Tegen middernacht stonden we al droog. Onze verkering werd ondertussen danig op de proef gesteld. Het zou onze eerste gezamenlijke nacht worden en dat moest worden bestendigd, vond zij, en deze vurige hartenwens hield ze niet voor zich. Mijn lust daalde geleidelijkaan tot nul. Tegen middernacht was zij zo doorrookt en beschonken, dat ik mij met groeiende walging van haar afzonderde. De volgende morgen vond ik een lege slaapzak naast me. Ik hoorde dat zij de nacht -straallam- had doorgebracht in het hooivak. &#8217;s Middags werden er twee fietsen gehuurd, waar vier kratten bier mee konden worden vervoerd. Dat werd een zich herhalend karweitje. Met de winkelier was afgesproken dat hij de lege kratjes voor het statiegeld aan het eind van zondagmiddag op zou halen. Die avond werd er onguur gezopen. Het idee leefde zelfs om gezamenlijk het hooi in te duiken. Onze verkering was toen al uit, al zeiden we dat nog niet hardop. Ik maakte een wandeling door het dorp en over het strand en trof B. alweer aan het bier met de meeste anderen. De nacht die volgde moet woest en ranzig zijn geweest. Ik was redelijk vroeg in de kleren en hoorde het stel in de keuken ruzi\u00ebn. Wat bleek: de man was &#8217;s nachts zonder haar medeweten op het geraus in het hooi afgegaan en er eveneens in beland. Het werd een katerige ochtend. B. verscheen tegen de middag in een staat die ik niet van haar kende. Wederom maakte ik een wandeling en toen ik halverwege de middag terugkeerde, was de hele kluit druk doende de laatste krat bier te legen. Zelfs de jeugdleider deed nu ijverig mee. We hebben de boel nog aardig schoon achtergelaten, het hooi van de nodige bierdoppen ontdaan en alle peuken opgeruimd. Onderweg in de bus naar huis zeiden B. en ik elkaar voorgoed vaarwel. Van een vriendin van haar hoorde ik jaren later dat zij zich had aangesloten bij het Leger des Heils. &#8216;Je kent haar niet meer terug&#8217;, zei ze. Wat betreft Bad Company; ik kocht w\u00e9l die eerste elpee en ook de drie volgende. Maar dat was dus iets later in de tijd. Het is recht-toe-recht-aan bluesy rockmuziek. Niet eens &#8216;slecht gezelschap&#8217;. Goed genoeg om een middagje mee door te komen. Vandaar, als PlaatKeus: <strong><em>Bad Company<\/em><\/strong>, van de band met dezelfde naam. Uitgebracht in september 1974. Ps. Ik ben nooit meer in dat jongerencentrum geweest en weet dus ook niet hoe hun programma voor 1974\/75 er heeft uitgezien.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>29.7.26 P<em>laat<\/em>K<em>eus<\/em> #34  <\/strong>Ik liep er tegenaan, eerlijk! Toeval zou je het kunnen noemen. Ik had Don McLean&#8217;s <em>American Pie <\/em>als plaatkeus klaarliggen, deels vanwege het liedje <em>Vincent<\/em> en had daartoe de tekst even doorgelezen. Niet echt dat ik dacht: zozo. Een beetje soft allemaal. Don neemt het vooral op voor de gezondheidstoestand (<em>insanity<\/em>) van de gekwelde schilder. Hij doet dat men veel empathie, maar er hangt ook een schijn van medelijden overheen. Dat bevalt me minder. Het blijft niettemin een prachtig liedje en zo staan er op zijn elpees meerdere. Maar toen las ik dat Vincent van Gogh, waarover Don dit liedje schreef, vandaag op de kop af 136 jaar geleden stierf. Des middags om 13uur30 uur en dat was ook de tijd toen ik hier mee bezig was. Er over gelezen in een krant heb ik niet. Don McLean schijnt ontdekt te zijn door Pete Seeger. Hij zou als folkie op een boot op de Hudson-River zijn kost hebben verdiend en hij deed dat zo goed dat Pete Seeger hem hielp te worden wat hij werd. Samen deden ze ook optredens op de Clearwaterboot. Ze zongen vooral over de lozingen en dus de vervuiling van deze rivier door de aanpalende fabrieken. Dus ik draaide die elpee + de anderen van Don McLean. In mijn tienerjaren volgde ik enige jaren de cursus &#8216;Tekenen &amp; Schilderen&#8217; van de Famous Artist Schools. In \u00e9\u00e9n van de cursusboeken stond het schilderij <em>Sterrrennacht <\/em>van Van Gogh. Hij heeft het geschilderd toen hij verbleef in het gesticht te Saint-R\u00e9my-de -Provence in Zuid-Frankrijk. Hij leed zoals hij zelf zei aan aanvallen van gekte en epilepsie. In latere jaren spraken doktoren van schizofrenie en weer later over een bipolaire stoornis. Het werk van Van Gogh sprak mij al spoedig aan. Niet de donkere doeken uit zijn Brabantse of Drentse tijd, maar de lichte uit zijn Franse. Op de markt te Assen -toen nog op het Koopmansplein- kocht ik eens een biografie Van Gogh. Op 2 januari 1993 kocht ik in de winkel van het Kr\u00f6ller-M\u00fcller- museum te Otterloo, na de aldaar aanwezige schilderijen en tekeningen van hem te hebben bewonderd, de brieven. Ook die spitte ik door. De laatste keer dat ik werk van hem zag was in het Brabants-Museum te &#8217;s Hertogenbos. Er hingen een achttal bij elkaar en het was er druk. Voorlangs de schilderijen bevond zich een draadje, waar de vangoghgeile bezoekers achter dienden te blijven. Op zeker moment boog ik mij echter iets te ver naar voren -ik zie nu eenmaal graag de penseelstreken op het doek- en prompt weerklonk er een schriele toon door de zaal. Niet alleen ik schrok &#8230; Meteen kwam er een bewaker op me af. &#8216;Wilt u wel achter het koord blijven, meneer&#8217;, zei de man strak. Ik week van het doek vandaan en vond mij terug voor een langwerpig paneeltje van Hendrik Averkamp met schaatsers en een Hollandse winterlucht. Natuurlijk duizend keer knapper geschilderd dan die donkere vrouwenkop van Van Gogh. Kort erop ging het alarm opnieuw af. De bewaker had het er maar druk mee. Nu betrof het een oudere mevrouw, die meteen begon op te spelen dat ze he-le-maal niets van plan was. Jaja &#8230; Er werd besmuikt gelachen. Ook door mij. Die jeugdige recalcitrantie gaat nooit meer weg. Don McLean maakte een handvol prachtige platen. Hij toont zich nergens een felle milieu-strijder, eerder een zachtaardige, ietwat weemoedige mensen- en natuurliefhebber. Liedjes als <em>Winter has me in its grip, Homeless Brother, Castles in the Air <\/em>en ook <em>The Pride Parade <\/em>zijn zulke voorbeelden. Maar toen hij zich vergreep aan <em>Crying, <\/em>dat tranentrekkende Roy Orbison-nummer, hield ik hem voor gehoord en gezien. Als PlaatKeus van vandaag kies ik: <strong><em>American Pie<\/em><\/strong> van <strong>Don McLean. <\/strong>Vanwege <em>Vincent<\/em>, maar ook vanwege de titelsong, dat een ode is aan een andere grootheid: Buddy Holly. Uitgebracht in 1972.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>27.7.26 Het leven der mensen <\/strong>De lift van de ondergrondse parkeergarage had ons uitgepoept en nu stonden we op het Raadhuisplein ietwat onwennig om ons heen te kijken. Waar zouden we es heengaan: een rondje rond de kerk en naar de Hoofdstraat of naar het winkelcentrum de Weiert? De laatste keer dat we in Emmen waren was zo&#8217;n 2\u00bd jaar geleden en in zo&#8217;n tijd kan er veel veranderen in een stad. V\u00f3\u00f3r de ingang van de Zoo stond een stellage-achtig podium, waardoor de ingang niet te zien was. Een oudere mevrouw riep van verre dat d\u00e1\u00e1r -ze wees met uitgestrekte arm- het dierentuin was. Jaja, dat wist ik, maar daar wilden we helemaal niet naar toe. Ik schudde mijn hoofd en bedankte haar. Het leven der dieren gaat me zeer aan het hart. Bij de vele natuurbranden zullen weer duizenden dieren het loodje hebben gelegd, maar daar hoor je weinig over in de nieuwsberichten. We liepen toch maar naar de Weiert. Het was er nog rustig. Daarna liepen we door naar de vroegere dierentuin. Ik ben er als kind op schoolreis voor het eerst geweest. Een jaar of 10 zal ik geweest zijn. Het veroorzaakte een lichte trauma, doordat een van de begeleiders mij plotseling boven de berenkuil, waarin twee beren halsreikend naar ons stonden te happen, optilde en me quasi lollig naar beneden wilde keilen. Ik heb onbedaarlijk geschreeuwd, ligt me bij. Hoe grapjes je leven deels kunnen vergallen. Ik kreeg hierdoor een lichte afkeer van dierenparken. Het blijft puur mensenwerk, hoe wij die dieren naar onze voorwaarden plooien. En natuurlijk ben ik er later vaak genoeg geweest en heb ik mij er ook wel vermaakt, maar keek als een amateur-antropoloog vooral naar het gedrag van de bezoekers. Misschien is het daar in wezen ook wel voor bedoeld: om ons mensen superieur te voelen boven hen die wij hier bijeen hebben gebracht en om er toch een zinvolle draai aan te geven <em>voor een deel zogenaamd hebben gered<\/em> uit hun eigen leefomgeving. Want ja, die was vernietigd door diezelfde mens. Die zou zich er diep over moeten schamen.<\/p>\n\n\n\n<p>Het oude dierentuin aan de Hoofdstraat is niet meer. Het is verworden tot een steen des aanstoots voor B&amp;W en de bevolking van Emmen en omgeving. Want huizenkavels zijn schaars en wie zou hier niet willen wonen? We liepen door het park, bezagen de verwilderde vijvers, waarin vroeger de pingu\u00efns zwommen en de vervallen gebouwen, waarin onder andere de jaks dromerig stonden te herkauwen. Het maakte me een beetje treurig. Zo nu en dan is er wel iets te doen in het park; iets met fantasy of met kunst. Er is een restaurant, waar we iets zouden kunnen gebruiken, maar de stoelen stonden omgekeerd. Twee boa&#8217;s groetten ons vriendelijk, ik wilde als groet &#8216;constrictors&#8217; terug zeggen. Niet doen. Die grap is mogelijk al duizend keer gemaakt en wekt eerder irritatie op.<\/p>\n\n\n\n<p>We liepen weer naar buiten en gingen naar Facet. Dat is een multiculturele kenniscentrum, oftewel: een bieb. Een plek om even tot rust te komen. Op een van de leestafels lag de NRC. De voorpagina maakte gewag van een artikel dat ik wel wilde lezen. Maar niet hier. Daarom vervoegde ik me naar boekenhandelaar Vermeer en scoorde naast de krant twee boeken uit een koopjeskast. Van Marten Toonder. Want nu de wereld steeds meer een heksenketel wordt, moet men zijn heil zoeken in de beslotenheid van het eigene. Ten minste, dat zou Bommel, de heer van stand, leunend over het muurtje voor huize Bommelstein, vermoedelijk zeggen. Ik ben van mening dat de oude boeken, de afgeprijsden in dit geval, het eerst moeten worden geconsumeerd, vandaar mede deze keuze.<\/p>\n\n\n\n<p>We liepen door naar de parkeergarage, betaalden en reden op aanwijzen van een andere boa een stukje tegen de rijpijlen in naar de uitgang. &#8216;Dat mag toch niet?&#8217;, zei ik ultra-correct door mijn geopende raam. &#8216;Tegen een boom piesen mag ook niet&#8217;, zei de man, die aan beide oorlellen een opzichtige goudkleurige ring droeg, met een grijns, wat mij ongewild aan dat gezegde van die aap met dit zelfde versiersel deed denken. Het enige wat niet klopt is dat de aap hierin wordt neergezet als een lelijk &#8216;ding&#8217;. Dieren zijn verre van lelijk! We reden naar boven, de zon tegemoet. Pas buiten de drukte van de stad en het verkeer voelde ik mij weer op mijn gemak. Als mens, eeuwig op safari.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>24.7.26 P<em>laat<\/em>K<em>eus #33<\/em><\/strong> Sinds 1932 kent Nederland het boekenweekgeschenk. Dit was bedoeld om de consument naar de boekenwinkel te lokken. Behalve gedurende de oorlog, is er ieder jaar een geschenkboek tijdens de boekenweek verschenen. Er is een grote groep verzamelaars van die boeken of boekjes, zoals criticasters ze noemen. Enkele keren is er gedoe geweest rond een titel. Zo is het geschenk van 1941 daags na de uitgave al door de SD uit de handel gehaald &#8216;omdat er een gedicht in staat van de Joodse dichter Maurits Mok&#8217;. Dat was verboden. Dat de samensteller van het boek ook een Jood was (Victor van Vriesland) ontging de Duitse overheerser. Een ander geval betreft het boek <em>De vierde man<\/em> van Gerard Reve. Dat werd afgewezen vanwege &#8216;controversi\u00eble passages&#8217; ofwel: liefde tussen twee mannen. Dat was toen not-done. In 1976 kwam er naast het boekenweekboek ook een langspeelplaat uit, getiteld <em>Zing je moerstaal. <\/em>Op de plaat staan 12 liedjes, gezongen op gedichten van evenzoveel Nederlandse schrijvers. De plaat is naar het schijnt een collectors item voor verzamelaars van boekenweekgeschenken + aanverwanten. Het heeft een prachtig uitgevoerde hoes, die naast tekeningen ook alle liedteksten bevat. Of het geholpen heeft de jeugd aan het lezen van po\u00ebzie te krijgen is niet bekend. Alleen de bijdrage van Teun de Vries (tekst) en Maggie MacNeal (<em>Terug naar de kust) <\/em>werd een vette hit. <em>De kinderballade <\/em>van Boudewijn de Groot (tekst: Gerrit Komrij) zal de arbeidsvitaminen ook nog weleens hebben gehaald. Voor al die andere goed bedoelde bijdragen restte de vergetelheid. Dat geldt dus min of meer ook voor de bijdrage van Robert Long, die het lied <em>Juffrouw Nifterink <\/em>zong op een gedicht van Karel Bralleput, alias Simon Carmiggelt. Robert Long begon zijn zangcarri\u00e8re bij de Utrechtse popgroep Unit Gloria. In 1974 debuteerde hij als solist met <em>Vroeger of later. <\/em>Twee thema&#8217;s komen regelmatig in zijn werk terug: homoseksualiteit en zijn weerzin tegen het geloof. Over dat laatste waren al tiental liedjes geschreven en gezongen door onder andere Jules de Korte, Fons Jansen, Leannaert Nijgh en Jaap van Merwede. Het tweede thema is wat lastiger. Tot ver na de oorlog werd hier nauwelijks over gesproken, laat staan op de b\u00fchne over gezongen. Ooit was ik een tijdje jeugdbegeleider van een groep tieners bij mij in het dorp. Elke vrijdagavond kregen die de beschikking over een zaaltje in het dorpshuis om te dansen op zelf meegenomen platen, te praten, te ravotten &#8230; Deze club was een voortzetting van die van de NH-kerk. De jeugd wilde meer dan catechisatie en het zingen van vrome liederen. Naast hen waren er ook jongeren toegetreden van de openbare school. We hadden een rooster en elke drie weken draafde ik op voor zo&#8217;n vrijdagavonddisco. E\u00e9n van de jongens kwam toen met een plaat van Robert Long. Die Long spotte aardig met het geloof, viel mij wel op. Hij zong onder andere &#8216;Jezus redt, Jezus redt! Redt Jezus uit de sloot&#8217;. De jongeren namen er weinig aanstoot aan. Ze hosten er niet minder op dan op Bonnie M. Een ander liedje ging over seksualiteit. Daar kwam ook homoseksualiteit in voor. Ik vermoed dat hierover binnen het bestuur vragen zijn gesteld. Kon dit wel? Was dit geen godslastering? Dat moest worden bijgestuurd. Korte tijd later werd er voorgesteld dat wij alvorens de avonden aan te vangen, een stukje uit de bijbel te lezen. Ik zei dat ik geen aanhanger was van enig geloof en het daardoor ook niet kon uitventen, en dat er meerdere jongeren net als ik waren en dat ik dit dus niet zou doen. Zonder mijn aanwezigheid is daarna besloten dat ik dan niet langer als begeleider kon fungeren. Ik legde mij er humaan bij neer. Het zou enkel leiden tot escalatie, scheuring zo men wil en dus stapte ik op. De jeugdclub viel spoedig uit elkaar. De meeste jongens en meisjes zochten hun heil in &#8216;liederlijke, goddeloze discotheken&#8217;, kregen verkering en trouwden. Zo nu en dan kwam ik nog weleens een bezoeker tegen en dan kreeg ik steevast te horen dat de discoavonden met mij erbij altijd de leukste waren. Dat streelde me. Ik hoop dat zij lering uit die liedjes van Robert Long hebben getrokken. In ieder geval ben ik er sindsdien w\u00e9l naar gaan luisteren. Als keuzeplaat vandaag: <strong><em>Vroeger of later<\/em><\/strong> van <strong>Robert Long<\/strong>. Uitgebracht in 1974.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>22.7.26 Orang-oetang <\/strong>Denk je aan mest als in meststoffen, dan denk je niet aan iets fleurigs, iets van magnolia&#8217;s, eerder aan iets onwelriekends. Ik werd met dat woord geconfronteerd toen ik spontaan opgezette lippen en wangen kreeg. Waar kwam dat ineens vandaan? Goed, ik had met het werken met bloemen en de residuen van gifstoffen die men voor de teelt hiervan gebruikt, al behoorlijke ervaring met allergie, maar dat uitte zich heel anders. Als pati\u00ebnt stond ik nog in de allergologie-bak van het UMCG. Via mijn huisarts kwam ik te weten dat een consult hier op zijn minst een jaar zou duren. Gelukkig was er een andere oplossing en daar loop ik nu alweer een paar jaar. Mijn klachten bleken voort te komen uit een vorm van immuunrespons. Het gaat om gespecialiseerde cellen die zich bevinden in de weefsels die direct in contact staan met de buitenwereld (gegevens: Wikipedia). De Duitse arts\/immunoloog Paul Ehrlich ontdekte in 1878 deze cellen. Ze zien eruit als korrels, zei hij. Ze voeden in hoog tempo het omliggende weefsel, hetgeen hij &#8216;vetmesten&#8217; noemde. Met uitwerpselen heeft het dus niets te maken. Door dit snelle mesten ontstaan als reactie die zwellingen. Ik moest afgaan op de expertise van de arts in het Dermatologische Kliniek. In de regel wordt deze ziekte angio-oedeem genoemd en daar houd ik het maar op. Hoewel dat volgens de Wikipedia-gegevens niet precies overeenkomt met mijn uitwassen.<\/p>\n\n\n\n<p>Hoe is het verloop van die ziekte, want dat is het? Meestal ontstaat het &#8217;s nachts. Ik voor mij zou dan zeggen dat het met voedsel te maken heeft, zoals ook beschreven wordt op Wikipedia. Toch niet, zei de arts. Vanmorgen om zes uur ontwaakte ik vanwege de gebruikelijke blaasdruk. In die zin heb ik een tamelijk stabiele stofwisseling. Ik merkte dat het weer hommeles was met mijn gezicht. Ik nam een paar extra Levocetirizine-pillen in en ging weer naar bed. Ik wist dat de zwelling door zou zetten maar niet hoe erg het deze keer zou worden. Bekend nu met deze lastigheid (want dat is het toch vooral) vraag ik me steeds meer af waar dit vandaan komt. \u00c1ls het niet van voeding komt, zoals de arts zegt, waarvan dan wel? Ik loop gisteren eventjes langs. Waar ben ik geweest en wie of wat heb ik getroffen? Ik deed mijn ochtendwandeling (dat kan het niet zijn) en dronk en at niet anders dan normaal het geval is. Daarna heb ik kranten gelezen en boeken uitgezocht. Later in de middag ben ik op mijn stretcher gaan liggen en heb het jeugdboek <em>Heemskerck op Nova Zembla <\/em>van P. Visser gelezen. Het stamt uit 1900. Dat boek sleepte ik al mijn hele leven mee. Het was totaal afgeragd en rijp voor de papierbak. Rug bezat het allang niet meer. Zilvervisjes schijnen nogal gek te zijn op het gebruikte lijm. De cellulose was sterk door mijten aangetast en door de vele gaatjes was het mazig geworden. Ik schrijf dit in de verleden tijd, want omdat de pagina&#8217;s los lagen, gooide ik de gelezen vellen in de papierbak. Het had zijn tijd gehad &#8211; weg ermee. &#8216;Zal er misschien iets giftigs uit die stoffige en aangevreten bladzijden zijn opgestegen?&#8217;, dacht ik later. De bemanning van dat schip dat bij Nova Zembla strandde, leed aan scheurbuik. Het kon toch niet zo zijn dat mij dat ook nog te wachten stond? Straks zal ik een appeltje nemen. Voor de broodnodige vitamientjes. Maar als het lezen van boeken en kranten de oorzaak is van het activeren van die mestcellen, dan ben ik mooi jarig.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik heb het Wikipedia-artikel opnieuw gelezen. Het is voer voor medici, niet voor mij. Ik ben slechts de onderliggende, de aangaande partij. De neurologe Rita Levi-Montalcini heeft in 1990 de Nobelprijs voor Geneeskunde gekregen voor haar baanbrekend onderzoek naar ziekten die te maken hebben met die dolgedraaide mestcellen. Dat neemt niet weg dat de zwel-problemen de wereld nog niet uit zijn. Mijn bolle wangen duwen mijn ogen enigszins toe, dientengevolge voel ik mij een orang-oetang in mensenkleding. Morgen is het weer over, dat is altijd zo. Ik heb er nog een paar boeken liggen in ongeveer dezelfde staat als dat van P. Visser. Het idee voor een proefondervindelijk onderzoekje dringt zich bij me op. Ik zou ze op dezelfde wijze kunnen afwerken. Ik ben er de aangewezen persoon voor &#8211; lijkt mij.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>20.7.26 Aan het hart<\/strong> &#8216;Pas nou op met je hart&#8217;, zei mijn vrouw onder aan de trap bezorgd, toen ik een tweede doos met boeken naar beneden sjouwde. Ik was begonnen mijn boekenvoorraad te ordenen en er het nodige uit te halen en weg te brengen. Een volzin die uitleg behoeft. Eigenlijk ben ik al lange tijd bezig mijn bibliotheekje op te schonen, maar het feit wil dat mij al die boeken lief zijn. Toch zal het moeten gebeuren. Want in mijn binnenste trekken duistere wolken samen en in dat scenario dienen er op stel en sprong maatregelen te worden genomen. Gisteren hebben we twee muren van de achterkamer geverfd en daarvoor moest een van mijn boekenkasten leeg. Drie planken van elk 1meter35. En toch, wat een bak werk had ik aan het leeghalen van die vier meters. En daarom begon ik bij het herplaatsen te sorteren. Even mijn gevoel opzij zetten. Ik nam me voor op z&#8217;n minst 1 plank leeg te krijgen. Dat ging natuurlijk niet. De score &#8216;weg te doen boeken&#8217; bedroeg nog geen dozijn. En toen speelde ik ook nog een beetje vals door de proza en de dagboeken van C. Buddingh&#8217; naar boven te brengen en de dichtbundels te plaatsten op de plank &#8216;po\u00ebzie&#8217;. Zo hield ik wat extra ruimte over. Het was natuurlijk bedrog. Kees van Kooten noemde deze werkwijze ooit &#8216;verplaatsingen&#8217;. Iedere verzamelaar krijgt daar vroeg of laat mee te maken. &#8216;Als ik dat nou eens daar neerleg en dat daar en dat &#8230;&#8217; Zo vullen we onze huizen en schuren met verzamelingen en huren er soms zelfs nog ruimte bij. Iemand in mijn buurtje verzamelt smurfen en heeft er duizenden en duizenden. Het hele huis staat er vol mee. Vader Abraham (echte naam: Pierre Kartner) de bedenker van dat malle blauwe dwergje, zou er stapelgek worden. Het schijnt dat grootverzamelaar en veellezer Marten Ros meerdere ruimten huurde om zijn enorme voorraad boeken te kunnen bergen. Op een van de Amsterdamse Uitmarkten, liep ik eens bijna tegen hem op. Als een hoarder (vuilverzamelaar) sjouwde hij meerdere goed gevulde Dirk-tassen met zich mee naar een van die ruimten. Het heeft wel iets weg van de verzamelwoede van dieren, zoals eekhoorns. Maar het voordeel van deze nijverige diertjes is dat er jonge boompjes van opkomen. Dat kun je van dat dode papier niet zeggen. Er is nog nooit een boek uit een zaadje ontstaan.<\/p>\n\n\n\n<p>Na dat debacle van gisteren wilde ik het voortvarender aanpakken en begon in een opwelling -want anders kan ik het niet noemen- bij de A, van Van Agt; Dries. Die heeft een paar hele aardige boeken geschreven. Ik moest toch ergens beginnen! Bij de B begon de ellende. Bernlef kon wel weg, maar Wim de Bie? Ammenooitniet! Belcampo dan en Biesheuvel?.Twijfelgevallen. Maar Bomans &#8230; Mijn leeswoede is voor een deel begonnen door het werk van Godfried Bomans. Ik had er ruim een halve meter van staan. Had, want ik plukte er een aantal tussenweg, puur op de titel. En daarna Carmiggelt. Net zo&#8217;n beroerd geval. Met die twee literaire mastodonten vulde ik de eerste doos. Maar heel erg veel verder dan dat kwam ik niet. Ik plukte hier en daar nog eentje tussenuit. Schrijvers die mij ofwel tegenvielen of waarvan ik wist dat ik ze nooit meer zou lezen. Daarmee vulde ik een tweede doos. En die sjouwde ik naar beneden en brachten we later naar de Inbreng. &#8216;Het begin is er&#8217;, zei ik tegen mijn bezorgde vrouw, die mij er beslist niet toe had aangespoord. Maar onderweg spookte dat hilarische verhaal van Bomans over zijn bezoek aan een golfkartonfabriek door mijn hoofd. Verschrikt bedacht ik dat ik het nooit meer zou kunnen lezen, tenzij ik het zo dadelijk, terwijl mijn vrouw even bij de Super aanwipte, uit de Bomans\/Carmiggelt-doos zou vissen. En dat geschiedde. Razendsnel nam ik de inhoud van de stapel door en vond het verhaal in de bundel <em>Op de keper beschouwd. <\/em>Ook <em>Van hetzelfde <\/em>redde ik ternauwernood. Het bevat de handtekening van de auteur. Hoe kon ik die over het hoofd hebben gezien? Dichterbij kan onze Nederlandse Dickens voor mij niet komen. Ik heb het ooit gekocht in een boekenstalletje op De Grote Markt van Groningen. De verkoper wist niet dat het gesigneerd was, anders was het een stuk duurder geweest, zei hij zuur nadat ik hem de paar euro&#8217;s had overhandigd.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik ben weer thuis. Er vormen zich een paar gaten in de rij die ik met Buddingh&#8217; zal vullen. Het gaat me wel aan het hart, maar gelukkig heb ik nog genoeg pillen van Bomans en Carmiggelt. Daar kan ik nog heel wat avonden mee toe. En wat betreft mijn hart &#8230; het is nu vooral mijn rug die piept.  <\/p>\n\n\n\n<p><strong>18.7.26 Ongemakkelijke kwestie <\/strong>Ik had ze ergens halverwege de winkel, ik weet niet meer in welk pad, gezien. Een man en een vrouw, allebei tegen de veertig, schatte ik. De vrouw droeg een jurk tot op voeten en een egale doek strak om haar hoofd. Zij was klein van stuk. De man, niet veel groter, was westers gekleed: zwart hemdje met opdruk, korte donkere broek en sandalen. Mensen met een islamitische identiteit, vermoedde ik. Bij mij begint het altijd licht te kriebelen als ik zo&#8217;n stelletje zie. Niet vanwege hun afkomst of hun kleur, maar vanwege de strenge scheiding tussen man en vrouw. Toen ik ze voorbij liep glimlachte de vrouw naar mij, de man keek stuurs voor zich uit. Kort daarop legde ik mijn spullen op de band en plaatste een balkje voor de volgende klant. Dat bleken toevallig die mensen te zijn. De vrouw schoof het karretje naast de band en begon 2-liters waterpakken uit te laden. Het waren er een stuk of 8. De man ging tegen het eind van de band staan en sloeg zijn armen en benen over elkaar en zweeg. Als het voor mij bekende mensen zouden zijn, zou ik wellicht zeggen of hij haar niet een handje kon helpen. Dat leek me nu niet verstandig. De vrouw glimlachte opnieuw. Het was alsof de man door had dat ik de werkwijze en situatie ongewoon vond en dat ik er misschien wel iets van zou willen zeggen. Hij keek mij daarom strak op het boze af aan en ik keek een paar seconden terug, maar wist dat ik dit niet zou winnen, tenzij ik op een confrontatie uit was. Dat was ik niet, dat ben ik eigenlijk nooit. Ik laadde mij spullen weer in het karretje, betaalde en reed de winkel uit naar mijn auto. Even later zag ik de man en de vrouw naar buiten komen. De vrouw droeg een kartonnen doos voor haar borst met daarin aan aantal van die waterpakken. Ze had er duidelijk moeite mee. De man liep rechtop met een schoudertas, waarin mogelijk 1 hoogstens 2 van die pakken zaten. Ze staken de straat over en verdwenen uit zicht.<\/p>\n\n\n\n<p>Gisteren las ik een uitgebreid artikel over de oorsprong van de manosfeer. Dat is het overdreven, zeg maar ziekelijke haantjesgedrag, ingegeven door psychopaten als Andrew Tate. Volgens een hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht is de sekse-ongelijkheid tussen man en vrouw pas zo&#8217;n 7000 jaar oud. Het moet zijn ontstaan door de staatsvorming in het oude Mesopotami\u00eb, het huidige Irak, Syri\u00eb en Turkije en verderop in Egypte, India en China. Dat werd steeds meer een patriarchale bedoening. Mannen vonden dat ze het voor het zeggen hadden. Pas veel later heeft zich dat verspreid naar Europa. Maar zo rigide als in die Oosterse landen zou het hier nooit worden. Het is dan ook wonderlijk dat het vaak machomannen zijn die zo tekeer gaan tegen alles wat islamitisch is, maar die juist de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op eenzelfde agressieve manier nastreven. Ze zijn in die zin roomser dan de paus, die toch hoofd is van een kerk die ook door mannen wordt bestierd. Celibatair of niet, het m\u00f3eten mannen zijn, dat bewijst wel het verplicht checken van het klokkenspel bij de voordracht van een nieuwe paus. Het schijnt namelijk dat er ooit een vrouw kortstondig paus is geweest en dat mag zich natuurlijk nooit herhalen! In de manosfere wereld gaat het juist om het bezit van een vrouw en om er de baas over te kunnen spelen. Zij moet precies naar zijn pijpen dansen. Hij daarentegen kan net doen en aantrekken wat hij wil. Er komt vaak geweld aan te pas. <\/p>\n\n\n\n<p>Iemand als de president van Amerika, heeft lak aan elke vorm van egalitarisme. Dat wil zeggen: aan gelijkwaardigheid van man en vrouw. Alles wat maar enigszins afwijkt van <strong>ZIJN<\/strong> norm wordt weggezet als (in politieke zin) links en is (in <strong>ZIJN\/<\/strong>hun gedachtenwereld) verdacht. Vandaar ook dat hij alle transseksuelen in het leger ontsloeg. Homo&#8217;s en lesbo&#8217;s mettertijd zullen volgen en dat zal zich weer vertalen naar allerlei sectoren in de maatschappij. Met de groei van het ultrarechtse gedachtengoed, zal dat ook hier gebeuren. Het is een griezelige ontwikkeling. En dan te bedenken dat Nederland zich naar buiten toe altijd zo tolerant verkoopt! Hoe lang nog?<\/p>\n\n\n\n<p>Die man voelde wel dat wij niet gelijk over zulk soort zaken denken. Bang misschien ook dat ik iets tegen haar zou zeggen en dat zij daardoor haar zwijgplicht zou verbreken. Nu bleef het bij een glimlach. De man voelde zich in zijn eer aangetast. Het zou geen enkele zin hebben hem voorzichtig te wijzen op de democratische regels inzake het huwelijk of in ieder geval in de omgang tussen mensen in dit land. Maar er bestaat ook nog zoiets als behulpzaamheid en fatsoen. In de jaren toen ik met werken begon, werd er nog weleens lacherig gesproken over &#8216;het zwakke geslacht&#8217;. Daar zijn we gelukkig een beetje vanaf. Maar met de intrede van mensen uit andere culturen en het verderfelijke machogedrag, worden we tevens geconfronteerd met handelingen en leefregels die de meesten van ons niet welgevallig zijn. Ik was daar vanmiddag weer eens getuige van en voelde mij er hoogst ongemakkelijk bij. Ik hoop niet dat die mevrouw er nare gevolgen van zal ondervinden.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>16.7.26 P<em>laat<\/em>K<em>eus #32 <\/em><\/strong>Waar mensen, daar wensen. Dat moet al zo geweest zijn in de vroegste oudheid. Het zal wel te maken hebben met onze manier van leven en vooral <em>o<\/em>verleven. Mensen hechten aan dingen, zoals sommige dieren dat ook doen, alleen minder opzichtig. Misschien is dat wel een van de eerste afscheidingen van onze apige voorouders. Die lieten de boel de boel, maar wij sleepten van alles mee. En dat is nog steeds zo. Ogenschijnlijk een kleine stap van aap naar app. Ik zapte gisteren een beetje en kwam langs Omroep Gelderland, waar aandacht werd besteed aan de Zwarte Cross; Neerlands drukst bezochte totaal-festival. Anders dan popfestivals als Pink-Pop of Lowlands, gaat het bij de Zwarte Cross vooral om zelf gezien te willen worden. Muziek is eerder bijzaak. Een eindeloze stoet van opgetuigde caravans en tractoren met aanhangsels maakte hun opwachting nabij het Achterhoekse Lichtenvoorde. Ik ben er nooit geweest, het is van na mijn festivallentijd. Lochem-Pop was het eerste popfestival dat ik bezocht. 1975. Het jaar dat bij de Lochempoppers bekendheid geniet door het eerste publieke optreden van de boerenrockband Normaal. Pophistorisch gezien een noviteit, want a: het boerenrock ontstond hier en b: ze zongen in het plat. Ik zou er nog een c-tje aan kunnen toevoegen, namelijk: de uitvoerders en de taal waren onbehouwen. Dat grofgebekte is nog steeds een handelsmerk van de meeste boerenrockgroepen. Het is afzetten tegen de Westerse kak, zoals de voorman van Normaal, Bennie Jolink, dat meer dan eens verwoordde. Het Oosten en het Westen zullen nooit \u00e9\u00e9n worden, is zo ongeveer de strekking en dat vond zijn oorsprong (misschien niet helemaal, maar toch grotendeels) op dat Lochemse popfestival van 1975. Er gaat zelfs geen demonstratie van boeren tegen het landbouwbeleid voorbij, of we vinden sporen terug van deze rauwheid. Ik ben nooit een liefhebber geweest van dat gebral. Maar mensen die w\u00e9l van deze muziek hielden en zeker toen ik in de platenwinkel werkte en ze regelmatig sprak en weleens zei dat ik dat optreden van Normaal in 1975 had bijgewoond, bezagen me alsof ik het Licht had gezien. Wat zag ik die dag w\u00e9l dat me meer aanstond? Red, White &amp; Blue; de nieuwe band van Harry &#8216;Cuby&#8217; Muskee speelde er. Leuke band. Kon wel wat worden. Bluesduo Sonny Terry &amp; Brownie McGhee. Bejaarde mannen, all the way from the USA. &#8216;Ben ik te min&#8217;- Armand was er en de dichter Johnny &#8216;The Selfkicker&#8217; van Doorn, die zijn wildemansoptreden zag mislukken door geschreeuw vanuit het publiek. En aan het eind van de dag The Flying Burrito Brothers . &#8216;Helaas zonder mister Sneaky Pete op de pedalsteel&#8217;, zei de aankondiger. Inmiddels was het zachtjes gaan regenen. Een beetje countryman kon dat toch wel hebben. Maar velen verlieten al het openluchttheater, waar het allemaal plaatsvond. Het werd een prachtig optreden, dat we deels onder een plastic zeiltje genoten. We, dat waren mijn vriendin Doortje en ik. Boerenrock en countryrock waren duidelijk niet hetzelfde. The Flying Burrito Brothers was een van de bekendste Amerikaanse countryrockgroepen van dat moment. Ik hield wel van die muziek. En niet alleen van hen, maar ook van The Ozark Mountain Dare Devils, Pure Prairie League, The Nitty Gritty Dirt Band en The New Riders of the Purple Sage. Ja, aan mooie namen geen gebrek. Ik miste nog The Lords of the Holy Strings! The Eagles waren met die muziekstijl al heel groot. Maar helemaal in de country ben ik nooit gegaan. Dat vreemde line-dansen was mij ook een gruwel en navenant die rare cowboypakken. The Flying Burrito Brothers, die deels uit oud-leden van The Byrds bestonden, was eerlijke muziek. Later begreep ik dat dat optreden in Lochem een van hun laatste optredens in die bezetting was. Daarna werd het een soepzooitje van personeelswisselingen en raakte ik ze kwijt. Als plaat van de dag: <em><strong>Hot Burrito 2 <\/strong><\/em>van <strong>The Flying Burrito Brothers <\/strong>uit 1975. ps. <em>Hot Burrito 1<\/em> bezat ik ook, maar is spoorloos verdwenen. Uitgeleend misschien en nooit teruggekregen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>15.7.26 AI-model <\/strong>De moderne wereld, met al haar eigenzinnigheden, haar ongewenste aanvallen en bemoeizucht, is mij een doorn in het oog. Natuurlijk komen er ook goede ontwikkelingen uit voort, want hoe zag de wereld eruit zonder telecommunicatie? E\u00e9n telefoontje is nu voldoende om een hele batterij medici in beweging te zetten. Ik overdrijf, maar het k\u00e1n. 200 jaar geleden zou je als onbemiddelde geen schijn van kans hebben om bij de hooggeleerde geneesheren (Aletta Jacobs was nog niet geboren) aan de beurt te komen. Dat is nu wel anders. Wij hebben wat dat betreft geen klagen. De doorgeschoten robotisering heeft mij nu ook ontdekt.<\/p>\n\n\n\n<p>Gisteren kreeg ik een direct-mail van een bedrijf dat zich AInclusive noemt. Dat is een woordspellinkje van all-inclusive, zoals je dat bij bepaalde contracten afspreekt. Nee, hier betreft het een bedrijf dat zich bezighoudt met het schrijven van rapporten, opstellen en zelfs -indien u wenst-romans. Dat las ik er tenminste uit. Zo&#8217;n bedrijf graast internet af en doet zich voor als een leraar die van de beroerdste taalprutser nog een gerespecteerde schrijver kan maken. Kunstmatige Inteelt is tegenwoordig dikke mik op scholen. Proefwerken zonder gebruik te maken van AI, want zo heet het officieel, komen bijna al niet meer voor. Slechts 1 op de 10 is nog van eigen hand. Een sollicitatiebrief zelf schrijven? Ben je mal! Je gooit een aantal gegevens op een hoop en AI maakt er binnen een minuut een prachtig epistel van. Daar kan geen concurrent tegenop. Zou je denken. De concurrent doet namelijk hetzelfde en de overeenkomsten zijn voor elk kind zichtbaar. Het gevolg is dat over enkele jaren de meeste mensen geen normale brief meer kunnen schrijven en dan gaan we feitelijk 200 jaar terug in de tijd. Naar een tijd toen academici van Latijn en Frans naar begrijpelijk Nederlands moesten; omdat het volk hen niet begreep en zij het volk niet.<\/p>\n\n\n\n<p>AInclusive bombardeerde mij met een voorstel voor een thrillerachtige roman. 339 pagina&#8217;s mocht het maximaal worden. Kosten in nauw overleg vanwege het aantal te gebruiken woorden, spaties en witregels. En men deed alvast een voorzetje. Het verhaal zou zich in deze contreien afspelen. Windmolens zouden het hoofdonderwerp zijn en acties tegen de zich rijk rekenende boeren. Er zouden gewonden vallen en doden, als ik dat wilde. Boerderijen en machines zouden in brand worden gestoken, spijkermatten op landwegen gelegd. Zelfs vrouwen zouden door opgehitste antiwindmolenfanaten worden belaagd. Kortom: opstand aan de rand van de Veenkolonie\u00ebn. Er werden nog enkele tot extra woede opwekkende onderwerpen bijgehaald. Ik zal ze niet noemen, het was al erg genoeg. Spicy, noemde AInclusive dat: gepeperd zeg maar. Want de moderne lezer neemt met minder kennelijk geen genoegen. <\/p>\n\n\n\n<p>Ik las het bericht en was juist van plan het te verwijderen, toen een soort alertje in de kantlijn verscheen. &#8216;Weet wat u doet!&#8217; zei het en daaronder verscheen nogmaals dezelfde mail als tevoren. Beangstigend, cybertelepathie. Nu ook zag ik in hele kleine lettertjes, dat het &#8216;bedrijf&#8217; gevestigd is in Zierekzee. Ik zag ogenblikkelijk dat dit fout geschreven was. Waarschijnlijk foutief opgenomen in het chat-GPT-woordenboek. Dan vang je bij mij meteen bot. Moest ik ze daar op wijzen, zeggen &#8216;Jullie belazeren de boel&#8217; of het overlaten aan een volgende gegadigde die dit ook meteen door zou doorhebben? Of ligt er misschien een Zier<em>e<\/em>kzee in een ver en duister land? Zullen die cyberschrijvers de middelbare school wel hebben afgemaakt? Allemaal vragen. Feit is wel dat de lezer straks in de boekenwinkels de echte schrijver niet meer van de nepper kan onderscheiden. AI kruipt als een gemene virus over de schappen. Vroeger waren het zilvervisjes die de verzamelaar het leven zuur konden maken, nu zijn het onzichtbare modellen en zwendelaars die het schrijversvak de nek omdraaien.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik wiste de berichten en deed het raam open. In de verte roteerden de enorme wieken van de windmolens. Ik hoorde niets. Ik opende een schone pagina en begon te tikken. Alles eigen, niets namaak. U bent er getuige van!<\/p>\n\n\n\n<p><strong>12.7.26 Dealer <\/strong>Een tijdje geleden kwam ik Robert tegen. Hij reed op een ouwe damesfiets en ging naar de dezelfde Super als waar ik ook van plan naartoe te gaan. We groetten elkaar en praten even kort. Zo&#8217;n mooi-weer praatje. &#8216;Hoe is&#8217;t ermee?&#8217; &#8216;Goed, ja goed &#8230;&#8217; . Ik voelde dat dit ietsiepietsie bezijden de waarheid was. Een jaar of tien geleden trof ik op een ochtend zijn vrouw bij dezelfde super. Zij vertelde toen zonder omwegen dat Robert blaaskanker had. Ik schrok enorm. Thuis zocht ik een en ander op in mijn medische encyclopedie. Blaaskanker ontstaat niet zelden door onder andere roken en dat deed hij. Mijn vrouw en ik bezochten hen enige keren, maar bij de laatste keer ging het fout. Mijn vrouw en ik kunnen heel slecht tegen rook en mijden daarom elke gelegenheid waar zich dat voor kan doen. Naast sigarettenrook geldt dat ook voor rookkorven en barbecues. We hebben daardoor in het verleden enkele keren een middeleeuws muziekfestival vroegtijdig moeten verlaten, omdat de rook van op hout gestookte etenswaren ons bijna deed stikken. Tijdens dat laatste bezoek, zou de vrouw van Robert op zeker moment een sigaret opsteken. Op de voorzichtige woorden van mijn vrouw dat wij heel slecht tegen rook kunnen en of ze hier misschien even mee kon wachten, ageerde ze nogal fel met: &#8216;Ja, ik mag toch zeker wel in mijn eigen huis roken&#8217;. Getergd liep zij naar buiten en rookte met snelle halen haar sigaret op. We verlieten het pand om er nadien niet meer terug te komen. Die blaaskanker was in de tijd dat wij elkaar nog bezochten al een paar keer teruggekomen. Ik zag in het roken en in het meeroken, een oorzakelijk verband. Maar stoppen deden zij niet.<\/p>\n\n\n\n<p>Vandeweek sloegen we een middagje stuk in Appingedam. Op het bankje tegenover rookwaren- en tijdschriftenwinkel Primera, wachtte ik met Rossi op mijn vrouw, die een kledingwinkel met schreeuwende kortingsbanieren niet onbezocht kon passeren. Niets mis mee. Ik zat naast het beeld van De Stadsomroeper. Het was stil in de Dijkstraat. Soms passeerde ons een fietser. Een elektrische auto stopte vlak naast het bankje en de chauffeur &#8211; een modern uitziende man, lijkend op de mannen die ik regelmatig reclame zie maken voor een Portugese broekenfabrikant- stak de weg over naar Primera. Hij liet de motor draaien. Even overkwam me een criminele gedachte. Hij kwam al vlot weer terug, ontdeed onderwijl het pakje sigaretten van het cellofaan en stapte in en reed weg. Kort erop kwam een andere man naar buiten. Ook hij ontdeed zijn pakje van het cellofaan en wierp dit van zich af. Het beetje wind ging ermee spelen. Hij plukte er een sigaret uit en stak het aan alvorens op een scootmobiel weg te rijden. Ik zat er ver genoeg vanaf om er geen last van te hebben. Een al wat oudere man kwam paffend naderbij en bleef tot op een paar meter afstand van het stoepje van de winkel staan en rookte alsof zijn leven er vanaf hing. Hij was misschien van mijn leeftijd, zijn bodymassindex ging richting code rood. Toen zijn sigaret tot het filter opgebrand was, liet hij het vallen en vermorzelde het met zijn voet, daarna betrad hij de winkel. Na enige tijd kwam hij weer naar buiten. Hij hield een maxi-verpakking in zijn rechterhand. Zijn pafferige gezicht had een gelukzalige uitstraling. Zijn dealer was hem weer goedgezind. Hij slofte terug naar waar hij vandaan kwam. Rossi begon te blaffen, want het vrouwtje kwam in zicht. <\/p>\n\n\n\n<p>Ik wou dat er stickers waren die eventueel bezoek aan een pand waarschuwen dat daar gerookt wordt. Dat je hier als cara-pati\u00ebnt dan beter niet naar binnen kunt gaan. Voor beide kanten zou dat een uitkomst zijn. Maar je zult net zien dat de rokerslobby sterker is en zegt dat dit openlijke discriminatie is. Je mag nu eenmaal niet openlijk brandmerken.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>9.7.26 P<em>laat<\/em>K<em>eus #31 <\/em><\/strong>Mijn eerste pick-upje was een tweedehandsje. Gekocht van Stork-collega Tinus Pronk. Tinus was goed bevriend met Henk Lanting, zanger van Child of Nature, een ietwat symfonisch klinkende popgroep uit Grolloo. Die groep was nogal onder de indruk van onder andere The Moody Blues en Pink Floyd. Psychedelische muziek, perfect om op te trippen, zeiden de liefhebbers. Daar heb ik mij altijd ver van afgehouden. Bij de aankoop van de Dual pick-up, het merkloze versterkertje en de 2 Philips boxjes, stak Tinus mij ook een paar elpees toe. Die bleken door de jongens van de Child flink afgeragd. E\u00e9n en al krassen en tikken. Kampvuurmuziek, noemden wij zoiets. Vooral die dubbelelpee van Pink Floyd was een ramp. <em>Ummagumma<\/em> heette die. Ze bevatten naast het gekras allerlei rare geluidssferen, zelfs het geluid van een zoemende vlieg &#8230; Ik draaide die platen zelden, want het was niet echt aan mij besteed, bovendien leek het me niet goed voor de naald van de pick-up. Pink Floyd kwam weer in beeld nadat ze (of eigenlijk Roger Waters, componist en bassist van de band) de dubbelelpee <em>The Wall<\/em> had geproduceerd. Die plaat kwam uit toen ik in de winkel stond. Ik kocht er een volle doos (25 stuks) van in en kreeg, zoals dat vaker ging, 1 exemplaar gratis. De platenmaatschappij ging er van uit, dat je die het liefst continu in de winkel draaide om de verkoop ervan te stimuleren. Maar muziek draaien in het warenhuis waar ik werkte, was uit den boze. Gevolg was dat ik het exemplaar voor een prikkie zelf meenam. De single <em>Another brick in the Wall <\/em>werd een wereldhit, mede vanwege de begeleidende, nogal heftige animatiefilm. In Zuid-Afrika werd de plaat vanwege de tekst verboden. Je zou denken dat slechte reclame funest is voor een product, het tegendeel is eerder het geval. Toen de BBC <em>God save the Queen<\/em> van The Sex Pistols weigerde te draaien, stond het in no-time op nummer 1 van de Engelse hitparade. Je zou bijna van een complot kunnen spreken. Hetzelfde verging <em>The Wall. <\/em>Het was een soort protestplaat, een aanklacht tegen dictatuur en tegen de vernietigers van de aarde. Maar het bevat ook het prachtige liefdesliedje <em>Vera.<\/em> Ach ja, Vera. Ik had een tijdje goede omgang met een zekere Vera. Het was een gescheiden moeder van twee kinderen. Vera was hevig op zoek naar een nieuwe vlam. We waren een tijdje aardig close, maar bleven toch elk op ons eigen eilandje. Vooral die kinderen weerhielden mij een relatie met haar aan te gaan. Eens stelde ik voor naar het Emmer Dierenpark te gaan; ik wist dat de kinderen dit graag wilden. Dat jongetje heette potjandorie ook nog Willem. Ik was verzot op het kereltje. Hij kennelijk ook op mij, want hij liet mij gans de dag niet meer los. Maar gaandeweg zag ik het gedrag van die aardige Vera steeds meer veranderen. Ze werd kribbig, vooral tegen Willem en dat stond me tegen. Op de terugweg, de kinderen achterin, begon ik er voorzichtig over. Dat ze niet zo hard tegen hen moest zijn. Eenmaal thuis werd het van kwaad tot erger. Terstond besloot ik een eind aan onze verhouding te maken. Wanneer was dat? Iets van 1984. Willem zal nu een kranige kerel van 50 zijn. Vera berichtte nog enige tijd hoe het met haar en de kids ging. Ik dacht er zo het mijne van. Inmiddels had zij zich ook nog eens tot het baptisme bekeerd, maar werd door haar geloofsgenoten met de nek aangekeken. Vera schminkte en kleedde zich nogal opzichtig en dat ging niet samen met hun sobere levenshouding. nadat ik verhuisd was, hield de eenrichtingspost op. Na <em>The Wall<\/em> kocht ik nog <em>Wish you were here<\/em>. Redelijk aangename muziek. Pink Floyd zag ik daarna twee keer live in de Rotterdamse Kuip. Zeer imposante shows, dat wel, maar ik hield toch meer van het kleine. Na het vallen van de Berlijnse muur, voerde Roger Waters met een scala aan wereldberoemde artiesten zijn meesterwerk in al zijn pompeusheid op en ook toen ontroerde mij dat kleine liedje Vera. <em>Vera, what has become of you &#8230; <\/em>Maar zijn Vera is Vera Lynn; de Grande Dame die de Britse soldaten moed inzong. Een mascotte van onverzettelijkheid. Ook van haar draai ik nog weleens wat. Ach ja, dat vervloekte sentiment! Maar vandaag houd ik het op <em><strong>The Wall<\/strong><\/em> van <strong>Pink Floyd<\/strong>. Uitgebracht in 1979. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>7.7.26 Rode Duivels <\/strong>Snap ik iets van deze bij de dag verzottendere wereld? Nee! Eergisteren was de bal nog rond, gisteren ontstond er een vervelende scheur in het leer en was het zo plat als een euro en, hersteld, werd het tot barstens toe opgeblazen. Ja, ik heb het over de sport der sporten, waar ik weinig verstand van heb, maar omdat het een politieke kogel is geworden, is het plotseling onderdeel van mijn denken. Ik werd er zelfs bezweet van wakker. Stel droomde ik, dat Belgi\u00eb vannacht heeft gewonnen van Amerika; dan heb je de pijpen aan het dansen. Want de aanstichter van de huidige oproer in voetballand, is onderweg naar Turkije om de NAVO op z&#8217;n donder te geven. Dat is zijn vak: onrust stoken. Door een &#8216;verkeerde&#8217; uitslag, zal hij tot in zijn verste vezels getergd zijn. Alle aanwezigen van de NAVO-top zal te verstaan worden gegeven: &#8216;Don&#8217;t mention Belgium!!&#8217; Een Belgische minister opperde zelfs al dat mochten &#8216;onze&#8217; Rode Duivels de Amerikanen verslaan, dat tariefsverhogingen dan op de loer zullen liggen.<\/p>\n\n\n\n<p>En dus stond ik licht geblesseerd op. Maar mijn vrouw hielp me in \u00e9\u00e9n klap van mijn depri af: &#8216;De Belgen hebben gewonnen van de Amerikanen, met 4-1&#8217;, juichde ze. Omdat ik het niet geloofde, zei ze het nog eens en toen liet ik een schorre jubel horen en zij jubelde spontaan mee. Maar ja, dacht ik meteen, wat komt hierna? De president van Amerika, die natuurlijk als door een ratelslang is gebeten, zal dit niet op zich laten zitten. De eer van het land staat op het spel! Net nu het land staatsrechtelijk 250 jaar bestaat. Hoe mies kun je het krijgen?! Hij zal dus alles in het werk stellen om die 4 doelpunten afgekeurd te krijgen. Al zal het hem een miljoen aan steekpenningen richting de voorzitter van de FIFA kosten. &#8216;Doe iets, Infantilo!&#8217;, zal er door het Witte Huis klinken en op zijn eigen social zal hij Belgi\u00eb verketteren en verrot schelden. Het Belgische Huis zal in spoed bij elkaar komen om over deze brisante zaak te praten. &#8216;Gaan wij inbinden? Wie is voor?&#8217; Niemand! &#8216;Wij hebben altijd pal voor onze rechten en belangen gestaan en zullen dat blijven doen&#8217;. Hoera Hoera!! Oh, wat hou ik toch van die Belgen en wat mogen ze van mij die beker winnen!<\/p>\n\n\n\n<p>Maar zover is het nog niet. Wie weet smijt de president ze wel het land uit. &#8216;Dat ene menneke, ge weet wel, die die doelpunten zette, heeft die wel de juiste papparassen?&#8217;, zal men de Belgische Ambassadeur op z&#8217;n beste Belgisch vragen. Voor hij het weet smijt ICE hem in een Mexicaanse bajes. \u00d3f de president speelt onder \u00e9\u00e9n hoedje met de voorzitter van de FIFA en jaagt hij het hele team van het veld. Hoe dan ook: Belgi\u00eb is d\u00f3\u00f3r en de wereld kijkt toe hoe dat spelletje armpjesdrukken zijn beslag zal krijgen. Ik ben er niks gerust op. Maar dat het ooit zover zou komen dat ik mij druk zou maken om voetbal.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>5.7.26   Ik ga slapen, ik ben een beetje moe <\/strong>(<strong>O<\/strong><em>verlijdens<\/em><strong><em>A<\/em><\/strong>dvertentie<strong><em>B<\/em><\/strong>ovenschriften nr. 19)<\/p>\n\n\n\n<p>In november 2015 werd de wereld verrast met het nieuws dat Winnie de Poeh geen mannetjes- maar een vrouwtjesbeer is. Dat was even schrikken. Toch zal dit een groot deel van de wereld zijn ontgaan, want andere zaken verdrongen dit wonderbaarlijke nieuws. Op zich was deze geslachtsbepaling niet zo vreemd, want Winnie is een vrouwennaam en bovendien was de beer in de London-Zoo, waardoor de schrijver A.A.Milne zijn Winnie bedacht, een vrouwtjesbeer. &#8216;Nou en &#8230;&#8217;, zouden de Britten zeggen, die dat natuurlijk allang wisten, maar de onderlip stijf hielden. Toch wil ik er de aandacht op vestigen, want het beeld van Winnie als een ietwat sullige teddybeer, krijgt er een andere uitstraling door.<\/p>\n\n\n\n<p>Deze OAB&#8217;s (OverlijdensAdvertentieBovenschriften) zullen gaan over de vrouw. Om te beginnen komt de vrouw er bij de vorming van al wat leeft, nogal bekaaid vanaf. Al in de Tuin van Eden werd haar de nodige schuld aangewreven. De zondeval werd haar verweten en in latere tijden werd het alleen maar van kwaad tot erger. Duizenden te licht bevonden vrouwen werden verketterd en als heksen op afschuwelijke wijze vermoord. Ik vrees dat mannen niet opgewassen waren tegen de stille krachten van de vrouwen en zij voelden zich daardoor in het nauw gedreven. In tientallen landen is de vrouw niet meer waard dan een kakkerlak en het is dat zij het leven van de zonen moet dragen, anders zou er voor hen niet eens plaats zijn. De katholieke kerk heeft voor Maria een uitzondering gemaakt, want zij werd zondeloos geboren en daardoor ook kindeke Jezus. Zonder Maria zou het RK-geloof geen poot aan de grond hebben gekregen. Niet alleen als vruchtbaarheidskoningin, maar als hoeder van al wat leeft en minimaal twee pootjes heeft. Je zou dan ook verwachten dat mensen die op zoek gaan naar een passende OAB ruim te kiezen hebben, maar gezien het aantal dat ik door de jaren heen verzamelt heb, valt dat een beetje tegen. Edoch, genoeg voor een OAB. <\/p>\n\n\n\n<p>Van de dichter Adriaan Morri\u00ebn, die de vrouw hoog heeft zitten in zijn po\u00ebzie, had ik bijvoorbeeld wel enige strofen verwacht. Niets. Om nog even voort te gaan op Maria, van Paul McCartney uit <em>Let it be <\/em>de woorden <em>Mother Mary comes te me, singing words of wisdom, let it be. <\/em>Berustende taal. Een ode aan zijn jong gestorven moeder. Zijn kompaan John Lennon schreeuwt daarentegen van de daken <em>Woman is the nigger of the world. <\/em>Hoewel het N-woord in deze tijd niet meer past, neemt hij het in het liedje wel op voor de vrouwen die in veel landen en culturen nog steeds als slaaf, als voetveeg dienst doen. Audrey Hepburn zegt het iets milder: <em>Always be the leading lady of your own life. <\/em>Van Karl Marx las ik: <em>Het karakter van iedere maatschappij is het beste te beoordelen naar de positie die de vrouwen innemen. <\/em>Wat dat betreft zou hij schrikken hoe traag de emancipatie sinds zijn uitspraak is gevorderd. In de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond de eerste feministische golf. E\u00e9n van de eerste woordvoersters was Joke Smit. Zij schreef het vrouwenmanifest, beginnend met de woorden: <em>Er is een land waar vrouwen willen wonen,\/ waar rimpels niet de eenzaamheid voorspellen,\/ maar paspoort zijn naar wijsheid, aanzien \/en &#8217;s werelds raadvrouw zijn &#8230;.&#8217;<\/em> Dat stond boven een rouwadvertentie. Boven een andere strijdster, Els Korver, die uit de tijd kwam, stond: <em>Ze gaf vrouwen, homo&#8217;s, kinderen en bloemen luchtig een gezicht &#8230;&#8217;. <\/em>Eentje van een iets lolliger signatuur, is: <em>Omdat God niet overal kan zijn, schiep hij de moeders. <\/em>Ook kom ik de vrouw of de moeder heel soms tegen in een regel uit een levenslied. Ze wordt dan op het schild gehesen als verbindster. Zoals Willy Derby zong: <em>Dat is er je moeder, je moeder alleen. <\/em>Van ene Nowa (pseudoniem?) trof ik enige keren: <em>Je moeder blijft je moeder,\/ zo eigen zo vertrouwd. \/ Je wilt haar niet graag missen, \/ omdat je van haar houdt &#8230;.<\/em> Denk er de overslaande, tranentrekkende stem van een Johnny Jordaan bij en je hebt een poerfekt beeld. Van M. Schroevers komt als OAB: <em>Uit een moeder is geen weg meer terug.\/ Wie haar zo zag liggen \/ zo warm nog zo licht weet: \/ dit is liefde tot het laatste gezicht. <\/em>Het doet me denken aan de tragische dood van de beroemde blueszangeres Bessie Smith in 1938. Nadat ze betrokken was geraakt bij een auto-ongeluk, legde men haar aan de kant van de weg en bleef daar liggen tot de ambulance kwam, maar die wilde haar niet meenemen omdat ze zwart was en niet naar een enkel voor blanken bedoeld ziekenhuis kon worden gebracht. <em>Nobody knows you when you&#8217;re down and out<\/em> in het echt. Soms is de titel van een boek genoeg om de overleden moeder te benoemen, zoals <em>Ik omhels je met duizend armen<\/em> van Ronald Giphart, die dit boek schreef als ode aan zijn door euthanasie ingeslapen moeder. Van Hanny Michaelis komt de prachtige volzin: <em>Met mijn moeder die las en breide tegelijk en mijn vader die zes uur per dag piano speelde, heb ik jarenlang gepraat, gelachen en ruzie gemaakt, totdat ze werden ingelijfd bij de legendarische 6 miljoen&#8217;. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Het is een wankel bruggetje naar de prijzende, dankbare man. Daarvoor hoef je niet eens aan te kloppen bij een grote dichter als Hans Andreus. Hij schreef voor de goede orde: <em>Maar zeg het aan geen mens. \/ Ze zouden je niet geloven.\/ Ze zouden niet willen geloven \/ dat alleen maar een man alleen maar een vrouw, \/ dat een mens zo liefhad als ik jou. <\/em>Prof. dr. Cornelis Haas liet bij zijn heengaan in zijn OAB weten: <em>Ik heb een geweldig leven gehad.\/ Ans, jij bent het mooiste wat mij in het leven is overkomen. <\/em>En Ton Eijkenboom opende zijn OA met de woorden: <em>Ik heb een mooi leven gehad.\/ Ik heb een fantastische vrouw. \/ We hebben kunnen doen wat we wilden. \/ Het is goed zo &#8230;. <\/em>Maar toch, als ik al deze ontroerende regels lees, drijft die ene boven. Ik kom er niet onderuit te eindigen met die prachtige strofen van Martinus Nijhof over de nieuwe brug over de Bommel, dat besluit met de woorden: <em>Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer \/ kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. \/ Zij was alleen aan dek, zij stond bij&#8217;t roer \/\/ en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. \/ O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer &#8230;.. <\/em>p.s. Het heeft mij enige moeite gekost deze OAB voor elkaar te krijgen. <em>Ik ga slapen, ik ben een beetje moe.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong>4.7.26   Genot  <\/strong>Ik heb het weleens eerder gezegd, maar herhaling kan in bepaalde gevallen beslist geen kwaad. Wie herinnert zich bijvoorbeeld niet het toerloos herhalen van de rekentafels op de lagere school? En wat heb je daar nog aan? Het mobieltje is ge\u00efntegreerd tot een alles kunnend orgaan van ons lichaam en mede daardoor gaat een mens niet z\u00e9lf meer uitrekenen hoeveel 15 x 15 is of 28 + 33 als het antwoord in je rechterhand brandt. De volgende stap is de ge\u00efmplanteerde chip die reeds voor je \u00fcberhaupt aan het rekenen slaat, het antwoord al geeft. Daar is die tech-maffia nu druk mee bezig. Het verslimt de techniek en verdomt de mens. Het herhalen in dit geval betreft de terugloop van de krantenverkoop. Dat baart mij zorg. <\/p>\n\n\n\n<p>Vanmorgen kocht ik in het winkeltje bij de benzinepomp Trouw en de NRC. De mevrouw achter de balie (desk!) vouwde ze bedachtzaam op en stak ze mij toe en zei: &#8216;Ik wens u veel genot&#8217;. Daar keek ik van op. Ik bedankte haar en met haar woorden nog vers in mijn hoofd, liep ik naar buiten. Ik kon mij niet herinneren dat een verkoper in een winkel waar ik een krant kocht, dat ooit tegen mij had gezegd. Kennelijk is een krant geen ding dat men associeert met genot. Het woord krant neigt hier ook niet toe, omdat het uit het Franse <em>courant<\/em> komt, hetgeen <em>algemeen<\/em> betekent en zelfs <em>ordinair.<\/em> Platter kun je het bijna niet krijgen. In vroegere tijden was de krant h\u00e9t nieuwsmiddel, maar weinig voorwerpen leden ook zo&#8217;n kort bestaan. In de krant van de vorige dag werd de vis verpakt (heb ik weliswaar nooit zelf meegemaakt) of werd in de verschoonde kattenbak gedaan. Daar had je dan als journalist, als fotograaf, columnist, opmaker en drukker zo je best voor gedaan! Als verslaafde krantenlezer weet ik dat ik aan het kortste eind trek en krantenverkopers weten dat ook. Ze hebben met mij -arme sloeber- te doen. Elders in het winkeltje lag een stapel boeken met de opdruk FEELGOOD. Kijk, dat garandeert genot. Achter de toonbank, achter glas, lagen een paar dozen met luxe sigaren. Ook daar straalde het genot vanaf. En elders lagen speeltjes, want kinderen worden zeurderig als ze lang in de auto moeten zitten. De aankoop van zulke dingen gaat bijna altijd gepaard met veel plezier of geniet ervan. Maar een paar kranten? Er w\u00e1s toch niet iets mee? Men zou toch niet &#8230;? Was ik misschien de laatste koper? En daarbij; het huidige wereldnieuws is bepaald niet om van te genieten. Misschien bedoelde zij het alleen maar ironisch.<\/p>\n\n\n\n<p>Enfin &#8230; Thuis vouwde ik de kranten open en nam me voor er geweldig van te gaan genieten. Nog meer dan ik al die jaren heb gedaan. Want het voelt als een aflopende zaak, als het sluiten van de deur van een hersengymnastiekwinkel. Stond bij de inrit niet geheel toevallig een bulldozer? De chauffeur zat te zappen. Zo dadelijk mocht hij aanvallen.  <\/p>\n\n\n\n<p><strong>1.7.26 P<em>laat<\/em>K<em>eus #30<\/em><\/strong>   Muziek = emotie. Beter kun je het niet samenvatten. Dat zou ook een formule kunnen zijn, iets uit de wereld van de abstracte wetenschappen, met name fysica of wiskunde. Daar gaat weinig gevoel van uit. Geen empathie, gehos en zeker geen geschreeuw. Einstein, om maar eens iemand te noemen, was niet alleen een briljante wetenschapper, maar ook een begenadigde violist, maar een popgroep met de naam Albert Einstein erin ken ik niet. <em>Einstein on the beach, <\/em>maar dat is heel iets anders. In de zomers zo tussen &#8217;74 en &#8217;80 verbleef ik meerdere keren een weekend op Terschelling. Meestal kampeerde ik met een of meerdere vrienden op de beruchte camping Appelhof. &#8217;s Avonds en soms tot diep in de nacht brachten we door in een van de muziekcafe&#8217;s in Midsland. Zo tegen de middag liepen we dan naar de er tegenover liggende &#8216;Boerderij&#8217; om wat te eten. Altijd tosti&#8217;s en soep &#8211; keuze uit groente of tomaten. De muziek was aangenaam. Geen hitparade. Een verademing. In de zomer van &#8217;79 draaide er bijna continu een plaat die ik eerst niks vond, maar langzamerhand begon te waarderen. &#8216;Fisher Z&#8217;, heette de band en de plaat <em>Word Salad<\/em>. Beetje new-wave, maar eenvoudiger. Kort erop speelde Fisher Z in het Sterrenbos in Groningen. Omdat ik in die dagen de platenafdeling van een warenhuis runde, moest ik bij de tijd blijven, vandaar dat ik ook weleens naar die zondagmiddagconcerten toe ging. In het echt klonk die muziek van Fisher Z veel beter dan op die plaat. Veel voller en ook rauwer. Het gebeurde weleens dat klanten vroegen om platen van een artiest of een band die zij daags ervoor in het Sterrenbos hadden zien spelen. Als ik dit aanvoelde, dan bestelde ik al een paar exemplaren van zo&#8217;n band of artiest. Zo ook met <em>Word Sald. <\/em>Met die ene elpee moesten de Fisher Z- liefhebbers het voorlopig doen. Een tweede plaat kwam en een derde en daarna hield het ook al zo&#8217;n beetje op met Fisher Z. Ik zag de band in die jaren enkele keren op festivals. Maar waar kwam die naam nu vandaan? Wat betekent dat Fisher Z? Ik zocht het op. Het blijkt een aanduiding te zijn uit de wereld van de statistieken. Dat kon ik helemaal niet rijmen met muziek. Ingeval zou het misschien eerder iets zijn voor lieden als Philip Glass of Brian Eno; tamelijk mathematiche componisten. Helemaal niet met de nogal springerige John Watts, voorzanger en belangrijkste man van de band. Tot ik las dat John Watts was afgestudeerd in de psychologie en muziek maken zag als een vorm van therapie. In de psychologische wereld worden ook vaak statistieken gebruikt om zaken inzichtelijk te maken. Mogelijk lag hier het idee de band te noemen naar Ronald Aylmer Fisher. Een op en top Engelsman, net als John Watts. Fisher werd geboren in Londen in 1890. Hij was een briljante wiskundige, geneticus \u00e9n sterrenkundige. De Z staat voor de waarde waarin men statistieken uitdrukt, de zogeheten Z-score. Hierbij is Z 0 (nul) het gemiddelde, de neutrale rechte lijn. Toch wonderlijk dat een strakke new-waveband de naam gebruikt van een keurige, zo op de foto te zien, nogal stijve man. Sir Fisher stierf in Australi\u00eb in juli 1962. De muziek van John Watts en zijn maatjes heeft hij dus nooit gehoord. Misschien jammer, want het is nog steeds prima aan te horen. Om sir Fisher te eren en Fisher Z -still alive &amp; kicking!- onlangs zelfs weer op tounee-  kies ik als PlaatKeus vandaag: <em><strong>Word Salad<\/strong> <\/em>van <strong>Fisher Z. <\/strong>Uitgebracht in 1979.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>15.8.26 Prachtige vondsten Er zal denk ik nooit onderzoek naar zijn gedaan, maar vermoedelijk zoekt een groot deel van de mensen het geluk buitenshuis. Daar is niets op tegen, want reizen, zwerven zit ons in het bloed. Weinig mensen kunnen dat weerstaan. Bij de \u00e9\u00e9n is dat heftiger dan bij de ander. Ik beweeg mij ergens in het midden van dat spectrum. Niet echt een reiziger, een nomade, maar af en toe wel even een rondje doen met Rossi. Vanmorgen ook en al op tijd. Naar De Bulten deze keer. [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-16242","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/16242","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=16242"}],"version-history":[{"count":384,"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/16242\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16780,"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/16242\/revisions\/16780"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.veenberichten.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=16242"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}