Oktober 2017

Boeken 1.10.17

De pest met boeken is dat je er al gauw teveel van hebt en toch volhoudt er nooit genoeg van te kunnen krijgen. Als mij de tijd vergund wordt alle nog niet gelezen boeken te lezen, dan moet ik nog minstens een kwart eeuw in goede geestesgezondheid bestaan. Elke nieuwe aanschaf is dus onzinnig. Onlangs heb ik de gescoorde boeken van dit jaar geteld en kwam op 80, waarbij vermeld dat ik zeker enkele ben vergeten. Met andere woorden; tegen het nieuwe jaar haal ik wellicht de 100. Vanmiddag liepen wij tegen vijven even over de najaarsmarkt te Gieten, alwaar ik bij een stalletje een paar dozen boeken zag staan. Toch even neuzen. Daar zag ik uit de Privé-domeinreeks de briefwisseling van Gustave Flaubert en George Sand. Deze uitgaven zijn kostbaar. €15.-, stond erop aangegeven. Als ik €10.- had geboden had ik het waarschijnlijk wel gekregen. Op internet zag ik dat het minstens het dubbele waard is. Maar ja, wéér 566 pagina’s leeswerk erbij. Nee, ‘t is prima zo.

Paddenstoelen 2.10.17

We kwamen via een kruip-door-sluip-door-route op een veldje waar het stikte van de paddestoelen. Vooral knolamanieten, eekhoorntjesbrood en allerlei boleten. ‘Stevige jongens’ grijnsde het oudste lid van onze wandelgroep bij een perkje stinkzwammen. Gelach alom. Het blijft een duistere wereld, die van de paddestoelen, temeer de mens er met vreselijke krampen aan dood kan gaan. Alzo werd onze lichamelijke gesteldheid ineens een serieus gespreksondererp. Ik beantwoordde de vragenstelster dat het gezien mijn leeftijd nog prima gaat. De vermoeidheid slaat wat sneller toe, ik kan mij niet meer gelijk een ledenpop dubbel vouwen en ik schijn weleens zaakjes te vergeten. We liepen tot we niet verder konden. ‘Wat nu Pietje Cru?’ zei iemand. Dat zou nog eens wat zijn: wandelgroep van 22 mensen spoorloos verdwenen in Gieterbos. ‘Eekhoorntjesbrood genoeg’, hoorde ik. ‘Ja, zonder beleg’, zei iemand gevat. Gelukkig was er iemand met een goed oriënterend vermogen en spoedig waren we terecht. In licht verhitte staat betraden we kort daarop onze uitvalbasis. En wat smaakte de koffie en koek weldadig.

Petty 3.10.17

Tom Petty is dood. De dood waaiert gelijk een rouwkleed steeds vaker op naar gelang men ouder wordt. Soms komt het met horten en stoten, wil het leven van geen wijken weten en soms komt het als een donderslag uit een volslagen heldere hemel. Zoals nu met Tom Petty. Ik hou wel van zijn muziek, zijn nasale zang, die een versmelting lijkt van Roger McGuinne en Bob Dylan. Zijn naam deed mij overigens altijd denken aan Norman Petty, de man die Buddy Holly bijstond en naar gezegd werd niet altijd de medecomponist was van de meeste liedjes van Buddy Holly, maar wel de royalties opstreek. De muziekwereld kent ongelooflijk veel schurken. De meesten houden zich bezig met het onrechtmatig toeëigenen van gelden. Een zeer laakbaar gegeven. Ik heb Tom Petty & The Heartbreakers twee keer live meegemaakt: Op Pinkpop in 1977 en met Bob Dylan in 1987. Tom Petty stierf aan een acute hartstilstand. Als HoofdHeartbreaker is dat niet te bedenken. Zal er dan toch een Bovenvader zijn?

Terugkoop 4.10.17

Ietwat vreemd mailtje van een mij bekende schrijver. Enige tijd geleden verscheen er in een beperkte oplage een boekje van hem. Ik kocht het nogal ijlhoofdig, maar het viel me erg tegen. Dat zei ik zijdelings tegen een vriend van hem. De schrijver mailde mij vanmorgen dat hij het boekje wel terug wil kopen. Daar keek ik van op. Nu kan ik hem terugmailen dat ik het reeds in een ‘kleine bibliotheekje’ te Zuidbroek heb gedumpt (plausibel), dat ik het reeds bij inbreng ‘Het Goed’ te Emmen heb achtergelaten (geen aperte leugen), dat het strepen en opmerkingen bevat en dat het daardoor voor hem niet meer als nieuw te verkopen is (beetje waar) of dat ik het boekje, afgezien van mijn kritiek, toch eigenlijk wel wil houden (onzin). Ik weet natuurlijk niet wat hem tot deze actie heeft bewogen. Vermoedelijk was de oplage te gering en heeft het boekje inmiddels een zekere waarde gekregen. Terwijl ik hierover aan het prakkiseren was, zei mijn vrouw: ‘Doe het nou maar’.

Opzwiepers 5.10.17

Vanmorgen, terwijl ik de was afhaalde en vouwde, hoorde ik op de radio een 100-jarige zeggen dat de komst van de stofzuiger en het scheerapparaat zijn leven het meest hadden veranderd. Ik had verwacht dat hij televisie of koelkast zou zeggen, maar nee. Wat zou ik zelf op zo’n vraag antwoorden, dacht ik later. Kleurentelevisie, stereoapparatuur, gitaar, bandrecorder, elektrische tiepmachien…? Die veroorzaakten bij mij kleine revoluties. De aanschaf van een relatief simpel apparaat kan voor een opzwieper in iemand’s leven zorgen. Maar ik moest naast al die elektrische apparaten ook denken aan wat ik tussen de mensen heb zien veranderen. Van seksuele voorlichting was in mijn jeugd bijvoorbeeld haast nog geen sprake. De wereld bestond formeel uit mannetjes en vrouwtjes. Homoseksualiteit bestond, maar werd doodgezwegen. De eerste publieke bekenningen veroorzaakten een schokgolf. Een man die de was deed was een wijf. Nu zie ik bij de omroepen die vroeger alles hekelden, programma’s over geslachtsverandering en over emancipatie. Misschien was dat wel grensverleggender dan een reis naar de maan.

Vergelding 6.10.17

In Groningen is een man in een handgemeen met zijn ex door haar in paniek neergestoken. De man had haar tijdens hun relatie meer dan eens afgetuigd. Daar kan ik bijzonder slecht tegen. Goed zo, dacht ik dus. Ik ben niet voor het straffeloos neersteken van belagers, dat nou ook weer niet. In Duitsland bekortte enige jaren geleden een vrouw de rechtszaak door haar stalker in de rechtszaal dood te schieten. Bravo, dacht ik toen onbesuisd. Misschien is deze houding wel ontstaan door al die films en boeken waarin de slechterik het altijd moet ontgelden. Maar evenzogoed door kennis te hebben genomen van de uitroeiing van vele volkeren door de eeuwen heen. Daardoor ontstaat een vertekend beeld. Ik ben mij daar heel goed van bewust en toch blijf ik erbij dat de bruut (hij wordt ook nog verdacht van vrouwenhandel) terecht een broodje van eigen deeg heeft gekregen. Ik torn hiermee wel aan de richtlijnen van Amnestie International. Maar het is het één of het ander. Daarmee uit.

Kousen 7.10.17

Vanmiddag liep ik via het Drostenlaantje naar het Drents Museum, toen een man, die een eind voor mij liep, plotseling halt hield en zijn kousen begon op te trekken. Geen bijzondere handeling, edoch hij trok ze zonder gêne tot over zijn knieën. Behalve bij sommige sporten zie je mannen in het daagse leven geloof ik geen dijbeenlange kousen of maillots dragen. Nog maar een paar eeuwen geleden was dergelijke beendracht algemeen voor mannen, dus waarom zou je er moeilijk over doen. Toen de man zijn kousen had opgetrokken en zijn broekspijpen weer had gladgestreken, liep hij verder. De hele handeling had nog geen tien tellen geduurd. Alsof het zo moest zijn zag ik in het museum in een vitrage enige dijbeenlange kousen van een Liaokrijger uit Mongolië liggen. Ik draag eerlijk gezegd ook weleens kousen -zeker bij kouwig weer zoals vandaag- tot aan mijn knieën. Dit en de futiele handeling van die man zullen me helpen om als het werkelijk winter wordt tot over de knie te gaan.

Status 8.10.17

Ik meet de belangrijkheid van een ontslapene onbewust af op het aantal en de afkomst van de advertenties in de krant. Dat is een tik van vroeger. Maar de papieren nieuwsbrenger houdt langzamerhand op te bestaan en ik weet niet of internet dit sympathieke gebruik zal overnemen. De Volkskrant bevatte vandaag vier pagina’s rouwadvertenties ter nagedachtenis aan Eberhard van der Laan, Burgervader van Amsterdam. Afgezien van enkele familiaire, allemaal van bestuurlijke instanties van eigen en omliggende steden. Een indrukwekkend monument om de populariteit van de man te onderstrepen. Mijn vader zat ook in veel besturen. Van het plaatselijk Volksonderwijs tot het Drents Landbouw Genootschap. Veel van die instanties hielden tijdens zijn leven op te bestaan of fuseerden en daarmee verdwenen ook de besturen. Na zijn overlijden, toonde enkel de Oranjevereniging haar medeleven. Mijn moeder, die nooit in enig bestuur zitting had, kreeg evenveel advertenties als mijn vader. Het zegt dus niet alles hoeveel iemand voor de buitenwacht heeft betekend. Zelfs niet als men is geridderd, zoals mijn vader.

Leesvoer 9.10.17

Soms heb je onvoorziene gelukjes. In Assen stak een klantenwerver mij zaterdag het ‘Dagblad’ toe en op mijn terugloop naar de parkeerplaats, vond ik onder een struik de nieuwste NRC. Ik pakte het weifelend op. Wie weet legde iemand het hier altijd voor een bepaald persoon neer. Maar de schurk in mij lispelde ‘die heeft een bezorger weggegooid’. Want dat gebeurt. Er hing regen in de lucht en de krant zou vlot veranderen in een natte drol? Ik koop de NRC soms. Al die reclame stoort me. Wat moet ik met aanprijzingen van auto’s van een ton, reclame voor peperdure horloges, wijnen en exquise designmeubelen? Dat de krantenverkoop terugloopt ligt mijns inziens voor een groot deel aan deze vervuiling. Het liep al tegen sluitingstijd en bij de Bruna waren de krantenrekken nog aardig vol. Bij ‘Familieberichten’ las ik zoeven de boventekst: Uurwerken verbinden verleden, heden en toekomst met elkaar, van de ontslapene J. Boomsma. Een mooi regeltje. Ik was ineens blij dat ik dit pakket leesvoer had gered.

Biertje 10.10.17

Lange tijd was mijn biertje niet verkrijgbaar. Als ik er naar vroeg hoorde ik steevast dat het niet meer leverbaar was. Begin jaren ’90 stopte ik na een juridische kopstoot met het consumeren van alcohol. Zelfs visite moest het er meestal zonder stellen. Mede vanwege mijn verergerende allergie voor rook bleef bezoek daardoor steeds meer weg. Pas jaren later dronk ik door het enthousiasme van iemand zo’n Iers biertje. Het smaakte me bijzonder goed. Niet dat ik weer stevig begon in te nemen, zo af en toe nam ik er eentje. Dit ritueel eindigde omdat het niet meer verkrijgbaar was. Vanmiddag liep ik even aan bij een buurtwinkel. Ik koop daar weleens een krantje of een broodje. Tot mijn verrassing zag ik in de bierhoek het mij zo vertrouwde merk, jammer genoeg zonder logo van de roodharige dame. Ik kocht meteen een sixpack. Zoeven nam ik de eerste teug. Mijn hoofd duizelde een moment. Het was alsof het even van slag was. Daarna begon de verloren gewaande euforie.

Boeren 11.10.17

De wind voelt guur aan en het regent van tijd tot tijd. Dat mag, het is oktober. De aardappelen op het lage middenstuk van het land voor ons huis staan te verrotten. Daar kan de rooimachine niet overheen. ‘t Is ieder jaar hetzelfde. Vorig jaar met mais. Een paradijs voor ganzen en fazanten. Opgegroeid tussen land en vee krijg je daar toch een tik van mee. M’n vrouw vertoont dezelfde trekken. Als we op een zomerdag door het Hogeland rijden kijken we als twee doorgewinterde boeren naar wat er zoal groeit en als de eerste combine opduikt gaat dat niet ongezegd voorbij. Nu wil ze de tuin in, maar het weer laat het niet toe. Wij hebben wat dat betreft weinig zorgen. We hebben geen land, dus ook geen quota, maar toch voelen we mee als de oogst mislukt en tot zorgen lijdt. ‘Ik ga even naar buiten’, zegt ze opeens en trekt gewapend met hark en schop de tuin in. Zo keutelen wij vol levenslust de dagen door.

Woede! 12.10.17

P. is de moordenaar. Hieromtrent bestaat weinig twijfel. Hij wist na dagen van hardnekkig zwijgen precies de plek aan te wijzen waar Anne Faber lag. P. is recidivist. In 2010 heeft hij twee tienermeisjes zeer gewelddadig verkracht, tevens werd hij voor een reeks gewelddadige berovingen tot 11 jaar veroordeeld. Met een beetje geluk is een veroordeelde na 2/3 van zijn straf te hebben uitgezeten weer vrij mens. P. weigerde mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek en ontliep daardoor TBS. Dat maakt me furieus Hij genoot grote vrijheden. In het kader van terugkeer in de maatschappij bezocht hij zonder toezicht familie en vrienden. Ik ben tegen de regel dat zedendelinquenten en moordenaars na 2/3 van hun hechtenis al weer vrij mogen rondlopen. Resocialisatie, my ass! De eis was 16 jaar, afgezwakt tot 11 jaar. Het is wat al te makkelijk te beweren dat bij nakoming van de strafmaat Anne Faber nu nog had geleefd, maar de kans is niet ondenkbaar. De Nederlandse justitie heeft blind aangestuurd op dit drama.

Doorgeefboek 13.10.17

Op de slechts twee Poeh-boeken van A.A.Milne is een aantal publicaties verschenen die beer Poeh tot onderwerp hebben. Taoh van Poeh is er eentje van. Ik nam het onlangs mee uit het boekenkastje aan de Beatrixstraat. Voorin het exemplaar zit een sticker met daarop ‘4/11/93 Lieve Frank. Een jaar bij elkaar en ik ben nog steeds harstikke gek op je. Op naar de toekomst! x Thérèsa’. Wat is er van deze twee mensen terechtgekomen? Zijn ze nog bij elkaar? Het boek is overigens weinig of helemaal niet gelezen, getuige de ongeschonden rugband. Verderop in het boek vond ik twee bioscoopkaartjes van 5 november 1993. Het jaartje verkering werd kennelijk in Cinema gevierd. Leefden ze naar de regels van het Taoïsme en hebben ze elke dag met het verwerven van wijsheid iets weggedaan of speelde een minder verheven motief een rol bij het afstaan van het boek? Vragen die elke filosofie of levensbeschouwing stelt en waar je als leek niet makkelijk uitkomt. Maar boeiend is het wel!

Stelling 14.10.17

Vanmiddag nam ik bij een boekenstalletje in het Groninger Archief een gratis Nieuw Israëlisch Weekblad mee. Ik heb altijd sympathie gevoeld voor het Joodse volk, natuurlijk ontstaan door kennis te nemen van de Tweede Wereldoorlog, wat een gruwelijk beeld opleverde. Maar nu lees ik in het blad iets waar mijn haren van overeind gaan staan. ‘In iedere niet-Jood schuilt een antisemiet’. Het is een stelling, maar toch… Het betekent in al zijn simpelheid dat een Jood met recht een hekel mag hebben aan mensen die niét tot het joodse volk behoren. Dat is cru gezegd, maar zo lees ik het. Hoe uitverkoren voel je je echter nog bij de aanblik van een misbaksel als Harvey Weinstein? Eén rotte vrucht hoeft de mand niet aan te tasten, dat is waar. In de Nazi-top zaten ook mensen die zich uitverkoren voelden, die zich er expliciet op lieten voorstaan. Onbesneden – zonder godsgeloof, maar even fanatiek als het meest orthodoxe deel van de Joden. Met wespensteken als deze kan men ongewenste tegendruk verwachten.

Taststok 15.10.17

We kwamen niet geheel toevallig de poëet Egbert Hovenkamp II tegen. Hij is één van de aardigste dichters die ik ken. Het is bijna niet voor te stellen dat als men even met Egbert verkeert, er over de wereld zoveel mensen elkaar naar het leven staan. Egbert verwonderde zich over de handigheid waarmee mijn vrouw zich middels een taststok ogenschijnlijk moeiteloos door het verkeer verplaatst. ‘Ja zeker, groot respect’, zei ik, ‘maar het is het hufterige en onzekere gedrag van al die bellende, zappende en appende mobilisten die het voortbewegen voor haar zo griezelig maken. Veel gevaarlijker dan slechts de visuele beperking’. Ik vertelde dat ze onlangs in Appingedam bijna van de sokken werd gereden door twee meiden op één fiets, beiden totaal gefocust op hun mobieltje. Ze waren nog verbaasd ook toen ik ze uitfoeterde. ‘Men kan die dingen toch wel zó maken dat ze alleen werken als de gebruiker niet beweegt?’ zei Egbert. Een schitterende wensgedachte, maar eerder zal men zure regen in zoete wijn veranderen.

Nazomeren 16.10.17

Half oktober, 23 graden en windstil. We zaten aan het Zuidlaardermeer en genoten op het terras van de stilte. Er lagen nog aardig wat bootjes. Vlak voor ons lag de ‘Neeltje’. We keken er naar. Mijn vrouw ging even naar het toilet, ik bestelde ondertussen twee theetjes. Naast mij at een sjiek uitziende meneer een broodje zalm. Over de steiger kwamen een man en een vrouw naar het bootje toegelopen. Het waren weldoorvoede, gepensioneerde mensen. De in een felgekleurde zomerjurk gestoken vrouw stapte voorzichtig over de reling van het bootje, dat schuin wegzakte. De man pakte de reling vast en gaf het bootje een extra duwtje. De vrouw slaakte een gil en riep ‘Niet doen, idioot’ en liet zich zwierezwaaiend in een van de twee kuipstoelen op het achterdek vallen. De man lachte uit volle borst. De meneer naast me zei ‘Nounou’. Toen staken ze allebei een forse sigaar op en voeren langzaam weg. Mijn vrouw kwam terug. ‘Nog iets gebeurd?’ zei ze. ‘Neuh, niet echt’ zei ik.

Plek 17.10.17

Vanmorgen naar Zuidlaren geweest. Het is de 817de Zuidlaardermarkt. Als ik ga, ga ik heel vroeg, want overdag is er geen doorkomen aan. Om zeven uur heerst er alleen bedrijvigheid bij de stalhouders en paardenhandelaren. Ik ging er voor het eerst naartoe toen ik een jaar of tien was. Op de fiets, met mijn broer Heildert. We gingen naar de Landbouwbeurs in de immense Prins Bernardhoeve. Ik kwam met een tas vol kleurrijke folders van vooral trekkers weer thuis. Van Belarus tot Zetor en merken die allang niet meer bestaan. Marktleider John Deere was nog amper in zicht. In latere tijd vonden er regelmatig popconcerten plaats. Ik heb er grote bands gezien, maar ook Kevin Coyne, de Johnny the Selfkicker uit Derby, UK. Weinigen begrepen zijn woeste act. Ik was meteen verkocht. De Prins Bernhardhoeve bestaat niet meer. Het terrein is leeg. Het zicht wordt vandaag ontnomen door goederenstallen. Haar geschiedenis zal vast weleens worden neergelegd in een kleurrijk boek. Maar zonder Kevin Coyne, wat ik je brom.

Aanduiding 18.10.17

Gisteravond moest ik in een dorpscafé voorlezen voor de Vrouwen van Nu. Gewoonlijk begin ik met ‘Goedenavond dames en heren’, maar sinds enige tijd staat deze aankondiging ter discussie. Ik zou ‘Beste luisteraars’ kunnen zeggen, maar dat klinkt oubollig. Na wat wikken en wegen zei ik afgeknot ‘Goedenavond dames…’ Ik dacht hier het beste aan te doen. Kwam er in de pauze toch nog een mevrouw mededelen dat de aankondiging Dames niet voldoende was. Er bevond zich onder het publiek namelijk ook een transman en die voelde zich tekort gedaan. ‘Wat had ik dan moeten zeggen?’ zei ik. Dat wist ze zelf ook niet. Bovendien vond ze het storend dat ik in mijn stukjes nooit de náám van mijn vrouw noem. ‘Iedereen weet toch wel hoe ze heet. Dat mijn vrouw doet zo bezitterig aan’, zei ze kribbig. Ik zei dat mijn vrouw beslist niet met haar naam genoemd wil worden. Ze weet hoe Loesje Voskuil hier onder heeft geleden. Daar had mevrouw Bemoeizucht niets op te zeggen.

Nippertje 19.10.17

Het plezierig verlopen middagje veranderde in één tel bijna in een ramp. We waren even naar mijn broer Harm in Emmen geweest. Op de terugweg via de N34 naderde ons bij de oprit Exloo een auto. Gezien de snelheid van het voertuig ging ik er vanuit dat het de bedoeling was om vóór ons te komen. Mij best. Ik minderde gas en reed rustig door. Maar ons eenmaal gepasseerd hield de auto plotseling in, waardoor we elkaar troffen bij het eindpunt van de oprit. Uitwijken was onmogelijk in verband met tegemoetkomend verkeer. Een frontale botsing zou het directe gevolg zijn. Ik moest krachtig remmen. De aanstichter schoof door de berm en spurtte er vandoor. Ik vloekte krachtig van schrik. Bij Borger passeerde ik de auto. Ik keek even opzij en zag dat het een witgekuifde dame was. ‘Ze moeten zo’n ouwe brik meteen van de weg halen’, brieste mijn vrouw. Ik was gezien mijn leeftijd iets voorzichtiger, maar was door dit incident de hele middag knap van slag.

Jager 20.10.17

In het Annermoeras zag ik een maishakselmachine bezig. Een imposant gezicht, waarvoor ik even stopte. Zoals de Zuidlaardermarkt de herfst inluidt, zo luidt de maisoogst voor mij het eind van de zomer in. Op de wendakker zag ik een man met naar ik dacht een vork over zijn schouder staan, maar het was een jachtgeweer. In maisvelden huizen veel fazanten en dat is dus prijsschieten. De man keek strak langs de rijen. Ik vermoed dat hij mij als een indringer zag, als een lastpost, als een controleur. In de Stad kocht ik ooit eens bij een kiosk uit nieuwsgierigheid een jagersblad. Ik zag aan de verkoper dat hij mij niet vertrouwde. Ik straal denkelijk geen jagersmentaliteit uit. Ik snap best dat wildbeheer noodzakelijk is, maar aan plezierjacht heb ik de pest. Hoeveel schade doen nou die paar fazanten? In kwade buien dacht ik weleens aan een virus die de plezierjagers zouden treffen. Dat mag natuurlijk niet. Soms schieten jagers elkaar zelf overhoop. Zo blijft het in eigen hand.

Zuivering 21.10.17

Voorop de ochtendkrant stond in koeienletters het woord #metoo en daaronder een rijtje koppen. Ik snelde er langs en voelde de blik van een mevrouw naast me. Ik heb ook weleens een slippertje gemaakt, die hoewel niet geheel ongewenst, rumoerig verliep, dus zou ik ook best een #metoo-excuus mogen maken. Ik liep in gedachten langs al mijn verhoudinkjes, maar vond niet dat er erg laakbare handelingen waren gepleegd. In het verre verleden poogde ik weleens avances te maken die nu als te vrijelijk niet meer gedoogd zouden worden. Ik heug mij weinig vrijages die er voor in aanmerking zouden kunnen komen. Een potentiële gegadigde fluisterde mij later zelfs eens toe wanneer ik het karwei helemaal af zou maken. Die tel ik dus niet mee! Bij twee vrijages liep ik een overdraagbare aandoening op, hetgeen leidde tot heftige onenigheid en eeuwige distantie. Ook deze zaken zijn #metoo-onwaardig. #metoo brengt naast schaamte ook kostbare herinneringen naar boven. Het zou mooi zijn als men het in der minne weet te schikken.

Wolkers 22.10.17

Op 5 november 1971 kocht ik Turks fruit van Jan Wolkers. Ik las het voor mijn Mavo boekenlijst. Wolkers mocht wél, Simon Carmiggelt níet. Dat vond ik vreemd. Vooral vanwege de expliciete seksbeschrijvingen werd het boek als smerig weggezet, maar de scènes met zijn toekomstige foute schoonmoeder en het deurtje in het hoofd van Olga en haar dood, bleven mij het meeste bij. Ik las al zijn toen verschenen werk, maar na De walgvogel hield ik het voor gezien. Jan Wolkers is tien jaar dood. Mede door de deze week verschenen biografie over hem staat hij weer behoorlijk in de belangstelling. Maar ook de mindere, vooral tirannieke kanten van Jan Wolkers komen nu in beeld. Hij zou het in deze tijd van mannendebunking niet makkelijk hebben gekregen. De later uitgekomen dagboeken beschrijven een man die veel geld uitgaf aan tuinplanten, voedsel en wijn. Af en toe neukte hij zijn vrouw of een vriendin. Het krijgt een rauwe ondertoon. Je zou het van weerzin bijna aan de kant smijten.

Vuurwerk 23.10.17

We zitten in de achterkamer. De vrouw is aan het fröbelen met brooddeeg, Trudie ligt op haar stoel en Wilfried knort in de krantendoos. Wind en regen geselen de ramen. Ik heb geen muziek opgezet. Ik lees een verhaal van Belcampo dat in Rijssen speelt. Er wordt in geplunderd en gemoord. Ik kan het hebben zolang het maar niet te dicht op mijn huid komt. Tegenwoordig schrijft iedereen. Zelfs gekken en analfabeten. Onderwerpen te over lijkt het wel. Dood, verdriet, jeugdtrauma’s, seksueel geweld, ziektes, verlatingsangst, psychische problemen… enzovoorts. Ik zou dat toch ook wel moeten kunnen, alleen, ik hou niet zo van ouwe koeien. Is er niet iets nieuws te bedenken? Alles verloopt zo vredig. Kan ik daar niet wat mee? Remco Campert heeft eens geprobeerd een roman te schrijven waarin geen narigheid voorkomt. Het werkte niet. We willen gooi- en smijtwerk, overspel en smerigheid. ‘Theetje’, zegt mijn vrouw, net wanneer Rijssen de lucht in vliegt. ‘Ja lekker’, zeg ik. Nee, dat wordt voorlopig niks met een boek.

Bom 24.10.17

Op de dag dat ik het boek Hunebedden van Frits Bom bij de Inbreng kocht, hoorde ik ‘s avonds dat hij overleden was. Noem dat maar geen toeval. Ik ben het vanavond gaan lezen. Zijn idee over het maken van de hunebedden was bij archeologen zeer omstreden. Hij werd ook wel de Erik von Dänicken van de Lage Landen genoemd. In het Hunebedden Centrum te Borger ligt het in een vitrine naast allerlei fantasieprullaria over de steenmens. Ik hou wel van afwijkende meningen, al slaat Bom wel een beetje door met zijn zienswijze over lasergebruik en buitenaardse hulp bij het fabriceren van deze steenhopen. Maar aanwijsbare bouwmethoden zijn tot op heden nog niet gevonden en dan ligt er een zee van mogelijkheden voor een fantasierijk brein. Frits Bom had dat. Hoe volgens hem het Trechterbekervolk aan een werkende stenensplijtlaser kwam is mij niet duidelijk geworden, evenmin hoe wezens van bovenaf de vele tonnen zware dekstenen hebben neergelegd. Een plausibele verklaring hiervoor hoop ik nog voor mijn dood te vernemen.

Tjechië 25.10.17

Mijn zus gaat vandaag met een bus naar Tjechië. Ik kan moeilijk zeggen dat ik haar ongelijk geef, maar ik zou van mijn levensdagen niet met een busgezelschap mee willen. Een stad als Praag zal best het bekijken waard zijn, hoewel ik moeite heb met het land. Het staat vijandig tegenover de zigeuners en ze verjoegen de Sudeten-Duitsers eerdaags zonder mededogen. Ik ben een beetje bevreesd over de teloorgang van een eenheid. Wat heeft de opdeling van Joego-Slavië de bewoners van die landen niet voor een ellende gebracht. Schotten, Walers, Vlamingen, Catalaners, Koerden, Transylvaniërs.., overal vechten mensen zich vrij. Ontevreden over de grenzen van het land en de gelden. En kijk eens naar een vlek als Haren, dat als een balsturig kind uit de klauwen van stad Groningen probeert te blijven. Men zou er een buurtoorlogje voor willen riskeren. Strijd begint meestal met een hautaine dwarsligger, gevolgd door Kafkaiaans gekonkel. Let wel, ik ben niet afkerig van reizen, alleen ik dool het liefst in mijn eigen omgeving rond.

Plooien 26.10.17

Mijn uitgever -eigenlijk is dit niet helemaal correct, want ze geeft zo weinig van mij uit dat het geen naam mag hebben- berichtte mij onlangs, dat, indien ik mijn stukjes door één van haar redacteuren laat selecteren en bijschaven, er goede kans bestaat dat ze het in een boekje zal uitbrengen. Ik zal niet zeggen dat ze het slecht bedoeld, de kwestie is veeleer dat ik moeilijk kan beslissen. Al die stukjes zijn mij even lief en ik ken het botte bijlwerk van boekredacteuren. Schrijffouten, onjuiste woorden, kromme zinnen en ander tekstueel ongerief dient uiteraard te worden aangepakt, Maar Alleen Dat! ‘Goed’, berichtte ze terug, ‘dan laten we het hierbij’. Gerustgesteld schrijf ik door niets en niemand gehinderd voort aan dit monstrum. Of zal ik er toch eens mee kappen? Er zijn nu eenmaal dagen dat er niets gebeurt en er dus ook niets valt te schrijven, tenzij ik overga op leugen en bedrog. Dat is niet mijn wereld, al bezig ik regelmatig woorden gelijk men stijlbloemen schikt.

Chronisch 27.10.17

De vrouw is ziekjes en ligt in bed. Omdat ze mij nodig kan hebben blijf ik beneden en werk een stapel kranten door. De patiënt moet ongestoord de dag door komen. Wij vallen allebei regelmatig uit vanwege één van onze lichamelijke kwaaltjes. Nu lees ik dat wij tot de helft van de Nederlanders behoren die lijden aan de tien meest voorkomende chronische ziekten. Bij zes van de tien aandoeningen kan ik een vinkje plaatsen. De meesten zijn leeftijdgerelateerd. Geen paniek dus. Er zullen wel middelen zijn die soelaas bieden, maar ik vrees de vervelende bijwerkingen. In het rijtje mis ik psychische ziekten en burn-out en juist die lijken mij aardig chronisch. Het is nu 15.00 uur. Ik heb nog geen nieuws gevolgd en geen enkel telefoontje gehad. Niemand is ons nodig. Heerlijk! Mijn hoofd begint van al dat gelees warm te worden. Daarvan staat ook niets in het rijtje. Misschien moet ik het zelf ophoesten. Ik zal het ‘warmhoofdsyndroom’ noemen. Wie weet heeft elke lezer er straks spontaan last van.

Donkerte 28.10.17

Op het moment dat ik dit schrijf (19.00 uur), vindt overal in Nederland ‘De Nacht van de Nacht’ plaats. Een evenement dat is bedacht om mensen te wijzen op de schoonheid van de duisternis. Iedereen wordt opgeroepen het licht te doven. Bijkomend aspect is mensen te attenderen op het overdadig gebruik van energie. Dit kan niet zonder aansporing en ik telde in de krant een opsomming van 49 buitendeurse activiteiten in Groningen en Drenthe. Dit lijkt me in tegenspraak met de doelstelling. Men vergeet kennelijk even
dat veel van die bezoekers en deelnemers middels auto’s naar deze plekken moeten en hierbij licht verspreiden en energie verbruiken. Mensen wijzen op het onverantwoorde gebruik van grondstoffen is uitstekend, maar blijf -zeker in dit geval- thuis. Dat snijdt tenminste hout. De hemelse donkerte kan men evengoed vanuit eigen tuin aanschouwen. Ga op tijd naar bed en sta pas tegen zonsopgang weer op. Met de extra uur vanwege de klokverdraaiing erbij voelt het als een miniwinterslaap. Ik ben er helemaal klaar voor!

Vogelstand 29.10.17

Het gaat slecht met de insecten, lees en hoor ik. Niet meteen iets waar ik mij druk over zou maken. Vorig jaar hadden wij een nest met hoornaars precies boven onze afdak. ‘s Avonds bij een kaarsje kwam de hele meute op ons af. Geen pretje. Dit jaar helemaal niets. Een enkele hommel en een paar wilde bijen op de lavendels. Maar door het afnemen van de insectenstand komen jonge vogels niet tot wasdom. Zo zie je hoe alles samenhangt. Of daar veel van te merken is in onze eigen tuin weet ik niet, maar opvallend is het wel dat we afgelopen zomer bijna geen vleermuis hebben gezien. Mogelijk gedecimeerd door gebrek aan vliegjes. Ook zwaluwen en spreeuwen niet. De vetbollen vinden zelfs minder aftrek, lijkt het wel. Ik turfde vanmorgen alleen pimpel- en koolmezen, een vinkenpaartje, twee merels, een specht, een vlaamse gaai en een winterkoninkje. Op de lege akker voor ons huis fourageren twee nijlganzen. Of zal het wraak zijn van de hoornaars? Dat zou best kunnen.

Bewegen 30.10.17

Mijn vrouw heeft meer plezier in het bijwonen van feestjes dan ik. Zij weet zich heel goed te bewegen tussen de gasten en knoopt moeiteloos gesprekken aan. Ik ben onhandig bij zulk soort gelegenheden. Het liefst maak ik na de koffie of thee een ommetje. Als er een gespreksonderwerp met zekere overeenstemming is afgerond, streep ik het in gedachten weg. Volgende zaak, denk ik dan luchtig. Ik houd mij natuurlijk in, want ik wil het feest niet verpesten, maar waan me niet zelden bezig met een nuttig karweitje of het lezen van een spannend boek. Dat is superegoïstisch en als men van mijn zielenroerselen zou weten, zou men mij niet ten onrechte de deur wijzen. Dat zou ik tenminste wel doen. Maar ik zet met enig vertoon mijn masker op en veins plezier. Als we naar huis rijden zegt mijn vrouw dat ze het erg gezellig vond. ‘En jij had het ook wel naar je zin, zag ik’, zegt ze. ‘Ja hoor’, zeg ik, zonder blikken of blozen.

Verval 31.10.17

Er zijn van die dagen dat me niets wil lukken. Niet dat er veel hoeft te lukken. Ik heb een stapel kranten doorgespit en stukjes uitgeknipt voor mijn archiefje. Daarna heb ik gewandeld, maar eenmaal thuis kwam de lamlendigheid in volle hevigheid terug. Het voelt alsof een prop mijn gemoedstroom blokkeert. De wereld draait er rustig om door. Er wordt geboren en gestorven, gevreeën en gevochten, gebouwd en afgebroken. Het zou het weer kunnen zijn, de stilte of het grote bederf. Ik denk ineens aan de ontzetting toen het World Trade Centre instortte, alweer ruim 16 jaar geleden. Zo snel stuwt de tijd ons voort. Weg van de ellende, weg van de euforie, weg! Tijd kent geen genade. In de verte klinkt een sirene. Alsof het voor mij bedoeld is. Ik voel me van schrik opveren. Meteen gonst het door mijn hoofd: misschien ben ik morgen wel aan de beurt. Wie weet is het deze innerlijke doerak die me de wil ontneemt er vandaag iets van te maken.