Maart 2018

Snaaien 1.3.18

Ik ben een snaaier, daar kom ik eerlijk voor uit. Het woord snaaien heeft een negatieve klank, maar op het gevaar af dat ik nu voor een schurk wordt aangezien, gebruik ik het toch. Mijn snaaien bevindt zich keurig binnen de regels van de wet. Ik snaai vooral voedsel waarvan de houdbaarheidsdatum verstrijkt. Gisteren had ik bijvoorbeeld 3 pakken vla en 1 pak melk. Alle pakken zijn voorzien van een sticker met 35% korting en de toevoeging ‘Weggooien is zonde’. Kortgeleden werden deze pakken met zuur overgoten en gedumpt in de kliko, zodat zelfs zwervers en containereters er niet van konden profiteren. Een verachtelijke methode. Aan de ene kant de voedselbank met mooie praatjes steunen en aan de andere kant eersteklas voedsel vernietigen. De helft van de producten in onze koelkast zijn over datum en zouden ziekmakend zijn. Het gaat de grootgrutters primair om claims te voorkomen. Het levert mij doorgaans genoeg winst op om een krantje te kopen. Zo komt Jan Dromer voordelig door winter en zomer.

Zuivering 2.3.18

Iemand wees mij op De Luizenmoeder, een serie van avrotros. ‘Da’s lache geblaze. Komt er een zwarte homovader -alleen dat al!- op de ouderavond de klas binnen en zegt juf Ank ‘Over 30 minuten kun je de klas schoonmaken hoor’. Dacht zij dat hij de schoonmaker was! Lacheh!’ Ik zag die scène vanmiddag, want ik keek twee afleveringen via Uitzending gemist. Nu weet ik het dus ook. Alle doorgeschoten politieke correctheid van de afgelopen twee-drie decennia is bij elkaar geharkt en zorgvuldig door de comedymolen gedraaid. De meest bekeken serie van het afgelopen seizoen. Het gaat er op sommige scholen écht zo toe, las ik onlangs. Dan is er wel heel veel mis en verwacht ik eerdaags nog eens een bloedbad. Toen ik niet adequaat reageerde op die ‘schoonmakers-mop’, zei hij ‘Ja, maar het ís toch ook van de zotte. Neem nou Zwarte Piet. Wie kan daar iets tegen hebben?’ Ik denk dat het nog jaren kan duren voor we ons verleden van leugen en bedrog hebben gezuiverd.

Schrijven 3.3.18

Naar de goochelconference van Toon Hermans over de duif: ‘De oorlog heeft veel kapot gemaakt, meneer’. Dat regeltje duikt soms ineens bij me op. Maar niet alleen de oorlog, denk ik dan vervolgens. Het gaat om veel meer. Ontelbaar veel kapot gemaakte levens, die ik van foto’s in boeken en van documentaires ken. Afschuwelijke beelden. En van geschriften uit concentratiekampen en briefjes uit wegrijdende treinen. Opdat de buitenwereld van hun bestaan en hun radeloosheid zou weten. Wijkende levens op snippertjes papier. Maar ook liefdesoprispingen, geheime affaires, verlichtende codes, literair gestoei. De minuscule aanwijzing ihvj (ik hou van jou) of zop (zie onder postzegel). Dat is allemaal verleden tijd. De hoeveelheid post slinkt met de dag, het bezorgen wordt te duur. Digitaal vervangt in ijltempo de geschreven taal. Schrijven is ten dode opgeschreven. Nu is er een postdialoog op komst. Dat voorspelt niet veel goeds. Zo bezien is er veel kapot gemaakt, meneer. En dan heb ik het nog niet eens over het verdwijnen van die vaak prachtige postzegels.

Nederig 4.3.18

Vanmorgen de Bruinebonen Wandeltocht in ons dorp gelopen. Meerdere mensen vroegen mij ietwat voorzichtig hoe het ermee gaat. ‘Goed’, zei ik, zoals altijd. Ik wil mensen niet in versombering brengen met mijn sores, maar ik verbloem de waarheid evenmin. Nu ook niet. Ik voelde mij bij elke expliciet uitgesproken beterschapswens wel steeds nederiger worden. Er wordt voelbaar rekening met mijn bestaan gehouden, zoals ik onbewust ook met hun bestaan rekening houd. Het was alsof ik door deze opbeuringen een extra duw in de goede richting kreeg. Maar ook dat ik zelf mee moet helpen die rotkanker uit mijn lijf te jagen. Het voelde kortom heel weldadig aan. Zo ging ik aan de wandel met mijn zus en zwager. We raapten tevens rommeltjes. Een optelsom van louter genoeglijkheden. De kou deerde ons niet. We waren gemotiveerd tot op het bot, het voedde ons humeur, al blijft de rommelmakende mens natuurlijk een kwelling. En bij terugkomst in het dorpshuis een lekkere bak bruine bonen. Hoe leuk wil men het hebben?

Kopland 5.3.18

Op 21 februari 1986 stond ik naast Rutdger Kopland in het toilet van toenmalige schouwburg Veenlust te Veendam*. We richtten ons zwijgend op onze taak. Wat zouden we ook zeggen? Als er iemand was die alles tot op de komma afwoog, dan was hij het wel. Voor jonge sla was het nog te vroeg en vuige taal lag me niet. Het was op een dichtersavond dat wij elkaar hier troffen. Toen mijn bundel Over de brug uitkwam, vroeg mijn uitgever Kopland het eerste exemplaar in ontvangst te willen nemen. Dat wilde hij wel, maar hij verbleef die week in Denemarken. Pas in 2008 hebben wij elkaar voor het eerst gesproken. Dat was tijdens de ‘Zeuvendaagse wandeltocht’ naar zijn schrijfhuisje bij Schipborg. Ik had niet de moed iets over het bovengenoemde te zeggen. Het had best gekund. Zijn gedichten zijn immers doordesemt van reminiscenties. Wie weet herinnerde hij zich die avond nog levendig. Maar het boven een pisbak staan mijmeren is vermoedelijk een te triviale gebeurtenis om te onthouden. .

 *Het cultuurcentrum dat in 1883 als Duitse bijdrage op de wereldtentoonstelling te  
  Amsterdam stond, werd aangekocht door enige Veendammer Heeren en in 1884 
  alhier opgebouwd. Na heel veel transformaties werd het helaas in 1999 gesloopt.

Voorkennis 6.3.18

Verwarring in mijn hoofd. Ik denk aan hoe ik er morgen rond deze tijd bij lig. Bij de vorige opname lag er een man tegenover mij uit Winterswijk. Voor de derde keer. Had darmkanker. Leek niet zo mooi, had ik het idee. Aan de andere kant lag een vrouw van middelbare leeftijd uit Appingedam. Was de ochtend toen ik aankwam van een kankernier ontdaan. Zo zei ze het zelf: kankernier. Een mondige tante. Kwam uit de zorg. Ze zei tegen de zaalarts ‘Moet m’n bloeddruk niet weer eens gemeten worden?’ of vroeg om bepaalde medicijnen. Dat zocht ze op op haar tablet. De avond voor ik onder het mes moest zat ik naast haar bed aan het tafeltje. De nachtzuster bracht mij tegen tien uur nog een kop thee. We voelden ons senang, lachten zelfs. De Winterwijker was s’ middags geopereerd en sliep als een roos. Het is bizar te weten dat ik kankercellen in mijn lijf heb, kankercellen die mogelijk mijn ondergang bewerkstelligen. Hopelijk vinden ze geen uitzaaiingen….

Uitgeschreven 7.3.18

Met de taxi naar Groningen. NRC gekocht bij Milo in het ziekenhuis. Op een wandeling van amper vijf minuten kun je op drie plekken in het UMCG kranten kopen. Na melding kreeg ik kamer 61, bed 3 toegewezen. Het was pas half elf. Ik ging de krant even doorstruinen. Op pagina 3 stond een mooie foto van Remco Campert. Reden: hij stopt met schrijven. Het zou mijn verdere dag beheersen. ‘Als ik ophoud met schrijven, ben ik er niet meer’ zei hij eens. Dat dramatische moment lijkt nu gekomen. Ik was er tot in de operatiekamer mee bezig, maar ik zei niets. Ik weet nog dat ik bij één van de vele bezoeken aan de allergiepoli tegen mijn arts zei dat ik nogal ontdaan was over de dood van Martin Bril, die nacht. Ze keek me aan en zei dat ze die naam niet kende. Dat leek me onmogelijk. Stel dat mijn arts nog nooit van Remco Campert zou hebben gehoord. Die extra pijn wilde ik mijzelf besparen.

Uiteinde 7.3.18

De man die naast mij op de zaal ligt heeft prostaat- en blaaskanker gehad en is voor zijn ontlasting aangewezen op een stoma. Ik hoorde het met afgrijzen aan. Op nuchtere toon deed hij verslag. Daarna vroeg hij wat ik mankeerde. ‘Ik heb peniskanker’, zei ik, dat mijn orgaan geamputeerd moest worden en dat ik daarna een nieuwe uitgang zou krijgen. ‘Tjee, da’s niet zo mooi. Nou ja, dié heb ik gelukkig nog wel’, zei hij grijnzend. Een understatement van jewelste. We moesten elkaars misère even laten betijen. Ik zou bij god niet willen ruilen. De man is méér penis dan ik dacht. Dat merkte ik nu ook weer. Het maakt kennelijk niet uit of het is verworden tot een slappe aanhangsel, enkel of zelfs dat niet dienend om overtollig vocht af te voeren…, als het er maar is! Misschien is de religieuze besnijdenis wel een offerande om de rest van de heilige stamper voor amputatie te sparen. Ik word zo bezien lid van de mannenclub zonder lid.

Kamergenoot 8.3.18

Tegenover me ligt meneer Bosch, 83 jaar, oud-architect uit Zwijndrecht. Hij is in Groningen opgenomen omdat er voor zijn ingreep in Dordrecht geen plek was. Bovendien is Dordrecht voor zijn vrouw lastig te bereizen. Ze loopt moeilijk, zag ik. In Groningen woont hun dochter, zodoende verhuisde zij tijdelijk mee naar het Noorden. ‘Wij komen hier graag,’ hoorde ik hem tegen een verpleegster zeggen en hij begon spontaan het Stip-versje over de bok van Siddeburen te reciteren. ‘Prachtig’, zei ze. Meneer Bosch is af en toe een beetje in de war en haalt Dordt en Groningen dan door elkaar. Vooral ‘s nachts. Dan wil hij naar huis. Gisternacht stond hij moeizaam op en trok mopperend aan de snoeren van zijn infuus. Dat kwam niet goed. Ik belde de nachtzuster. Zij manoeuvreerde hem fluisterend weer naar zijn bed. Maar vanmiddag had ik een heel plezierig gesprek met hem. Glashelder. Hij schreef vroeger in allerlei periodieken. Zo’n man leek het me wel. En ja hoor, hij had Kees Buddingh’ ook nog gekend.

Pil 9.3.18

Ik mag naar huis! De nieuw aangebrachte plasbuis kwijt zich voortreffelijk van zijn taak, de hoofddokter achtte het verantwoord. Ik ben in de paar dagen tijd bevriend geraakt met meerdere mensen. Met medepatiënten en verplegend personeel. Ik liep naar het bed waarin de Turkse jongen lag die voor de veertiende keer geopereerd is. ‘Ik heb er geen goed gevoel over’ zei hij gisteren somber. De strot kneep me dicht. Nu weer. Ik zou hem hoogstpersoonlijk voor het hellevuur willen wegslepen. Ik gaf hem een hand, wilde hem graag omhelzen, maar dat ging niet en wenste hem het beste. Meneer Bosch idem dito. Hij was net in de door de ziekenhuisbieb aangeleverde Mankell begonnen. ‘Die pil krijgt u hier niet meer uit’, zei ik. ‘Geeft niet’, zei hij. Hij keek mij aan en zei ‘Je moet wel blijven schrijven hoor’. Dat beloofde ik. Ook de derde kamergenoot gaf ik een hand. Bij de deur zwaaigroette ik nog één keer en liep de gang op. Ik kon godverdomme wel janken.

Boekenweek 10.3.18

Het boekenweekgeschenkboekje van dit jaar kan mij gestolen worden, maar het zal er toch wel komen – want ik verzamel ze. Ik ben een van de 100.000 of 200.000. Er was een tijd dat ik om het gratis boekje te verkrijgen van de schrijver van het boekenweekgeschenkboekje ook een gewoon boek kocht. Dat leek me een min of meer verplichte deal. Ik noem Harry Mulisch, Hella Haasse, Bernlef of Geert Mak. Maar daar hield ik wijs geworden mee op. Het laatste boekenweekgeschenkboekje dat ik aldoende kreeg dateert al van vijf jaar geleden: De verrekijker van Kees van Kooten. Daarna kocht ik ze later meestal bij een inbreng voor dubbeltjesgeld. Alleen die van Tommy Wieringa kocht ik nog met zijn Joe’s speedboat, samen voor €12.50. Naast het boekenweekgeschenkboekje verschijnt er nog de boekenweekessay. Een niet zelden interessanter boekje dan het met veel tamtam gepresenteerde geschenkje. Al met al beneemt een meter kast deze boekjes. Dus dat werkstuk van Griet Op den Beeck zal er over enige tijd ook wel komen.

Buitenwacht 11.3.18

De eerste nacht weer in mijn eigen sponde lag ik na te denken over hoe wij onze familie, vrienden en bekenden die mij/ons van meet af aan door kaarten, telefoontjes en gesprekken hebben gesteund moesten bijpraten, en ineens wist ik het: ik moest er een voorstelling van maken! Te beginnen bij de allereerste verschijnselen en eindigend bij de amputatie en wat dat met mij/ons heeft gedaan. In gedachten zette ik elke letter op papier -ik kookte van inspiratie- en wist precies hoe ik zeggen moest. Met een flap-over zou ik de woorden van beelden voorzien en met een viltstift zou ik minutieus het mes in de piemel zetten. Daarna moet ik in dromenland zijn weggezeild. ‘s Ochtends maakte ik mijn vrouw deelgenoot van mijn intense woelingen. ‘Heel goed’, zei ze, want ook zij probeerde al een manier te vinden hoe wij de buitenwacht moeten informeren. Ik zou mij een enorm karwei op de hals halen. Gaandeweg echter zonk mij de moed in de schoenen. De aanloop was niettemin formidabel.

Wenstigheid 12.3.18

Wilfried zit bij me op schoot, ik heb mijn voeten op het bankje gelegd. Ze snort op zijn best. Springsteen in een kattenborst. Mijn voeten worden koud. ‘t Is alsof hij alle warmte vangt. Toen ik weer thuiskwam was hij zeer aanminnig. Hij wreef zijn koppetje tegen me en ging gestrekt op mijn krant liggen. Zo kan het dus ook, duivelsmannen, daar in Amerika en in Noord-Korea, want Wilfried was ooit een enorme blaag. Het geeft maar aan dat ook dieren wens kunnen hebben naar het doet niet naar wat of wie. Ook Trudie wist even niet hoe ze het had. ‘Bfaasje isj ferug!’ blafte ze met haar scheve bekje en keek me met haar troebele ogen gulzig aan, want twee mensen geven altijd meer dan één. Van onze andere dieren kan ik niets van enige wenstigheid zeggen. Piet Haan kraait net als altijd, duif Gerda roekoet haar evergreen en de vogels buiten kwinkeleren om de nieuw opgehangen bollen. Als ik een maand wegblijf beginnen zij misschien te mezen.

#blijfwegbijgeldgraaiers.nl 13.3.18

Zekere meneer Hamers van één van onze banken krijgt loonsverhoging. Het volk mort, want de bank is onder andere door hún geld zo groot geworden en nu schuift de baas zich eventjes 1.5 miljoen eurootjes per jaar extra toe. Dat is toch krankzinnig asociaal! Bezien we dit echter in ruimer verband dan valt op dat diezelfde mensen kennelijk geen moeite hebben als een voetballer voor een veelvoud van Hamer’s loontje van club wisselt of dat een tennisser na een gewonnen match een paar ton opstrijkt. Zelfs accepteren ze het om grof geld neer te leggen voor een concert van een paar stokoude rock&rollers, hoewel die voor het jaarsalaris van meneer Hamers hun bed niet eens uitkomen. Het is natuurlijk bezopen dat een mens zoveel geld durft te vragen voor een aangeleerd kunstje, maar wij zijn het uiteindelijk zelf die ze de gelegenheid bieden onze spaarpot om te keren. Mijn gratis advies luidt: Blijf uit de buurt van geldgraaiers, zoek betaalbaar vermaak en herstel de ouwe sok in ere.

Vragen 14.3.18

Jan Terlouw* is vegetariër. Dat vertelt hij in een documentaire die ik op de televisie zag. Ik vind het geweldig als mensen dit zijn. Ik ben een zuinige vleesconsumeerder. Maar Jan heeft wél koeien en schapen en die krijgen jonkies. Wat doet hij daarmee? En wat doet hij met koeien die op sterven liggen? Laat hij die afspuiten en begraven in een hoekje van zijn landgoed? Dat mag niet. Destructiebedrijven maken producten van dierenkadavers die onwetende vegetariërs ook gebruiken. Wij hebben geen consumptiedieren en dus geen vlees- en melkproducten. Hij wel. Kunnen onze hond en katten overleven enkel op groenvoer? Mogen wij ze laten lijden door onze leefwijze? Het is nogal paradoxaal. Het beste kun je veganistisch zijn, alle groenten zelf verbouwen en huisdieren uitbannen. Zelfs dan is het oppassen geblazen. In medicijnen zitten vaak ook dierlijke stoffen, nog los van de dierproeven. Ik probeer bewust te leven, niets onzinnigs te doen wat de natuur schade berokkend. Hoe ver sta ik eigenlijk af van Jan Terlouw?

  * Bijzonder sympathieke oud-politicus van D66. Wereldverbeteraar en schrijver. 

Buitenaards 15.3.18

Ik hoorde een vervelend mopje op de radio: Stephen Hawking* zou zich hebben verhangen…. Tjee! Aan de snaartheorie. Pfff! Las ik Hawking al vóór ik wist dat hij ernstig ziek was? Ik weet het niet meer. Maar wel al vroeg. Ik nam mijn eerste boek over astronomie mee uit Engeland. Later volgden spannende mysteriën beschreven door mensen als Charles Berlitz en Allen Hynek. H.G.Wells had ik ook al ontdekt. Het plankje ufo’s is door de jaren heen steeds korter geworden. Het is grotendeels lariekoek wat die pseudo-wetenschappers beweren. En toch… Het laat me nooit echt los. Waarom zouden wij de enige levende wezens in die onmetelijke ruimte zijn en waarom zijn wij daar zo zeker van? Hawking heeft meer dan eens het bestaan van buitenaards leven verdedigd. Dus waarom zou er op een dag niet een ETtje op mijn stoep staan en smeken ‘ET is looking for a home’. Na van de schrik te zijn bekomen zou ik stamelen ‘Kom binnen. Maar we houden het wel stil’.

  * Stephen William Hawking, geboren op 8 januari te Oxford, overleden 14 maart 2018 te 
    Cambridge, Engeland. Natuurkundige. Bekend geworden door zijn zwarte gaten-theorie. 
    Iconisch ook vanwege de ziekte ALS, die hem gevangen hield in een rolstoel met een 
    door zijn ogen bediende computer. Eén van de grootste wetenschappers van onze tijd.

Muizenissen 17.3.18

Vanmiddag kocht ik bij de inbreng een dubbel-cd met filmmuziek. Had ik beter gekeken dan had ik kunnen weten dat er een aantal opera- en operettestukken op staan. Die sla ik over, want ik kan die galmende stemmen niet verdragen. Hoe iemand ertoe komt om bij de beelden van Sunday, Bloody Sunday de stem van Elisabeth Schwarzkopf te voegen, is mij volkomen vreemd, evenzo bij Mrs Doubtfire die jodelstem van de De barbie van Serville. Van Tom Manders, alias Dorus, kon ik dat wel hebben, omdat die er een mallotige persiflage van maakte. Had men, als er dan toch een damesstem achter had gemoeten, niet voor een Conny Froboess of een Melissa Etheridge kunnen kiezen? Zelfs Maria Callas, volgens kenners van het genre de allergrootste, kan mij niet overtuigen dat ik op zanggebied ooit iets heb gemist. Ik weet, het is een teer onderwerp, zeker met de stortvloed aan Passies in zicht. Gelukkig is het merendeel instrumentaal. Voor een eurostuiver per nummer wil ik dan ook niet klagen.

Longen 19.3.18

Ik ben helemaal niet van de mooiste dit of dat -elke vogel is voor mij gelijk en mensen pleeg ik op karakter te beoordelen- en zeker niet voor de mooiste boom van Europa. Over idioterie gesproken. Niets ten nadele van welke boom ook, maar als de camera’s zich op ‘s werelds mooiste mens richten, wijzen ze de iets minder mooien naar de hoek van de onaanraakbaren en zo zullen we ook in de schaduw van de mooiste boom vergeten dat er elke dag duizenden magistrale woudreuzen sneuvelen voor de aanplant van bijvoorbeeld palmolie-plantages, voor meubelhout en brandstof. De duizenden dieren die er wonen zijn stemloos. Er zijn mensen die bomen welhaast menselijke eigenschappen toedichten, zich eraan vast ketenen, hun naam erin krassen of er spirituele kracht uithalen. Mij best. Ik waardeer ze voornamelijk om hun nut de aarde van zuurstof te voorzien, want een wereld zonder bomen is als een mens zonder goede longen. Kortom: elke boom telt. Ook de onaanraakbaren in de verste uithoeken van het donkerste woud.

Zinvraag 21.3.18

Vandaag mogen we kiezen voor een nieuw gemeentebestuur. Mijn vrouw en ik zijn altijd aardig binnen de lijnen van de wet gebleven en dus kleuren we een rondje. Als extraatje mogen we ook nog voor of tegen de sleepwet stemmen. Dat is een niet-bindend referendum die de AIVD meer slagkracht moet geven. Volgens de tegenstanders komt hierdoor Big Brother nog dichterbij. Maar als een mens niets te verbergen heeft, vanwaar dan die angst? Elke tik op een mobieltje wordt toch al opgeslagen. Ik geloof dat de wil om te stemmen keldert. Het wordt steeds meer gezien als een circus van eigengereide bollebozen. Zaken waar het echt om draait blijven liggen door gekonkel. Nederland moet tegen 2030 grotendeels energieneutraal zijn. Niet meer afhankelijk van kolen, olie en gas. Dat zal ‘m met die anti-windmolenhetze niet worden. Ook met zonne-energie en aardwarmte erbij redden we het niet. Met gedonder kan men geen huis verwarmen, daar krijgt men nog geen krultang mee op temperatuur. Maar stemmen moet, al is het tegen.

Schoon! 22.3.18

Vanmiddag voor de achtste keer naar het UMCG. Spannend. Zou ik ‘schoon’ zijn? Mijn chirurg achtte de kans dat er zich na de tweede operatie nog kankercellen in mijn lichaam bevinden klein, maar helemaal zeker ben je nooit. Ik twijfelde en naarmate we dichterbij het ziekenhuis kwamen werd dit versterkt door een wee onderbuikgevoel. Eenmaal in het pand verdween het gaandeweg. Het onherroepelijke werd met elke stap definitiever. Met loden schoenen begaven wij ons naar Poortweg 8. De uitslag was inderdaad gunstig. In het tweede snijvlak waren geen tumorcellen gevonden, hetgeen inhoudt dat het lichaam voor 99% schoon is. Een bak zorg viel van ons af. Ook de chirurg was er verheugd over. ‘Hoe gaat het plassen?’ vroeg hij. ‘Het is alsof er aan de voordeur wordt aangebeld en dat er achter wordt open gedaan’, zei ik. Hij lachte. ‘Het hoofd moet het nog verwerken’, zei hij. Als hij ooit zal gaan schrijven over zijn vak, zal hij deze witz geheid opnemen. Ik sta het met plezier af.

Hèhè 23.3.18

Een rechtszaak die me verheugde. Niet dat andere rechtszaken mij niets doen, maar dit was eentje waar ik lang naar heb uitgekeken. Het geval wil dat de rechtbank te Zwaggelhuizen een man die door de politie was gesnapt bij het wegwerpen van een leeg bierblikje de straf van vijftien dagen isoleercel (geen telefoon, iPad, … niets!) en een boete van €1000,- kreeg opgelegd. De advocaat van de man beweerde koppig dat het blikje niet van zijn cliënt afkomstig was, maar zijn vingerafdrukken bewezen het tegendeel. Daarna dacht hij de verdachte vrij te kunnen pleiten door onrechtmatig verkregen bewijslast op te voeren, hetgeen door de rechter van tafel werd geveegd. Conclusie: Barbertje moet -gezegend zij het recht- hangen. Ik zou de vlag kunnen uitsteken, maar of het werkelijk voor verandering zal zorgen is zeer de vraag. De kans dat een blikjesweggooier gepakt wordt is even groot als het winnen van een miljoen bij de krasloterij. Nou ja, het begin is er. Ik wend mijn blik tevreden naar een schone toekomst.

Briefje 24.3.18

Ik moest iets doen om mijn kennissen- en vriendenkring van de stand van mijn ziekte op de hoogte te brengen. Mijn vrouw, aangewezen op een taxi, hoorde, toen ik in het ziekenhuis lag, de chauffeur zeggen, dat er iemand in ons dorp peniskanker heeft. Ze schrok zich een hoedje. Mijn god, dacht ze, het nieuws verspreidt zich sneller dan een kanonschot. Zo’n chauffeur is virulenter dan de Chinese griep. Gedreven door het rondzingen van deze onheilstijding moest ik al die ons lief zijn meteen informeren. Ik beschreef in het kort de huidige toestand, dat ik fier overeind sta is dus zonneklaar. Ik vermeldde expliciet dat ik ‘geen stoma’ heb, want dit spookbeeld doet ook al de ronde. Daarna verstuurde ik er een 35-tal afdrukken van. In hoeverre dit de geruchten doet verminderen is maar de vraag. Het is echter ook bedoeld om de ontvangers enigszins te ontlasten als ze het anderen willen mededelen. Ze kunnen eenvoudig het briefje laten lezen. Openheid van zaken, daar is veel mee gezegd.

Bijgeloof 25.3.18

De site over penectomie zegt dat een geamputeerde in de meeste gevallen nog wel tot een orgasme in staat is. Er staat niet bij hoe. Ik bekijk diverse sites en beland in een foltertuin van gedupeerden. Gadverdamme, wat een ranzigheid! Er is ook een site waarop gesteld wordt dat sommige penislozen de vrouwelijke kant worden opgedreven en bijvoorbeeld in het dragen van frêle lingerie geestesrust vinden. Met het verdwijnen van de penis zou namelijk de hormoonspiegel veranderen en navenant het stoere mannelijke gedrag. Het is een volstrekt ongevaarlijke neveneffect. Elke aandrift wordt tot op heden echter gesmoord door de pijn van de wond. Alsof er soms ineens een scherp voorwerp door mijn absente penis wordt gedreven. Dat moet eerst afnemen voor ik mij überhaupt weer aan het erotieke spel kan wagen. Ik las dat er zelfs mannelijke sporters zijn die tijdens belangrijke wedstrijden een damesslip dragen. Als zou het lichaam hierdoor extra testosteron aanmaken. Gevalletje van bijgeloof..? Maar bij het nazi-geboefte kwam deze afwijking eveneens voor. Erg gecompliceerd.

Schuldgevoel 26.3.18

Ik hoorde in een interview met een 69-jarige vrouw, dat zij pas na de dood van haar man tot seksueel genot was gekomen. ‘Mijn man bakte er weinig van’, zei ze snedig. Onlangs had ze een jongeman leren kennen die het vuur in haar had doen oplaaien. ‘Ik voelde nieuwe energie, maar ik kreeg ook schuldgevoel, hoewel hij zei dat dat niet nodig was’. Ik kon mij dat wel indenken. Ik ervaarde in mijn jongensjaren iets dergelijks. Eens op een feestje probeerde een barstensrijpe vrouw mij te versieren. Ik was grasgroen en er doodverlegen mee. Korte tijd later kwam ik geheel toevallig bij haar thuis. Voor ik het wist had ze zich geheel ontkleed. Ik was onthutst en vluchtte. Later speet het me dat ik niet op haar hunkering was ingegaan. Dat men de liefde op een ouwe fiets moest leren werd toen breed uitgedragen, niét hoe onderhavig voertuig hiertoe aanzette. Met weemoed denk ik soms aan vrijages en gemiste kansen. Ik voel echter geen spier meer vertrekken.

Broekpraat 27.3.18

Ik moet ineens denken aan die vrouw die mij zonder noemenswaardige aanleiding vertelde dat ze het liefst mannenonderbroeken droeg. Op mijn verbaasde vraag waarom, zei ze, dat die tenminste lekker stevig zijn en een gulp bevatten. Vooral dat laatste vond ik nogal bijzonder. Wat moet een vrouw met een gulp, laat staan in een onderbroek? Maar dat vroeg ik niet. In de jaren dat de spijkerbroek -door de chic neerbuigend blue jeans genoemd- ook door vrouwen werd ontdekt, was juist die gulp voor verstokte gelovigen een gruwel. Hele discussies werden erover gevoerd. Vrouwen verkleedden zich al eeuwen als man en dat had meestal eenzelfde reden. Zij vertoefden graag in de wereld van soldaten of matrozen, ja wensten er ook eentje te zijn. Het probleem was echter het plassen. Om ontdekking te voorkomen moesten ze altijd hun broek aanhouden. Dat viel natuurlijk op. Eenmaal bij iemand van het personeel bekend werden zulke vrouwen veelal gechanteerd en veelal misbruikt als prostitué. Daar had bovengemelde kenau mijns inziens weinig last van.

Lotgenoten 28.3.18

Tijdens het intakegesprek vestigde zorgbegeleidster Jannie -‘noem me maar gewoon Jannie’- de aandacht op het bestaan van een lotgenotengroep. Ik wist niet wat ik mij hierbij voor moest stellen. Ik was te zeer bezig alles te verwerken om ook nog in een praatgroepje zitting te nemen. De gedachte dat ik met een groepje mannen over het wel en wee van onze urineafvoer en/of nog erger, over het gemis van onze mannelijkheid zou kletsen, deed me ogenblikkelijk besluiten hier niet aan deel te nemen. Hoewel ik er met kennissen en familieleden tamelijk vrij over kan praten. Maar de gedachte dat ik zomaar ergens in een winkelstraat plotseling door iemand wordt aangesproken die me kent van de lotgenotengroep… Oh nee! Allemaal veel te confronterend. ‘Je mag er altijd op terugkomen, hoor’, zei Jannie. Ik ben nu drie maanden verder. Het ergste leed is geleden. Het oude leventje neemt voorzichtig weer een aanvang. Alleen zitten gaat nog niet geweldig en fietsen kan al helemaal niet. Zo krummel ik mijn dagen door.

Kruisgang 29.3.18

Iets wat er niet meer is, is er niet meer. Cruijffiaanser kan ik het niet zeggen. Ik lag op de stretcher te rusten en voelde voor het eerst sinds de tweede operatie uiterst behoedzaam aan mijn kruis. Het is nog erg pijnlijk. Het is vandaag Goede Vrijdag, alles bulkt van het leven. Uit mijn kruis kon allang geen leven meer komen. Bij de ‘medische voorgeschiedenis’ in het UMCG-rapport wordt mijn sterilisatie echter niet genoemd. Da’s vreemd. Dat moet in 1998 zijn geweest. Wij beleden de liefde tamelijk frequent. Omdat mijn vrouw om medische redenen graag van de pil af wilde, liet ik mij steriliseren. Geen dramatische beslissing, want wij wilden geen nageslacht. De plek voelt warm aan, de wond is nog niet geheeld. Het is alsof de verhevenheid boven de verdwenen inplant een soort venusheuvel is geworden. Het heeft er altijd al gelegen. Doordat er verder niets meer is, dringt het zich nu op. Het is een plek om te koesteren. Het lichaam blijft een huid vol geheimzinnigheden.

Lijstje2 30.3.18

Ik ben deze stukjesreeks een jaar geleden begonnen toen Ed Sheeran de Engelse top aanvoer met 16 liedjes. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Het zou misschien aardig zijn weer zo’n lijstje samen te stellen, want ook mijn smaak verandert. Het was echter bedoeld om de tijd te duiden, een momentopname. Het lijstje van meest gestreamde liedjes is inmiddels ook alweer anders. Ik doe het dus niet. Mijn boekenplanken staan nu vol kaarten van vrienden die mij/ons feliciteren en het beste wensen. Dat is wel even wat anders dan de lichtheid van gezingzang. Zo idioot kan een kwaadaardige bacterie of een verkeerde gen je bestaan op zijn kop zetten. Die blijken van steun zijn een geweldige oppepper. Ik heb ze onlangs allemaal geschreven dat ik weer k-vrij ben. Hoe de toekomst eruit zal zien is onmogelijk te zeggen. Over een jaar bekijk ik al die kaarten opnieuw en zie hen voor me. Hoe het hun vergaan is en vooral welk verhaal zíj dan te vertellen hebben. Een huiveringwekkend vooruitzicht.

Beslachtofferd 31.3.18

Menigeen waarschuwde mij aangaande mijn ziekte voor de emotionele klap die vroeg of laat zou komen. Soms werd ik er kriegelig van, alsof het tijd werd voor die optater. Veeleer was het dat zíj er wakker van lagen en niet ik. Bijna om je te schamen. Voor zowel mijn vroegere manier van plassen als mijn beleving van seks hadden ze ook vóór de operatie nooit iets gevonden (nee, het zou eens!), dus waarom zouden zij zich dan nu zoveel zorgen maken over mijn handicap? Het gemis van mijn piemel is inderdaad enorm, maar zolang ik daar geen psychische problemen mee heb, is er weinig aan de hand. Ik probeer in alle rust te wennen aan de nieuwe situatie en mij er naar te schikken. Maar onder welke geslachtsnoemer val ik nu eigenlijk? Is er een categorie voor penislozen? Ik behoor gevoelsmatig nog unbefroren tot het geslacht der heteroseksuele mannen. Met een niet te ontkennen gebrek weliswaar, maar wie weet is daar op termijn heel goed mee te leven.