Mei 2018

Voort! 20.5.18

Mijn vrouw zei ‘Waarom schrijf je niet meer van die korte stukjes?’ Ze had wel een punt. De afgelopen weken heb ik een schrift aantekeningen uitgewerkt en in het bestand gezet. Vanaf eind ’68 begon ik een en ander bij te houden. Begin jaren ’70 ben ik ermee gestopt. Achteraf jammer, want nu is er veel in nevelen gehuld. Aan de hand van mijn latere gedichten en versjes kan ik nog wel een en ander terughalen, maar het zijn momentjes. Het is mij gaandeweg opgevallen dat de tijd de scherpe kantjes er af haalt. Sommige gebeurtenissen was ik helemaal kwijt. Het overkomt me soms als mensen me confronteren met iets akeligs of iets geinigs waar ik zelf deel aan had, dat het me niets meer zegt. Het schrikrood stijgt me dan naar de kaken. Maar er is nog een ‘sollicitatie’ onderweg van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Het Centrum vraagt mensen om bevrijdingsportretten te schrijven. Dat wil ik wel. Zo krijgt mijn schrijverij toch nog nut. Dus, voort maar weer.

Wonderlijk 21.5.18

Eigenlijk heb ik nooit willen zeggen dat ik verzamelaar ben. Dat ben ik natuurlijk wel. Ik kan geen boekenstalletje ongezien voorbij gaan. Stel dat er een werkje tussen ligt waar ik heimelijk al jaren naar op zoek ben. Want mijn leeshonger is onstuitbaar. Met verzamelen bedoel ik eigenlijk collecties van iets aanleggen en daar geef ik weinig om. Wat ik wel doe is de overlijdenspagina’s vluchtig langskijken. Bijna dagelijks staat er boven een advertentie wel een prachtige strofe van een bekende of onbekende dichter. Die knip ik uit en verzamel in een schoenendoos. Vanmiddag deden we een kunstroute door Westerwolde. Een van de kunstenaars had zich helemaal toegelegd op Alice in Wonderland. Ze wist er heel aardig over te vertellen. Ik heb er niets mee. Thuis sloeg ik een oude krant op en tot mijn stomme verbazing trof ik een regel boven een overlijdensadvertentie, luidende:‘Wondering what to do next’ uit Alice in Wonderland. Alsof het de echo betrof van een verzuchting in één van die prachtige tuinen.

Vrijwilliger 22.5.18

Ik had me aangeboden als vrijwillig medewerker van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Ik was er voorzichtig mee, want ik heb niet meteen goede ervaringen als vrijwilliger. Dat zit zo. In het laatste decennium van mijn betaalde werkzame leven, kwam ik terecht in een arbeidsintegratietraject. Bij één van de eerste gesprekken maakte de consulente me warm voor vrijwilligerswerk. Het zou voor mij een uitkomst zijn, want het werd als een volwaardige baan aangemerkt en aldus zou ik mijn toekomstige uitkering veilig stellen. Mooi, dacht ik. Toen mijn werkgever mijn arbeidsovereenkomst beëindigde, toog ik naar mijn favoriete historiemuseum en werd meteen aangenomen. Ik moest echter wel gewoon blijven solliciteren. In dat museum werkten veel mensen met een arbeidsbeperking, die weinig affiniteit met de materie hadden. Door sommigen werd ik gezien als een baaninpikker en dat wrikte. Na zes maanden hield ik het voor gezien. Neemt niet weg dat de ervaring en kennis die ik er opdeed mijn interesse voor de oudheid nu weer van pas komt. Een recentere oudheid dan…

Polen 23.5.18

‘Westerbork’ reageerde vlot op mijn mail. Het werk waarvoor ik mij aanbood betreft het naspeuren van overlevenden van het voormalige doorgangskamp. Na september ’45 waren er tot aan de bevrijding geen mensen meer naar vernietigingskampen in het oosten gestuurd. Bij de bevrijding telde het kamp nog zo’n 900 bewoners. Veel van deze overlevenden waren bekend en daarvan bestaan biografische portretten. Mijn taak is het om te helpen deze lijst compleet te maken. Boeiend werk, bleek al spoedig. De door mij aangeleverde uit te zoeken persoon is een vrouw uit het Poolse Ryglice. Zij is op 28 mei 1906 geboren. Ik bezocht talloze bevolkingsregisters en uiteindelijk zelfs het Poolse Joods Historisch Centrum. Ofschoon ik het beeld nog niet rond heb, begin ik wel steeds meer zicht te krijgen op het leven in Polen in deze vreselijke tijd. Gevoelsmatig kan ik haast niet dichterbij haar wortels komen. Ze is inmiddels bijna onderdeel van mijn kennissenkring. Volgende week zou ze 112 jaar zijn geworden. Maar die leeftijd is bijna niemand gegeven.

Kansloos 24.5.18

Achter onze heem ligt een bunder grond dat lange tijd als akker dienst deed. Door schaalvergroting en krimp in de landbouw verloor het die status en werd groenland. Een handelaar jaagt er af en toe een kudde schapen in. Dat is zojuist weer gebeurd. Over enige tijd gaan ze onder het mes. Ik heb daar moeite mee. Ik stond het van een afstandje te bekijken, toen er een auto stopte. Ik zag de chauffeur uitstappen en geknield met beide handen iets van het asfalt opnemen. Toen keek hij op en zag mij. ‘Ik heb een vogeltje gevonden’, zei de man. O, zei ik. ‘Hij zat op straat’, zei hij. Ik liep op hem toe. Het was een uit het nest gevallen jong. De man vroeg of ik er iets mee kon. ‘Nee’, zei ik. ‘Dan breng ik hem naar de vogelopvang’, zei hij en liep terug naar de auto. Het ontroerde me. Het diertje had geen schijn van kans. Ik hoorde de schapen blaten, alsof ze het beaamden.

Bier 25.5.18

Voor het geval er op Nieuwjaarsdag bierdrinkend bezoek zou komen, had ik een sixpackje gekocht. Maar dat bezoek bleef uit en ik kwam er zelf niet aan. Na het verdwijnen van mijn zo geliefd Iers biertje, liet ik het erbij. Ik drink voornamelijk thee en alcoholloze vruchtensappen. Dat was ooit wel anders. Ik wil wel woord hebben. Op feestjes ging er rustig een halve krat door. Maar een mens wordt ouder, krijgt mankementjes en ik zou me rot schamen als ik nu hier of daar opschudding zou veroorzaken ten gevolge van overmatig gebruik van alcohol. Bij de weinige boekpresentaties die ik bijwoon, zie ik het merendeel van de aanwezigen losjes met een wijntje in de hand. Onlangs vroeg ik bij zo’n presentatie om een appelsapje. ‘Hebben we dat?’, hoorde ik de man van de bediening zeggen. Dat sterkte me nog meer ook bier voorgoed te laten staan. De houdbaarheid van de blikjes was al verlopen. Ik liet ze leegstromen in de wasbak. Een klein gebaar als definitieve afsluiting.

Katten 26.5.18

De zaterdagse krantenstal tegen vijven. Indien er geen koopzondag komt, krijgt de papierversnipperaar straks een aardige stapel te verwerken. Dat doet pijn. Daarom kocht ik, al wist ik dat het me een halve dag extra lezen kostte, een NRC-tje. Er staat meer dan genoeg in dat de prijs van twee ijsjes rechtvaardigt. Alleen al het stuk over Ernest Hemingway. Ik heb een viertal boeken van hem gelezen. Prachtige verhalen. Niettemin was Hemingway een rare kwast. Hij zoop te veel, hij hield van stierenvechten, rodeo, zeevissen, hanengevechten en boksen. Niet iemand in wiens omgeving ik graag zou vertoeven. Maar daarnaast en misschien was het wel ter compensatie, ving hij zwerfkatten op in zijn huis in Key West, Florida. Toen hij het leven zat was, liet hij huis en tuin na aan de katten. Ook erfden zij eeuwigdurende verzorging. De katten met groeiende aanhang leven sindsdien als decadente uitvreters in en rond het landhuis. Het laat Hemingway van een heel andere kant zien. Toch wel fijn om dit te weten.

Keuzestress 27.5.18

Vakantietijd breekt weer aan. Niet voor ons, want wij hebben altijd vakantie. Ik las dat er steeds meer ouders van opgroeiende kinderen zijn die gaandeweg het jaar hevig in de stress raken waar ze de komende vakantie heen zullen gaan. Want de invulling hiervan is niet zomaar iets. Er wordt onderling, tussen ouders en kinderen én naaste omgeving stevig over gesteggeld. Komt men er niet uit, dan zijn er professionals die dit met hen bespreken. Een soort therapeuten die hen spreekwoordelijk op weg helpen. De gangbare reisbureaus voorzien hier niet in. Het moet toch niet gekker worden, dacht ik. Want stel, zo zegt de keuzestressconsulent, dat men voor een bepaald land kiest en bij terugkeer van een collega of klasgenootje te horen krijgt dat men een bezienswaardigheid over het hoofd heeft gezien… Ooit sneerde iemand waarom ik op reis door Zuid-Engeland niet langs Hay-on-Wye was gegaan. Een must voor boekengekken. Hetgeen ik wél had genoten telde kennelijk niet. Dit is een ernstige vorm van snobistische overdunk oftewel armoede.

Gordijn 28.5.18

Ik heb niets met voetbal. Nooit gehad ook. Maar ik ga niet roepen dat ik een hekel aan voetbal heb, want dan zou ik mij enorm kwetsbaar opstellen. Ik houd mij wijselijk in. Op de Journaals zie ik af en toe een paar voltreffers. Daar kan ik best van genieten. Maar als er een referendum zou komen met de vraag ‘betaald of onbetaald voetbal’ dan is de keus gauw gemaakt. Nu is Emmen doorgestoten naar de eredivisie. Ik gun ze dat van harte, want ik ben chauvinistisch genoeg om hen deze zege boven Rotterdam te gunnen. En ook omdat mijn krant weer aardig uithaalde naar het verre Noorden met ‘Boerengemeenschappen met spelers uit Buinermond en Borger waar de tijd stilgestaan lijkt te hebben’ en ‘In het land van de hunebedden ontstaken zij vreugdevuren op de bekende hei’. ‘Ajax binnenkort naar Emmen? Verbeje, dat kost de pers een dag om er te komen, en hebben ze er wel wifi?’ Je zou goddomme werkelijk dat papieren gordijn bij Zwolle dichttrekken.

Spiegelglas 29.5.18

Ik moest ineens denken aan de mevrouw die zo innemend kon vertellen over Lewis Carroll’s Alice in Wonderland (zie Wonderlijk). We bevonden ons in het buitengebied van Sellingen. Als dit Frankrijk zou zijn zou men terstond beter kijken. Op mijn vraag wat de hoes van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles tussen de verzameling boeken van de schrijver deed, zei ze dat Lewis één van geportretteerden is. De collage bevat een ratjetoe van beroemde figuren. Van Mahatma Gandhi tot Albert Einstein. Ik verzweeg om haar caleidoscopische manier van kijken niet te verstoren, dat er aan veel van deze iconen iets mankeerde. Dat Lewis Carroll zijn verhaal modelleerde naar zijn buurmeisje en dat hij zich regelmatig met deze nimf voor ogen bevredigde. Natuurlijk zou ze dit weten. Nabokov creëerde Lolita. Hij was een even verderfelijke engerd als deze Britse wiskundige. Maar dat zei ik allemaal niet. Op de achtergrond klingelde plotseling I’m fixing a hole… Een stille wenk om de kop in het zand te steken(?).

Saucijzenbroodje 30.5.18

We waren eventjes aangelopen bij Bakker Bart en zeiden zoals bijna elke dag hoe goed wij het hebben. Niet zelden is dat de deksel van het kruitvat. Allebei zijn we nogal beschadigd door overijverige bovenbaasjes die regelmatig pitbullachtig naar beneden hapten. Ik heb geen enkel bedrijf gekend dat hier schoon van was. Toen ik ernstige allergische problemen begon te krijgen door in Nederland verboden sproeistoffen op Keniase rozen, stelde mijn baas dat de oorzaak wellicht elders lag. Pas toen het ziekenhuis kraakhelder mijn gelijk aantoonde, bond hij mokkend in. Ik zou er een boek over kunnen schrijven, zei ik en hapte wreed in mijn saucijzenbroodje. Mijn vrouw begon een mij bekend maar even schrijnend verhaal over wat haar ooit was overkomen. Daar zou zíj weer een boek over kunnen schrijven. ‘Alles naar wens?’ vroeg mevrouw Bart. Kennelijk dacht ze dat ons gekrakeel haar voedsel betrof. ‘Ja hoor’, riepen we in koor. Wat is het leven dan nu fijn. Geen enkele baas die ons goed beschouwd nog iets kan maken.

Rust 31.5.18

Eergisteren moest ik weer voor controle naar het UMCG. Beetje spannend, hoewel niet angstwekkend. Mijn chirurg vroeg hoe het stond met de rust in mijn hoofd. Mogelijk heb ik hier in een eerder gesprek iets over gezegd of is het in de geneeskundige wereld een normale vraag. Ik zei dat het met die rust wel meeviel. Ik heb alleen moeite met de gewenning. Toen ging zijn telefoon en daarna ging hij over tot het lichamelijk onderzoek. Die moeite is bijvoorbeeld gelegen in het feit dat ik mij weleens onprettig voel in openbare ruimten. Of ik daar met mijn chirurg over zal kunnen praten is nog maar de vraag. Elk mens beleeft een openbare ruimte op zijn/haar manier. Gelukkig kan ik mijn plas heel lang ophouden, want in een café of theater is het toiletteren mij een gruwel. Men is er niet ingesteld op mannelijke potzitters. Na de verbanning van de asbakken zou men ook de pisbakken moeten verbieden. Dat zou mij in ieder geval enorm rust geven.