Juli 2018

Handelaar 1.7.18

Op onze jaarmarkt zag ik in een stalletje een rij cd’s liggen. Meest doorsnee klassiek werk, maar ook een dubbelaar van Louis Armstrong. Ik zag geen prijzen, daarom vroeg ik aan de buikige verkoper wat het kostte. ‘Tseen joeroos’, zei hij in een gebrekkig soort Duits. ‘Five joeroos’ bood ik, want ik vertik het om met mijn anderhalve woord Duits te stumperen. ‘Nein, tseen joeroos’, zei hij opnieuw. Ik had nu zeven euro kunnen zeggen, maar dat vond ik te veel. De man zoog aan zijn sigaret en keerde zich van mij af. Thuis dacht ik er over na en stond bijna op het punt terug te gaan. Maar dan zou die handelaar weten dat ik er belang bij had en de prijs aanhouden. Dat weet ik van mijn vader die een slimme koper was. Misschien dat ik daarom mijn zaakjes aardig op orde houd. Dat heb ik kennelijk geërfd. Nou ja, ik heb nog een langspeelplaat van Satchmo, voorzien van veel authentieke tikken en krassen. Ook mooi.

Schuldig 2.7.18

Vanavond Armando gelezen. Een bescheiden eerbetoon, want hij overleed gisteren. Machthebbers en Krijgsgewoel. Titels als geweervuur. Ze sloegen er hard in. Een beetje als de verhalen van Raymond Carver. Ik heb Armando twee keer gezien; als violist bij het orkest van Tata Mirando en als schrijver voorlezend in de Muzeval te Emmen. Ik las die avond zelf in de kleine zaal en zat na afloop één tafeltje van hem vandaan. Hij bedacht de term ‘schuldig landschap’. Mijn probleem: het is de mens die dat landschap creëerde en zich er onheus ophield, dus wat nou ‘schuldig’ landschap? Of heeft het te maken met wat hij als kind in Kamp Amersfoort had gezien en probeerde hij zijn onmacht te verwoorden in dat metaforische ‘landschap’? Behalve in het absurdistische tv-programma Herenleed was hij vooral een zwijger. ‘Alles staat in mijn boeken’, zei hij desgevraagd. Door zijn kale regels moest je het maar begrijpen. In zijn jonge jaren was hij bokser. Dat voel je in zijn taal. De lezer moet knock-out.

Peukenvervuiling 3.7.18

‘Rokers vervuilen de natuur’, zou de kopregel van een ronkend stuk kunnen zijn. Het flitste door mijn kop toen ik in de berm een massa peuken zag liggen. Minstens 100, was mijn schatting. De inhoud van een volle autoasbak. Rokers maken zich niet sabbel om het filtertje of mondstukje van hun sjekkie. Ze spugen het weg gelijk een fluim of verpulveren het onder hun schoenzool. Verteert wel, is het algemene credo. Muggenzifterij heet het als je er iets van zegt. ‘t Is ook maar een minuscuul dingetje en je kunt hoogstens zeggen dat het wat slordig staat. Maar het komt er wel bij, bij die berg zogenaamde onzichtbare troep. Een snipper asbest in een bloementuintje en men wordt hoteldebotel. Wie weet blijkt over tig aantal jaren hoeveel gif er in al die filtertjes zat en dat de mensen dan last krijgen van een post-marlborofragmentatiebom. Een soort verlate Lekkerkerk. Waar je je ook niet allemaal druk om kunt maken, zegt menigeen. Druk maken om de leefomgeving zou verplicht moeten zijn.

Stukgoederen 4.7.18

De oorlog die nooit verdwijnt…. Ik lees er veel over en schrijf sinds kort portretten van gevangenen van het voormalig Kamp Westerbork. Aan onze straat woonde tot 13 augustus 1942 in een gemeentekeet, het uit negen personen bestaande gezin Cohen. De fanatieke nsb-huurbaas had hen vanwege het feit dat ze Joods waren, in de zomer van 1940, zonder pardon op straat gezet. Vader Salomon werd op 10 augustus 1942 gearresteerd en weggevoerd, moeder Lea en de zeven kinderen werden drie dagen later met een vrachtwagen opgehaald en naar Westerbork gebracht. Het gezin werd kort daarop in Auschwitz vermoord. Op het vervoerbewijs staat onder Soort goederen: Stukgoederen, van Gieterveen naar Kamp-Westerbork en op de rekening: Kosten van vervoer van personen van Joodsen bloede, zegge: Zeventien gulden en zeventig cent.
(Ik las nu een witregel in om dit te kunnen laten bezinken)

Mensen indelen in rassen is al absurd, maar aanmerken als stukgoederen ... Vader, moeder, zeven kinderen, waarvan de jongste slechts 2 jaren oud. Hier staat mijn verstand bij stil.

Lijfleuzen 5.7.18

Lang geleden droeg ik regelmatig T-shirts met druksels erop. Van artiesten als Bob Dylan, Sting en Paul Simon. Maar ook van Greenpeace en van Radio Freedom. Op zeker moment hield ik het voor gezien. Dat kwam mede doordat passanten er weleens iets op zeiden. Zoals; ‘Ben jij fan van…’ of ‘Ben jij lid van…’. Nogal wiedes, leek mij. Daarom ging ik als reactie alleen nog maar effen shirts dragen. Ik wilde liever niet opvallen. Het menselijk lichaam blijft niettemin het beste uithangbord voor pregnante wensgedachten en het is me niet vreemd mijn nek uit te steken. Ik zou, dacht ik vanmiddag opeens, best een T-shirt kunnen laten bedrukken met een leus als Houd de wereld schoon of Gooi je afval niet in de berm. Leuzen die me op het lijf zijn geschreven. Zo’n shirt kost bijna niks. Maar wie weet zijn er agressievelingen die helemaal geen schone wereld willen en mij erop aanvallen. Nee, laat ik maar zonder toeters en bellen doorgaan met de zooi op te ruimen.

Romance 6.7.18

We zeiden dat we meer gebruik moeten maken van onze museumkaart en daartoe deden we vanmiddag ‘De Buitenplaats’ in Eelde aan. We komen hier bijna elk jaar, hebben er mooie dingen gezien. Het geëxposeerde werk van Richard Bolhuis -schilderingen + soundscapes- kon ons echter niet bekoren. We liepen naar de bijbehorende tuin en zetten ons in een nisje. Er was niemand in de buurt. Er stond een kruiwagen zonder tuinman en een marmeren vrouwelijk naakt in het vijvertje. Een specht vloog driftig heen en weer en een merel naderde ons tot op een meter. Het woord idyllisch schoot tekort. We zoenden als jongverliefden. In een flits passeerden mij filmsterren uit het blad Romance, dat ik soms tussen het oudpapier van de buren vond. Wonderschone vrouwen waren dat. Naarmate ik ouder werd ervoer ik dat deze goddelijke nimfen steeds verder afdreven. Alsof ze details werden in een apocalyptisch schilderstuk, met aan de horizon een helrode vuurgloed… Ik opende mijn ogen. Gelukkig, het was de fel stralende zon boven Yde.

Fatsoen 7.7.18

‘Animalporn in Zwitserse dierenpark’, kopte een krant. Ik las het vlugjes door. Het heeft niets te maken met seks tussen dieren en mensen, enkel tussen dieren. Daar zouden wij ons niet druk over hoeven maken, als wij net zo onbesuisd zouden leven als apen, maar volgens Gerard Reve zijn de meeste dieren aseksueel. Waren bepaalde mensen dat maar, denk ik weleens. In het genoemde dierenpark leeft een groep apen die zich uitzonderlijk frivool gedraagt. Normaal bevechten, vlooien en bestijgen zij elkaar. Dat vinden wij tolerabel, bekoorlijk zelfs. Maar deze apen -onze nauwste verwanten- masturberen en bepotelen elkaar dat het een aard heeft. Ook bevredigen zij elkaar oraal, onverschillig welk geslacht. ‘Wij schrokken ons een hoedje’, zegt de directeur van het park, daarom heeft het bestuur besloten het apenverblijf voor het publiek te sluiten. Psychologen en ethologen zijn echter laaiend enthousiast. Het zou het ongeremde lustgevoel van menig homo sapien kunnen verklaren, zeggen ze. Deze apen zouden hun toekomst wetende ons een spiegel voorhouden. De evolutie in omgekeerde richting?

Voedselstank 8.7.18

Bij veel eendenfokkerijen vindt dierenmishandeling plaats, hoorde ik terloops op het nieuws. Een supermarktketen staakte meteen handel in eendenvlees en schonk de hele voorraad aan de voedselbanken. Hè?! Da’s raar. Geldt dat ook voor bovenmaatse eieren, vis met een luchtje, beschimmeld kaas enzovoort? Geef maar aan de voedselbank! Kranten van gisteren, bier zonder schuim, condooms zonder rek, tabak zonder smaak, kousen zonder naad, brood zonder krenten, cola zonder prik… Altijd wel geweten dat er een onderlaag is die de leugens van de grootgrutters moet slikken. Een subtiele vorm van zwijggeld. Die eenden kunnen het niet helpen, maar dat kunnen steuren na van hun eitjes te zijn ontdaan ook niet. Dus wat is het verschil? Ik behoor ook tot de onderlaag door stelselmatig afgeprijsde waren te kopen, omdat het anders in de kliko verdwijnt. Mijn eigen voedselbankje zogezegd. Een zwijgend verzet tegen overproductie. Ik mag de oorlog dan niet hebben meegemaakt, maar weet van schaarste. Vieruurtje: een beignet van beurse appels en koffie van overrijpe bonen. Mmmmm! Smullen geblazen!

Eerste 9.7.18

Altijd weer die vraag: Wat was het eerste plaatje dat je kocht? Met name aan popartiesten. Dat ben ik niet, maar bij mij draaide wel veel om muziek. Ik zou mijn leven gelijk jaarringen kunnen afpellen en in elk laagje zouden geliefde sterren opduiken. Willeke Alberti, Anneke Grönloh, De Selvera’s. Niks guilty pleasures. Zonder hen voor mij geen Buddy Holly, Chuck Berry, Cliff Richard and the Shadows, Beatles. Zonder hen geen Bob Dylan, zonder Bob Dylan geen Bruce Springsteen, enzovoort. Mijn eerste plaatje zou wel eens Such a cad van Le Baroque kunnen zijn geweest of Dear mrs. Applebee van David Garrick. Ik heb het op datum nagezocht, goddank het was Eight days a week/ Baby’s in black van The Beatles. Of dat wat uitmaakt? Nou en of! Je zult voor de rest van je leven opgescheept zitten met de wetenschap dat je eerste plaatje Ploem ploem jenka van Trea Dobbs was. Weet ik nog waar ik het kocht? Jazeker. Bij radiozaak Poelman, aan het Oosterdiep te Veendam.

Bevolkingskrimp 10.7.18

De bevolkingsaanwas van Nigeria is in drie weken tijd even groot als de gehele bevolking van IJsland. Een bizarre vergelijking, vooral verbijsterend. Het geeft inzichtelijk aan dat het in bepaalde delen van de wereld wat betreft de bevolkingsgroei finaal uit de klauw loopt. De mens verdringt elke andere populatie. Zoogdieren, vogels, vissen, reptielen, insecten, bomen en planten krijgen steeds minder levensruimte. Dat zouden mensen zich moeten realiseren. Maar elk nieuw mensje wordt met gejuich ontvangen. Wat moet je dan, janken?! Oké-oké. Moeder Natuur -dat ondergeschoven zusje van groothoeder God- zou kunnen ingrijpen. Niet door overstromingen, poolkou, tsunami’s, droogte of sprinkhanenplagen, maar door het afremmen van de kinderwens. Door zelfbeheersing en overdenking. Maar geilheid laat zich moeilijk temmen en dan; wat zal het opleveren? Een wereld van voornamelijk ouden van dagen? Het idee dat mensen in overbevolkte gebieden zich niet meer zouden moeten voortplanten zal bovendien leiden tot volksverhuizingen en chaos. Op IJsland zal men er niets van merken. Tot onder de dekens houdt men daar het hoofd koel.

Dichterbij 11.7.18

Schrijven is een voortdurend verschuiven van zetten, maar onbewust schuift het oude mee. Neem De Tweede Wereldoorlog. Het lijkt alsof er ieder jaar meer aandacht voor komt en de jongste generatie blijft niet achter. Twee van onze achterneefjes gaan met hun ouders op vakantie naar Normandië. Ze zijn helemaal gek van D-day. Ze willen de museums en de plekken zien waar de invasie plaatsvond. Heeft niet mijn interesse, maar ik ben wel de hele week bezig geweest met het vergaste gezin Cohen (zie Stukgoederen). Hiervoor scrolde ik door de schier eindeloze rij dodenlijsten van Auschwitz en Sobibor. Ik zag enorm veel Cohens en vond er mijn vroegere buurtgenoten tussen. Dichterbij kan het bewijs niet komen. Tussendoor lees ik De geverfde vogel van Jerzy Kosinski -zeer omstreden in Polen-, bij de dvd-speler ligt Shoah van Claude Lanzmann -onlangs weer bekeken- en uit de boxen klinkt The Klezmatics. Zojuist kreeg ik een mailtje van het Jokos uit Amsterdam, ondertekend door mevrouw Cohen. Dat zeg ik, alles blijft zich toerloos herhalen.

Transitie 12.7.18

Achter ons tuintje -voor stadse begrippen een heel aardig stuk- wil buurman links een zonnepark laten aanleggen. Niets op tegen, want zonne-energie begint een belangrijke energiebron te worden. Noodzakelijk vooral vanwege onze veel te grote ecologische voetafdruk. Ook ik doe daar royaal aan mee. Een kilometer verderop staat een rij windmolens van elk twee Martinitorens hoog gepland. Da’s andere koek. Zo’n ding is een landschapsverstoorder, het zorgt voor herrie, trillingen en slagschaduw. We vergeten trouwens vaak dat het maken van deze collectoren en molens ontzaglijk veel energie kost en dat ze relatief kort meegaan. Maar ze zijn schoner dan die smerige kolen- of op hout gestookte centrales. Er zijn weliswaar schonere energieopwekkers op komst, maar uiteindelijk zullen ze nooit kunnen voldoen aan onze niet te stillen honger naar energieslurpende apparaten en luxe artikelen. Dat heilige modewoord transitie zouden we eigenlijk op onszelf moeten toepassen. Wij moeten de omslag maken naar een zuiniger leven. Maar ja, dat betekent versoberen en dat is een omslag die moeilijk in ons denken past.

Luchtkussen 13.7.18

In Emmen is van de week een luchtkussen omgevallen waarbij zes kinderen gewond raakten. Het zou lollig klinken als het niet zo ernstig was afgelopen. In luchtkussenland is de sky the limit en dus valt’r of knalt’r met enige regelmaat zo’n bouwwerk. We kunnen er staat op maken dat er ooit een echte luchttoren neer zal komen en dan zijn de gevolgen duizendmaal erger. Babylonische luchtfietserij misschien, maar na 9/11 is alles mogelijk.
Er zijn in de luchtkussenwereld zelfs al doden te betreuren geweest. Nu moet men ook weer niet te paniekerig reageren, want in mijn speeltuintijd brak er ook weleens een wip, kantelde een schommel en brak iemand een arm of kneusde hoofd of rib. Het punt is alleen dat mensen steeds groter, hoger en sneller willen en ons lichaam past zich daar niet op aan. Als ons skelet van koolstofvezel zou zijn en onze huid van nylon, zouden we prima bestand zijn tegen vallen en opstaan. Maar het leven zou er wel héél saai door worden.

Leesblad 14.718

Hoeveel jaren ben ik al vpro-lid en lezer van hun omroepblad? Het moeten er minstens 25 zijn. Ik werd tientjeslid van de vpro na de oproep van Koot & Bie voor het behoud van hun status. De vpro bungelde in de gevarenzone. Het gedachtengoed van de vpro zei me niets, maar enige weerstand tegen de vertrossing van radio- en tv-land was me wel wat waard. Ik was echter ook wel zuinig en daardoor geabonneerd op kro’s microgids. Na enige tijd ging ik toch maar over op de duurdere vpro-gids. Omdat ik steeds minder radio en televisie consumeer, dringt zich nu weleens de vraag op of het nog nodig is een omroepblad aan te houden. Maar dan blader ik het door en lees de boeiende artikelen en de brieven van gesjeesde academici en taalfrikken en ben ik weer om. We zijn een land van komieken en halvegaren en het is goed dat hiervoor een uitlaatklep bestaat. De vpro-gids zorgt voor welkome verpozing, zelfs al zou de ether gesloten zijn.

Interpretatie 15.7.18

Op de wetenschapspagina van de krant stond een foto van een tegeltje uit Mesopotamië waarop twee copulerende mensen te zien zijn. De betreffende krant is van het nettere soort, anders zou het er eigentijdser hebben gestaan. Ik houd niet zo van plat woordgebruik, al zou ik raar opkijken als in een nieuwe vertaling van het werk van Charles Bukowski alle grofheden zouden zijn gekuist. Op de afbeelding is te zien hoe een sterk voorovergebogen vrouw wordt bereden door een man, terwijl zij tezelfdertijd met een rietje uit een kruik drinkt. Ik weet wel iets van oude culturen, maar deze opstelling was mij vreemd. De vraag is of het in Mesopotamië normaal was dat de beredene onderwijl een drankje nam. In het tegenwoordige Iran wordt vrouwen van alles verboden, mogelijk zelfs het leegzuigen (want obsceen) van flesjes. Dat rietje zou natuurlijk een souvenir uit het verdorven Griekenland kunnen zijn geweest en wie weet heeft het als een geheime lustopwekker onder het kussen van vele generaties dorstige Mesopotamische jongelingen gelegen.

Snoepjes 16.7.18

Ze leek niet ouder dan 17, maar was gedoemd haar jeugdigheid snel te verliezen. Ze deed de aangeslagen boodschappen in haar tas en zei ‘Ik geloof dat ik niet alles kan betalen, laat die ijsjes maar zitten’. De kassière knikte. Als kleine super slik je veel. Zij zou haar oma kunnen zijn. Toen ze betaald had zei ze ‘Hebben jullie ook jellybreads?’. ‘Jellybreads?’, zei de kassière, ‘wat is dat?’ ‘Snoepjes, je hebt ze in meerdere smaken’. ‘Dan moet ik even kijken’, zei ze en liep gevolgd door het meisje naar de snoepafdeling en keek langs de schappen. De verstandelijk beperkte vakkenvuller keek met waterogen naar het schaars geklede meisje. ‘Nee, die hebben we niet’, zei de kassière met zichtbare irritatie. ‘Oké’, zei het meisje. Ze pakte haar boodschappentas op en liep zelfvoldaan de winkel uit. ‘Ik moet dit even terugleggen hoor’, zei de kassière tegen de wachtenden en draafde met de ijsjes terug naar de vriezer. ‘Je zóu zo’n del goddomme wat’, hoorde ik iemand achter mij brommen.

Stad 17.7.18

We liepen door de Sint Jansstraat en stonden heel toevallig voor het GrafischMuseum. Huis van het werk van Hendrik Niclolaas Werkman, de beroemde Groningse drukker. Ik neuriede ‘Stad, Stad, o lieve Stad’, dit om W.F.Hermans de welverdiende peun na te geven. Want hoewel ik geen stadsmens ben, valt een dagje Groningen soms goed te doen. Maar staande voor het GriD zag ik het in aanbouw zijnde Forumgebouw de skyline verpesten en wist me geen raad met de metropool. Een ogenblik wenste ik de kracht te hebben dit monstrum op te pakken en naast de Apenrots te kwakken. De Olle Grieze verdraagt dit gedrocht niet zo dichtbij. In het GriD was het een oase van rust. We dronken er een bakkie, liepen de Vismarkt over, door de Folkingestraat, langs het HakMuseum, over de Werkmanfietsbrug naar de transferiumopstapplaats. In de bus zat ik tegenover twee vrouwen uit het Wassenaar van de provincie. Ze droegen tassen met Maison Napoleon erop. Dan beteken je wat. Geen partij voor werkmannen, laat staan werkvrouwen.

Abraham 18.7.18

In een voortuintje in Onnen zag ik een enorme opblaaspop staan. Je ziet ze wel vaker. Een mens mag kennelijk de 50 niet geruisloos passeren. Was de pop alleen al niet voldoende, een jolige onverlaat had op de plek van het geslacht een royale worst gemonteerd. Mogelijk was het opgericht bedoeld geweest, maar zwaartekracht en humor gaan moeilijk samen en nu hing het gazonwaarts. Mogelijk was het juist wél zo bedoeld. Want waar wordt immers onder mannen meer de spot mee gedreven dan met het libido? 50 is wat dat betreft een cruciaal jaar: alles neemt zoetjesaan af. We kwamen terug van het UMCG; controle van mijn geschonden onderlijf. We waren de stad doorgelopen en bij de Synagoge aan geweest, waar de Joodse leefregels werden uitgelegd. Ik dacht ongewild aan het weerzinwekkende offer van de besnijdenis en ik dacht: is er ooit een Jood zo drastisch besneden dan ik? Het was een schokkende ingeving. Maar bij Onnen werd het als een duveltje uit een doosje de nek omgedraaid.

Verwarring 19.7.18

Het is al dagen smoorheet. Ik breng veel tijd lezend en schrijvend door aan de tuintafel. Meestal draag ik alleen een korte broek. Regelmatig komen er fietsers voorbij die me groeten. Vanmiddag groette mij een passante met ‘Dag mevrouw’. Ik ben dat wel een beetje gewend. Toch zijn er mensen die mij zonder borstbedekkende kleding voor een vrouw aanzien. Een wonderlijke contradictie. Want, óf ze houden mij voor een old school feministe die van geen bustehouder weten wil, óf voor een naturiste die zich het recht toe-eigent in monokini de goegemeente schrik aan te jagen. De vrouw schrok echter van haar vergissing en verontschuldigde zich door ‘O sorry meneer’, te roepen. ‘Ik luister naar allebei mevrouw’, antwoordde ik, maar dit veroorzaakte duidelijk nog meer verwarring. Ze begon ineens gevaarlijk te slingeren en stopte. Ze legde haar fiets in de berm, schortte haar jurk op en hurkte tegen een boom. Mannelijke wielrenners zie ik regelmatig in het wild urineren, maar vrouwen…? Of neemt mijn verbeelding mij te grazen?

Veelpleger 20.7.18

Een man stal een slang. ‘Slangendief’ kopt het artikeltje, hoewel het om één exemplaar ging. De diefstal was een noodkreet, verdedigde hij zich voor de rechter. Als drugsverslaafde heb je het niet makkelijk, maar het stelen van een slang om aan de broodnodige dope te komen is nieuw voor me. Wie weet zou de dief kans zien zijn cobra te melken om zo voor een prikkie high te worden. Het blijft gissen met die geestverruimers. Ik ken iemand die wel hield van experimenteren en voor de kick een stevige dosis Chefarine met jenever innam, maar die dit ternauwernood overleefde. Dat was nog in de tijd dat Grace Slick over witte konijnen zong en Pink Floyd varkens door de ether liet zweven. Veelplegers kenden we toen nog niet. Dat een ernstig verslaafde overgaat tot het stelen van een slang is een verkeerd begrepen uitbreiding van bovengenoemde. Mogelijk betreft het echter een aan lager wal geraakte fakir. Als blijkt dat hij een spijkerbed in zijn bezit heeft, weet ik genoeg.

Mysterieus 21.7.18

We hadden de wasmachine kapot. Een jongen van het witgoedbedrijf kwam langs en we bespraken het euvel. ‘Over enige jaren doen we de was in een moleculenwisselaar, die de schone van de smerige deeltjes scheidt. Kind kan de was doen’, zei de jongen enthousiast. Abracadabra voor mij. Omdat hij de machine hier thuis niet kon repareren nam hij het mee naar zijn werkplaats. Zo-even bracht hij het terug. Ik was aan het verven, mijn handen waren flink besmeurd. ‘Even mijn handen wassen hoor’, zei ik en ik nam een slok uit een fles ‘wasbenzine’. Ik zag de jongen verbaasd kijken. Toen stak ik mijn handen in een emmertje water en spoelde ze af. ‘Klaar’, zei ik luchtig. Mijn handen waren inderdaad brandschoon. ‘Huh!’, zei de jongen. ‘Schoning van binnenuit’, zei ik, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Het vergde wat voorbereidend werk, maar het effect was het wel waard. Die jongen praat er de hele dag over. By the way: de wasmachine draait weer uitstekend.

Zomertijd 23.7.18

Vanwege de warmte vanmorgen niet met de club wezen lopen. We hadden heel vroeg op pad moeten gaan. Van de weeromstuit vandaag de laatste vijf Asterixen gelezen. Na de dood van tekstschrijver René Coscinny in 1977 zijn die er niet beter op geworden. Dat is vaak het geval bij populaire series. Maar afgezien hiervan ben ik ze wel altijd blijven kopen. ‘s Middags nog even gewandeld door de versierde straten -vanwege het Oostermoerfeest- te Gasselternijveen. Daar is weken aan gewerkt en gaat straks voor een deel de vuilcontainer in. Feest verbroedert, dat mag wat kosten. Alles beter dan wapengekletter. ‘s Avonds koele zuchtjes wind door mijn kamer. Van Morrison’s zomertrip door Lake District op silence. Een mens kan het beroerder treffen. Zomertijd in Drenthe. Zal dat bij niet-Drenten indruk maken? Zou kunnen. De zon schuift als een vruchtenvlaai achter Eexterzandvoort weg. Als Van the Man erover zou gaan schrijven werd het poëzie. Ik zweef in gedachten langs de oever van Windermere, naar Kendal en North-Yorkshire. Alsof er ik thuis ben.

Dreutelen 24.7.18

Om ten einde aan de tuintafel tot lezen of schrijven te komen loop ik vele malen heen en weer. Eerst met een stoelkussen en de thermoskan, dan met een mok (lepeltje vergeten), de suikerpot, kranten, schaar, pen en schrift… Zit ik goed en wel, staat Trudie te jammeren in het halletje. Moet er ook nog uit. De vrouw is weer naar bed. Moe. Ze was al om 5.00 uur op. Ze dacht dat de bomenman in verband met het tropische weer extra vroeg zou komen. Ik was om dezelfde reden om 6.00 uur op. Maar de bomenman kwam gewoon om 8.15 uur. Dezelfde tijd als altijd als we hem bestellen. De boom lag tegen 9.00 uur gestrekt in het gras. Zestien hompen heet nu de linde van zo’n honderd jaar oud. Goed te zien hoe verrot hij is. Onze bomenrij begint aardig op een gehavend gebit te lijken. Hoor ik daar de telefoon? Gauw weer naar binnen. Straks ook nog antimuggencream meenemen en een lepeltje en mijn bril…

Uitzondering 25.7.18

Een mailtje geschreven en verstuurd naar de Volkskrant. Reden: ik word langzamerhand gestoord dat de line-krant steeds wordt weggedrukt door advertenties uit eigen huis. Als het zo doorgaat, dan koop ik weer net als vroeger nu en dan een los nummer en blijf verschoond van deze irritante ledenwerverij. Toen ik het voor de zoveelste keer op rij wegtikte was ik het zat. Natuurlijk is dit een door een mens ontwikkeld en uiterst gewillige toevoeging, maar ik blijf wel graag zelf baas. Zet men zo’n los nummer af tegen de prijs van een kop koffie/thee, dan valt dat best mee. Nog lichtelijk gebelgd ging ik in de tuin een oude papieren editie uitlezen. Een kwartiertje later stopte er recht voor me een cabriolet. De chauffeur reikte naar achteren en pakte iets van de achterbank. De bijzitster keek mijn kant op. Ze knikte vriendelijk. Ik hoorde haar zeggen: ‘Goh, ze lezen de Volkskrant hier ook’. Even had ik spijt van mijn mail. Dat ik een uitzondering ben past me wel.

Warmterecord 26.7.18

Mijn thermometertje geeft 33 graden aan. Ik kijk zelden op het dingetje, want ik heb het eerlijk gezegd binnenshuis nooit koud. Dat komt deels door de kouwelijkheid van mijn vrouw. Loop ík de helft van het jaar in T-shirt en blootvoets door het huis, zíj schroeft de thermostaat nog eens extra op. Er wordt weleens gezegd dat vrouwen slechter tegen kou kunnen dan mannen. Ik waag me niet aan dergelijke speculaties. Vandaag zou het warmterecord kunnen breken. Dat maken wij toch maar mooi mee. Van ellende weten we weliswaar niet waar we moeten kruipen. Het is dus geen record dat we met gedruis beklinken. Verre van. Denk aan de dieren, zeggen we en zien in de verte koeien creperen in een schaduwloze weide. Paarden met idiote zebrakleden op, idem dito. Wij douchen regelmatig en slepen met emmers water naar de planten. Gisteravond waren het er 45, net als de avond ervoor en vanavond wederom. Te danken aan de opwarming van de aarde(?). Mogelijk wordt dit straks heel normaal.

Verkoeling 27.7.18

Oud-dorpsgenote belde of ik haar aan een ventilator kon helpen. ‘Ik verdraag de hitte zo slecht’, zuchtte ze. Maar die dingen zijn niet aan te slepen, berichtte het Journaal van de week en dan is het menens. Toch even langs Kruidvat, Hema en Action. Onderweg hoorde ik al dat geen enkele winkel nog windwaaiers heeft. Als troost bracht ik haar daarom een doos waterijsjes. Die ouwetjes schijnen vochtinname domweg te vergeten en drogen uit gelijk een waslap. ‘Elke twee uur eentje nemen’, gebood ik als een volleerde tropenarts. Ze knikte bedremmeld. Mogelijk ook vanwege dit onvoorziene alternatiefje. De windwaaier was echter nog niet uit haar gedachten, want, zei ze ‘We weten niet hoeveel hete zomers we nog krijgen’. Ze is ook pas 90! Val ik eigenlijk al in de bedreigde categorie, dacht ik later. Welnee! Ik drink als een bouwvakker. Mijn huid zweet goed door. Morgen verwacht het KNMI donder en regen en is de hittegolf gelukkig voorbij. Zo niet, dan breng ik haar nogmaals een doos ijsjes.

Nabericht 28.7.18

De kranten raken niet uitgeschreven over de hitte van de afgelopen dagen. Van ‘Hoe houden we onze vis koel’ (marktkoopman) tot ‘Poeptest darmkanker werkt niet bij hitte’ (RIVM). Uitingen van grootschalige paniek. Ik wandelde een eindje en zag één van onze oudste inwoonsters zittend op haar rollator bij haar hek. Even bijkletsen. O, ze had wel eerder zulk heet weer meegemaakt. ‘Als het heel warm is moet ik altijd denken aan die augustusdag in ’44, toen oom Geert en Harm door de moffen werden ingerekend en weggevoerd en hoe oom later voor veel geld vrijkwam en zoon Harm in maart ’45 in Neuengamme overleed. Toen was het ook zo snikheet’. Ik zag dat het haar aangreep. Bijna driekwart eeuw geleden. Later thuis las ik in mijn krantje: ‘Terraspersoneel klaagt over hitte’, ‘Vrouwen banken mogen niet met blote benen werken’, ‘Bloemenhandel ligt stil’… Wat zeuren we eigenlijk, dacht ik. Volgende week zijn we het vergeten en reist half Nederland -omdat we dat nu eenmaal gewend zijn- naar Frankrijk af.

Wervelingen 29.7.18

Onze Trudepuut loopt op haar eind. Ze is 19. In mensenjaren omgerekend zou ze tegen de 100 zijn. Maar de laatste maanden wordt ze rap minder. Ze laat sporen na en eet nog mondjesmaat. We hebben haar 14 jaren gehad, je mag dus gerust spreken van een gezinsgenoot. Dat maakt afscheid nemen ook zo moeilijk. In mijn dagelijkse praatjes was Trudepuut altijd aanwezig. Ik gaf haar stem. ‘Truudepuut zei net nog…’ enzovoorts. Daarbij kon ze mij aankijken alsof ze het zelf bedacht had. Gisteren zei mijn vrouw ‘Het is beter dat we Trudie laten inslapen’. Ik wist het en toch kwam het hard aan. Logica met empathische tegendruk. Botsende afwegingen wervelen sindsdien door mijn hoofd. Ik strijk nog eens over haar ingeteerd lijfje en voel elk botje. Van de ooit 6 kilo is nog niet de helft over. Woensdag lijkt ons de meest geschikte dag. Diereuthanasie laat zich eenvoudig agenderen. Alsof zij de doorslag geeft, blaft ze kort. ”t Is goed’, zeg ik, alsof het uit haar bekje komt.

Bewenen* 30.7.18

Hoe kan het dat mensen zonder enige zichtbare vorm van schaamte naar een kunstwerk van de bijna blote, gehavende gekruisigde kijken, maar dat de onbedekte kuit of bovenarm van de toeschouwer wordt verboden? Iedere zomer is er geëikel van de ultravromen tegen lichtgeklede kerktoeristen. Delen van ‘s mans voorhuid worden over heel de wereld aanbeden. Ik zal dat nooit begrijpen. Bij een schilderij als Het afnemen van Christus van het kruis krijg ik hetzelfde gevoel van walging als bij stills van The Bodysnatcher. Het is een afwijking die de uiteinden van wat we beschaving noemen raken. Aanschouwing van het echte vlees wil men niet tolereren, dat dient uit hun heiligdommen te worden verbannen. Ik zou het graag andersom zien. En nu ik toch bezig ben: Het idee van opname in de hemel zou ik ook alleen serieus kunnen nemen als het voor ál wat leeft en sterft geldt. Goede levens wel te verstaan. Zoals onze honden en katten. Maar of de kerk daarmee akkoord gaat is zeer de vraag.

   * Dit stukje draag ik op aan Trudie (roepnaam: Trudepuut, zonder achternaam), die we  
     vandaag hebben laten inslapen. Twee dagen eerder dan we hadden gepland. Haar 
     conditie ging ineens snel achteruit. Om 16.00 uur blies zij haar laatste adem uit. 
     Als er een hemel bestaat... enfin, zie boven. 

Existentie 31.7.18

Ik heb nooit over filosofie geschreven. Het is niet mijn ding. Eens kwam ik iemand tegen die hoorbaar onderlegd was in deze materie, waarna ik een zekere drang voelde mij eens bezig te gaan houden met het gedachtengoed van de grote denkers. Ik had daartoe enige boeken over het werk van Schopenhauer, Hegel en Nietzsche doorgenomen, maar het was niet echt neergedaald. De eenvoudige metaalbewerker in mij prefereerde duidelijkheid: spijkers met koppen. Niettemin waag ik mij soms aan een filosofische beschouwing in Trouw, maar uitlezen doe ik het zelden. Vooral de vele sterk aan een geloof refererende citaten ergeren me. Edoch, vanmiddag trof ik een ramsje over de Existentialisten. Franse denkers als Satre, De Beauvoir en Camus. Schrijvers waar ik jaren geleden regelmatig boeken van las. Provocerende tegenhangers van de oude Grieken en dolende Habsburgers. Poirot versus Derrick. Want filosofie gaat mijns inziens vooral over hoe de ene mens de andere naar het leven staat en dat probeert te beredeneren. Een soort van krimi’s van het moeilijker soort.