Augustus 2018

Zomergrap 1.8.18

Ik las dat Mars vannacht dichterbij staat dan normaal. Het was een bericht waar ik niets mee kon, maar mijn vrouw is erg in geïnteresseerd in het universum en dus stonden we tegen middernacht het zwerk af te koekeloeren. ‘Waar staat dat kreng nou?’ zei ze lichtelijk verhit. Er waren een paar kandidaten die ervoor in aanmerking zouden kunnen komen. Onderwijl moest ik denken aan Pa Pinkelman, die varend in een luchtballon oreerde dat de steden onder hen net als in De Grote Bosatlas al naar gelang het inwonertal aangegeven stonden als blokjes en rondjes. Er schijnen zelfs mobieltjeappjes te zijn die precies aangeven op welk sterretje men het richt. Eén stap verder en op dezelfde wijze kennen we naam, straat en woonplaats van elk mens die ons passeert. Bizarrr! Met onze hoofden plat in de nek verkenden we de hemel tot we er duizelig van werden. Die rode maan enige dagen geleden viel ook al zo tegen. Wie weet horen we morgen dat het een astronomische zomernachtgrap was.

Verspilling 2.8.18

Vanwege de droogte wordt ons van hogerhand aangeraden zuinig met water om te springen. Daar heb ik geen moeite mee, want ik douche altijd kort. Met lichte schaamte kijk ik daarom weleens terug op een 4-daags verblijf in een hotel te Lelystad begin jaren ’80. Ik was hier voor een cursus. Ik kende de mores van het hotelwezen niet. Het bed werd elke dag verschoond en er lagen steeds nieuwe handdoeken. Daarenboven bezat mijn kamer een ligbad. Ook dit was nieuw voor me. Alles schreeuwde om verkwisting. Eén van de cursisten was een mevrouw uit Tilburg die voortdurend sensuele toespelingen naar mij maakte. Ik ging onnozelheid voorwendend niet in op haar avances. Maar ‘s avonds gebruikte ik ter afkoeling het bad. Ik strekte mij uit in het water en vrij spoedig rees mijn lid op als een periscoop. Ik ontdeed mij –Heartbreak Hotel in gedachten- krachtdadig van mijn zaad. In eenzame uren, als spijt mij overmande door menig verklote of afgeslagen prachtkans, kantelde niet zelden mijn visie over integriteit.

Reminiscenties 3.8.18

Klaarblijkelijk krijgt mijn denken last van de warmte. Er dringen zich steeds vaker zomerse belevenissen op. Plezierige en onplezierige. In de hete zomer van 1976 verbleef ik met vriendin Debbie op een camping in Matlock, Yorkshire. Zij wilde alleen maar bruinbakken. We verlieten de camping enkel voor wat boodschapjes. Wat een intense tijdverspilling. Voor de lieve vrede bleef ik. Nog een ervaring. In juli 1989 verbleef ik enige dagen aan de Doverse kust. Het was wederom bijzonder warm. Ik leed aan verveling en vluchtte een dag naar Canterbury. Op het station trof ik een meisje waar ik acuut verliefd op werd. Ik had dolgraag met haar mee willen gaan, alle schepen achter mij verbrandend. Hoe het met beide vrouwen is verlopen weet ik niet. Met Debbie brak ik kort na Matlock en van de tweede weet ik niet eens de naam. Met dit warme weer komen dit soort gebeurtenissen weer levendig boven. Ik ben benieuwd als het later dit jaar gaat vriezen, wat er zich dan zal aandienen.

Thee+ 5.8.18

Met Earth Overshoot Day in het achterhoofd, gingen we een eindje rijden. Een mens kan niet altijd de heiligert uithangen, we hadden bovendien een rotweek achter de rug. De dood van Trudepuut (zie: Wervelingen) hakte er flink in. Zo’n ritje leek ons een noodzakelijke opkikker. We reden door Het Hogeland om tenslotte in Houwerzijl te belanden. Daar ploften we neer op het terras van ‘De Theefabriek’. Een schalkse naam voor de vroegere kerk, enkel een zure pepermuntzuiger zou er op letten. Mijn vrouw nam een handbewerkte, vroeggeplukte, frisgrassige, licht behaarde, van ongeopende topblaadjes voorziene thee met hooiige afdronk. Ik vertrouw zulke bombast niet en hield het op een versgetrokken Pickwickje. In het gastenboek las ik dat zelfs mensen uit Australië de weg naar het Hoge Noorden weten te vinden. Daarna reden we naar Zoutkamp. Jolijt van licht allooi, Volendam in het klein, maar je doet er geen mens kwaad mee. Komende week gaan we het rustig aan doen. Je moet de milieuduivel niet onnodig op de staart trappen.

Okster* 6.8.18

Terwijl ik aan de Bareveldsterweg bezig was rommeltjes te rapen, naderde er een man op een scootmobiel die op enige afstand stopte en mijn bezigheden nauwkeurig bezag. Ik houd er niet van een bezienswaardigheid te zijn, zeker niet wanneer de kijker een maximum aan passiviteit uitstraalt. De man begon een sjekkie te draaien. Intussen schoof ik onvermijdelijk in zijn richting. Toen zijn peukje brandde was ik bij hem. Op dat moment pakte ik een bierblikje en gooide het in mijn tas. ‘Liekst wel un okster’, zei de man met rauwe stem en min of meer retorisch ‘Dei Roapt ok alles op wat blinkt’. Het leek me onnodig te antwoorden. Daarna volgde de mij zo bekende revelement dat de jeugd al die blikjes en petflesjes achter hun kont laat slingeren. Omdat ik geen weerwoord gaf, reed hij hoestend verder. Ik had natuurlijk moeten zeggen ‘Waar laat jij die peuk straks, vriend?’ Of zijn scootmobielen voorzien van een asbak, aangezien veel scootmobielrijders stugge rokers zijn? Dat valt mij tenminste op.

  *Okster; Gronings voor ekster, vogel die op alles wat blinkt pikt en meeneemt naar 
   haar/zijn/hun nest. Ook een scheldwoord, dat ik met zekere fierheid draag.          

Nostalgie 7.8.18

Een mooie foto in de krant van een tractor met een korenbinder tijdens een oogstdag. Ik zie me zo weer op dat wankele metalen stoeltje, de twee banden waarmee het gemaaide koren omhoog getransporteerd werd en tot bossen gebonden in de gaten houdend. Leuk voor stadse gasten en op nostalgie beluste provinciegenoten, maar ik heb dagen op zo’n rammelkast doorgebracht en dan piep je wel anders. Om nog maar te zwijgen over het ophokken en het binnenhalen van het koren. Tropenjaren waren het voor de boeren, de boerinnen en verdere medewerkers. Wat was de combine een geweldige verlichting! Weg met die ingenieuze rotbinder. Nu duikt hij af en toe weer op tijdens oogstdagen. Voor de leuk. Ik zie duidelijk de handles waarmee de maaibalk moest worden opgetrokken of de banden gestopt als het spaak liep en ik waan me Buster Keaton in The General. Ik ruik het sisaltouw (merk: Tiptop) en de geur van het afgesneden graan. Afzien was het, maar ook om eventjes ontroerd van te worden.

Ruimte 8.8.18

De Hema belde; de onderbroeken van schoonmoe waren aangekomen. Ze kan de oude niet meer aan, zei ze onlangs. Ik herkende iets. Mijn boxershorts zitten flodderig na mijn operatie. Ik heb ruimte over. Ik overwoog al eens de zorgwinkel binnen te stappen. Wie weet hebben ze naast steunkousen, aangepaste bustehouders en corsetterie ook een plankje ondergoed voor geslachtelijk gehandicapten. Ik vrees echter van niet. ‘Wordt nooit om gevraagd’, zal de verkoopster enigszins beschroomd zeggen. Eeuwen lang brachten mannen een braguette in hun pofbroek aan. Dat werd niet zuinig bemeten. Voor liefhebsters van fors geschapen doerakken moet dit, als de klep eenmaal openging, weleens tot smadelijk gezucht hebben geleid. Maar wanneer hoor je een man zeggen dat hij loze ruimte in zijn boxershort heeft? Dat is vragen om geestelijke kastijding. En toch komt dat eraan, want het mannelijke geslachtsorgaan slinkt las ik onlangs in een wetenschappelijk tijdschrift. Gevoegd bij het stijgend aantal penisamputaties voorzie ik het ontstaan van één soort ondergoed. Zonder de nodige franje en… zonder gulp!

Martelares 9.8.18

Een vrouwelijke Haagse gemeenteraadslid van de PVV heeft zich gisteren van het leven beroofd. Op zich heel triest, hoewel het bericht werd omgeven met raadselachtigheden. Enige tijd geleden had zij gezegd dat zij door een groepje moslimmannen, aangestuurd door een ex-PVVer, verkracht zou zijn. Maar aangifte bij de politie -op aanraden van de burgemeester- deed zij niet. Dat zette de deur open voor wilde speculaties. Ik vrees dat een deel van haar beschuldigingen aan haar fantasie ontsproten is. Ik kan het moeilijk rijmen dat een ex-lid van de meest uitgesproken antimoslimpartij moslimmannen aanspoort om een collega te verkrachten. Ik zou dit tot op de bodem uitgezocht willen hebben en juist dát weigerde zij. Dit riekt naar bedrog. De antimoslimpartij zal er wel weer goed garen bij spinnen en haar verheffen als een martelares á la Pim Fortuyn. Mogelijk streefde zij de twijfelachtige eer na de Hollandse Jeanne ‘d Arc te worden, maar daar zit niemand op te wachten. Ik denk dat ze niet eens Het aanzien van 2018 haalt.

Vlag 10.8.18

Ik verzin weinig. Meestal overkomt me iets en dat schrijf ik op. Soms noteer ik een gebeurtenis waarover ik gehoord heb, maar dat is ongeveer hetzelfde als het mijzelf kon zijn overkomen. Schrijvers van avonturenromans of detectives beleven ook weinig van wat ze schrijven. Soms kom ik op het hellend vlak als het om waarheid of verdichting gaat. Een voorbeeld. Mijn vroegere buurvrouw is jarenlang telefonisch door een dorpsgenoot lastig gevallen. De politie kon er niets aan doen, omdat ze niet lijfelijk door de man werd geattaqueerd. In mijn ogen is wat die man deed een misdrijf. Die man werd op zeker moment ernstig ziek en moest elke week naar het ziekenhuis. Hij ging altijd op hetzelfde tijdstip met de taxi. Ik heb haar toen voorgesteld om consequent op dat moment de vlag uit te steken. Ik vond dit geen morbide gedachte, eerder een briljant idee. Maar zij vond dit onnodig kwetsend. De man ging korte tijd later dood. Toen was ze eveneens van het probleem af.

Leerschool 11.8.18

In Emmen komt een eettent met de naam ‘De IJsbeer’. In Veendam bevindt zich al vele jaren een cafetaria met deze naam. Ik vertoefde er regelmatig tijdens mijn schoolpauzes. Overblijvers waren verplicht hun brood in de schoolkantine te nuttigen, daar werd door de kantinechef Homan streng op toegekeken. Ik had een enorme hekel aan die man en verwijderde mij om 12.00 uur haastig uit het schoolgebouw en begaf me -al naargelang het weer- naar het nabijgelegen plantsoen óf naar ‘De IJsbeer’. Soms met mijn schoolvriend Paul. Hij was veel volwassener dan ik. Hij reageerde eens op een brallerige beer van een vent met: ‘Wat wolst doe toch? Zörg eerst moar is dast een snor krigst’. Dat was pas stoer! De jukebox trok ons er naartoe. Een tijdje was Eight miles high van The Byrds míjn en Summer in the city van The Lovin’ Spoonful zíjn favoriet. Waarom het ‘De IJsbeer’ heet weet ik niet. In Emmen is dat duidelijk, want het betreft een gebouw van het voormalige dierenpark.

Overtreden 12.8.18

Vanaf heden mogen onze hunebedden niet meer worden beklommen. Eindelijk maar toch. Ik heb nooit begrepen waarom met name kinderen, vaak aangemoedigd door de ouders, deze antiquiteiten willen beklimmen. Onlangs was ik nog in Borger bij het grootste exemplaar van ons land en zag weer de nodige klauterij. Zo’n 30 jaar geleden wandelde ik rond het met touw omheinde Stonehenge. Het is al eeuwen een ruïne, maar dat zijn onze steenbulten ook. Dat wil niet zeggen dat je het verval opzettelijk moet versnellen. Een bewaker lispelde mij toe of ik niet liever twee weken eerder bij het zonnewendefestival was geweest. ‘Nee’, zei ik. Ik moet niets hebben van druïden en meelopende lichthoofden. Ik zei dat in my province heel veel megalitische bouwwerken staan die mogelijk nog ouder zijn dan Stonehenge en die ter algemeen vermaak dienen. Ik zal je krijgen broeder, dacht ik. Maar, wat zou er gebeuren als kinderen onze nationale trots De Nachtwacht ineens zouden bepotelen. Dan zou je wat beleven. Waarom onze hunebedden dan wel?!

Voorbode 13.8.18

Rare dag vandaag. Je hebt ze erbij. Vanmorgen na de wandeling wat zitten babbelen met een plaatsgenote over bepaalde mensen. Over haar vader, 96 jaar oud, waarmee ze in onmin leeft en over mijn vader, die zij nog goed gekend heeft. Ik heb het niet graag over mijn huiselijke perikelen, maar de laatste tijd borrelt het regelmatig op. Het maakt me onrustig, zet teveel in beweging, ik wordt er emotioneel van en dat stoort me. Ze wist aardig goed hoe het er vroeger bij ons thuis aan toeging. Niet dat ik niet wist dat mijn vader minder gezien was dan hij altijd voorhield, maar dat iemand het hardop zei, kwam wel eventjes binnen. Het nam mij de rest van de middag aardig in beslag. Tegen vijven zei mijn vrouw dat ze kater Gerrit al de hele dag niet gezien had. Hij kwam altijd op zijn prakkie af, nu ineens niet? Eind ‘s middags vond ik hem; dood. Het was alsof het de hele dag al in de lucht hing.

Spookbeeld

Het dode lichaam van Gerrit lag er verfomfaaid bij. Het had niets meer van de stoere streepjeskat van vanmorgen. Hoewel: ik heb hem vanmorgen niet eens gezien. Waarschijnlijk is hij geraakt door een vroege auto en heeft zich voortgesleept tot waar ik hem vond. Ik had de sloten en de bermen langs de weg kort daarvoor afgezocht en liep niet bepaald gerust langs onze heg. De strot kneep mij dicht. Ik vervloekte kort en heftig de uitvinding van de auto en zon op wraak door een bord in de berm te planten met daarop ‘Hatelijk dank wegpiraat, voor het doodrijden van Gerrit!’. Toch maar niet gedaan. Wat schiet je ermee op. ‘s Avonds liep mijn vrouw meerdere keren naar buiten om te zien of Gerrit toch nog op zou duiken. Een wanhoopsgebaar, ingegeven door verdriet. Ik droomde zelfs even dat ik mogelijk een andere toevallig ook doodgereden kat had begraven en dat Gerrit ineens mauwend op de stoep stond. Dat zou wat zijn! Maar het bleef bij een waangedachte.

Wezen 15.8.18

Op het terras van Grand Café ‘Prins Mauritshuis’ te Blokzijl zat een mevrouw haar mobieltje door te wipen. Haar ene afgezakte mouw toonde een felrood bh-bandje. Vroeger huisde in dit pand een weeshuis. Opvangplaats voor ouderloze kinderen die onder de knoet van kerk en gegoede burgerij op het goede spoor werden gezet. Van liefde was voornamelijk sprake in productieve zin. Niet zelden vergreep één van de vaders of moeders zich aan een jong ding en dreigde met hel en verdoemenis als het slachtoffer er een woord over zou zeggen. Kort geleden las ik op de voorpagina van een ochtendkrant over ernstige vergrijpen van geestelijken van de roomse kerk in Pennsylvania. Machtsmisbruik is van alle tijden. In het leger, op internaten, op scholen, in kerken… Die schijnheilige smoelen zijn een duimdik masker. Nu is het oude weeshuis een uitspanning. Dat bandje bezag ik als een vuistslag in het gezicht van die vrome beulen. Ik moest bijna hardop lachen om deze verlate afstraffing. Hopelijk begreep zij mijn grimas niet verkeerd.

Megamega 16.8.18

In Leeuwarden bewegen dit weekend drie supergrote marionetten. Een beetje Gulliver’s Reizen op z’n Frans. Meer dan 300.000 toeschouwers worden er verwacht. In Drouwenermond is het Boerenrock- annex Cross-Festival. Daar komen zo’n 35.000 mensen met medeneming van kleurrijk beschilderde caravans en vreemde voertuigen op af. Bij Biddinghuizen begint het Lowland Festival en elders in het land zijn ook nog eens tientallen evenementen waar duizenden mensen naar toe zullen gaan. Ik denk dat het eerjaars helemaal fout gaat met deze volksbewegingen. Ik heb het nog niet eens over heksenketel Schiphol. De mens wil spektakel, reizen, veel zien en gezien worden. Gisteren liepen we door Vollenhove. We bezochten de Grote kerk en de tuinen van Marxveld. Het was er doodstil. Tegen vieren haalde ik de auto op die ik een eindweegs geparkeerd had. In de Kerkstraat naderde ik een vrouw die naar ik meende naadkousen droeg. Bij aandachtiger beschouwing zag ik dat de naden tatoeages waren. Tot in de poriën vergroten we het leven, tot we er onherroepelijk in vastlopen.

Geslachtelijkheden 17.8.18

Je komt er steeds moeilijker uit wat iemand die geen hetero is of althans beweerd dit niet te zijn, genoemd moet worden. Er is sinds enige jaren de nogal algebra-achtige letterverzameling lhbtoiq+, waaronder naast lesbo en homo diverse andere geaardheden vallen. Het meest tot de verbeelding spreekt de letter q, hetwelk staat voor queer. Als kind hoorde ik weleens het woord kween vallen. Daarmee werd een kalf bedoeld dat vanwege geslachtsorgaanproblemen geen kroost kon voortbrengen. Het Engels woord queer vermeldt het woord hermafrodiet, maar dit komt in het genoemde lijstje niet voor. Op de televisie zag ik onlangs een manvrouw met een baard en een brallende, bierzuipende vrouwman. Het krijgt iets gênants, iets Mounties-achtigs. De jonge John Lanting zou ze geheid belachelijk hebben gemaakt. Volgens Wikipedia staat de q in dit geval voor elke niet hetero-geaarde. In dat geval zou men het tussen m en v kunnen plaatsen. Het scheelt een hoop gedoe met reisformulieren, paspoorten en andere documenten en alle eventueel toekomstige outers zijn meteen onder zeil.

Necrolijst 18.8.18

Soms, in een bespiegelend moment, plaats ik mijn gestorven familieleden, vrienden, kennissen en mijn geliefste huisdieren op een ranglijst. Ethisch gezien horen dieren niet op zo’n verzamellijst, hetgeen betekent dat bij een eindeloze longlist uiteindelijk de vreselijkste mensch wordt genoemd boven het geliefste huisdier en dat weiger ik te accepteren. Neemt men in zo’n lijst wél de geliefde hond, kat, parkiet, ezel enzovoort op, dan valt een net iets minder geliefde tante, oom, neef of nicht af. Het zij zo. Mijn geliefste ontslapen huisdieren bevinden zich in dier voege allemaal op de lijst. Mijn moeder staat uiteraard voor eeuwig bovenaan! Daarna komen een aantal dierbare familieleden, vrienden en kennissen, waarna achtereenvolgens Rikkie, Koko en Bram opduiken, weer iets later gevolgd door Pluimpie, Gijs en Tuppie (de volgorde is nog niet helemaal duidelijk). Ik ben mij bewust dat openbaarmaking van de lijst in familiekring voor gefronste wenkbrauwen zal zorgen óf zal worden gezien als een briljante grap. Een nieuw classificatiesysteem kan het mogelijk maken. Hopelijk beleef ik dit nog.

Oordeel 19.8.18

Bij Zomergasten was vanavond Pieter Waterdrager. Ik kende hem alleen van naam. Hij is schrijver en journalist. Hij vertoonde onder andere een fragment met Theo van Gogh. Vandeweek las ik het boek Je ziet mij nooit meer terug van Sonja Barend. In dat boek komt Theo van Gogh ook voor. Hij wenste Sonja in zijn columns en in brieven de vreselijkste ziektes toe. Hij smijt met kanker en zelfs vergassing alsof het niets is. ‘Maar hij was heus geen antisemiet, hij was een lieve man’, zegt een vriend van hem. Niet te geloven. Mijn afdelingschef vroeg me die dag wat ik vond van de moord op Theo van Gogh. ‘Kan me weinig schelen’, zei ik onverschillig. Daar schrok hij van. ‘Moord is altíjd af te keuren, maar als haat het wint van ironie, kom je wel in beeld bij sommige figuren en die kunnen ongenadig hard toeslaan’, zei ik. Na die passages uit het boek van Sonja, kan ik niet anders dan bij mijn standpunt te blijven.

Fries 20.8.18

Morgen gaan we naar Leeuwarden, een stad waar we weinig komen. Als lid van de filmkeuzecommissie van het FriesFilmCircuit kwam ik er regelmatig. Dat is ruim 30 jaar geleden. Mijn eerste poging gedichten gepubliceerd te krijgen was in oktober 1971 bij de Leeuwarder stichting ‘operaesje fers’. Nooit meer iets van gehoord. Bij een platenzaak aan de Nieuwestad scoorde ik ooit voor een prikkie Life in the foodchain van Tonio K. Nog steeds een 5-sterrenplaat. Met een groepje kunstenaars uit Ooststellingwerf gingen we in 1983 naar De Prinsenhof om te overleggen hoe we konden samenwerken voor een kunstuitleen in Oosterwolde. Dat is in de tijd dat ik hier woonde niets geworden. We gingen nu naar het FriesMuseum om de tentoonstelling over Mata Hari te bekijken. Onderweg nodigde een medewerker van het Provinciehuis ons uit het pand van binnen te bezichtigen. Ik noemde zijn baas leuterig Edje Kadetje. Dat vond de man niet fijn. Vloeken in de Friese kerk. Er liggen toch nog aardig wat voetstappen van mij in Leeuwarden.

Grouwigheidje 21.8.18

Het is wat met die Friezen. Hebben ze geen elfsteden’schaats’tocht, dan zwemt iemand het wel. Niet helemaal gelukt, maar een prestatie van jewelste, dat dient gezegd! Leeuwarden ontwaakte uit een soort collectieve rouw. De koppen op de provinciale kranten spraken boekdelen. Alsof een nazaat van Pieter Jelle Troelstra van de Scheve Toren was gesprongen. Het zou natuurlijk prachtig zijn geweest als Maarten van der Weijden (de nieuwe Reinier Paping!) het wél had gered. Tegen vier uur reden we door naar Grouw. Dit wordt tegenwoordig als Grou geschreven. Kameleondorp Terhorne werd jaren geleden ook al veranderd in Terherne. Wat is dat voor raars? Dat zouden de andere noordelijke provincies eens moeten doen. Nieuw-Amsterdam in Siberisch-Amsterdam, Meppel in Noordmokum, Emmen in Eemcity, Groningen in Krunningen, Appingedam in Daaam, Winschoten in Sodom… Maar van Friesland pikken we het. Ik kwam tot dit inzicht toen ik aan het water stond van het …Pikmeer. Tja. Grou(w) is overigens een prachtig dorp en nog verschoond van massatoerisme. Wij hebben er enkele mooie uren doorgebracht.

Theezaklabeltje 22.8.18

Een tijdje geleden kreeg ik een presentje in de vorm van een doos éénkops theezakjes. Elk van de zakjes bevat een labeltje waarop een vraag staat. Het is bedoeld om een gesprek een kontje te geven. Meestal stellen die vragen niet veel voor, maar vanmiddag las ik enigszins tot mijn verbazing ‘Wat was uw vreemdste seksuele ervaring?’ Ik zie de lezer in gezelschap al besmuikt peinzen over wat zij of hij vooral níet moet zeggen. Hoewel de moderne Nederlander zich graag vrijzinnig voordoet, blijft seksualiteit een moeilijk bespreekbaar item. Wat betreft mijn ervaringen in deze; uitgaande van het grote boek der liefde, ben ik denk ik niet verder gekomen dan hoofdstuk 1. De vreemdste seksaanzoek…? Een vroege vriendin stelde voor om onze maiden-fuck stoned te bedrijven. Dat leek me geen goed idee, ik maakte meteen een eind aan de verkering. Een missionaris van de vrije liefde kan ik mij niet noemen. De theefabrikant bedoelt het waarschijnlijk als grap. Maar het kan het theetje wel een bittere bijsmaak geven.

Vooroordeling 23.8.18

Bij de ingang van de supermarkt stond een groepje kinderen nogal luidruchtig papiertjes aan binnengaande klanten uit te delen. Ik liep derwaarts en zag dat niet iedereen eentje kreeg. Ze hanteerden een systeem dat me tegen de borst stuitte. Bij winkeldemonstraties van soep of biscuitjes wordt ik vaak overgeslagen, vandaar. Men zou dit discriminatie kunnen noemen of inzicht, want ik koop inderdaad zelden zo’n product. Omdat geen van de kinderen mij een papiertje toestak, vroeg ik erom. Een jongetje stond het lauwtjes af. Het bleek te gaan om een inzamelactie van hun school voor de voedselbank. Prachtig initiatief. Ik liep de winkel in, pakte een mandje en verzamelde aan de hand van het wensbriefje een tiental artikelen. Na afgerekend te hebben legde ik de spullen in het voedselbankwinkelwagentje. Het was nog leeg. Het jongetje bezag het met grote ogen. ‘Dank u wel’, zei hij. ‘Met hoeveel zijn jullie?’ zei ik. ‘Met acht’, zei hij. Ik gaf hem acht koetjesrepen om te verdelen. Daarmee was het punt wel gemaakt.

Snipperdag 24.8.18

Er zijn dagen waarbij ik bij het opstaan al voel dat het niks wordt. Ik bracht de vrouw naar het zorgcentrum en was tegen negen uur weer thuis. Het begon te regenen. Het voorgenomen rommelrapen kon ik wel vergeten. Gisteren in Gasselternijveen waar ik raapte kreeg ik een bulk complimenten van een mij totaal onbekende man. Ik stookte hem nog enigszins op door te zeggen dat ik hier niet eens woon. Dat maakte het voor hem helemaal bijzonder. Hij zei dat hij ook regelmatig een schoonmaakrondje in zijn buurt maakte en dat hij onlangs een paar jongens had gesnapt die bierflesjes in de Hunze smeten, maar door hen zó werd uitgescholden, dat hij de zin er nu eventjes goed af had. Dat ik het wél deed, vond hij super. ‘Ach ja, de wereld veranderen zonder een druppel bloedvergieten is iets voor mooie liedjes’, zei ik en raapte een snipper papier op en liep verder. Ik ga liever niet in discussie en vermijd veroordeling. Ik hoop hoogstens op navolgers.

Tributen 25.8.18

Ik ben nooit een bandjesman geweest. Wel om naar te luisteren, maar niet om deel van uit te maken. Ik heb het in twee bezettingen geprobeerd; het werd niets. Voor solo-optredens was enkel animo als support act. Daar had ik geen zin in. Folksingers beleven nu als singer-songwriters een ware opstanding. Dat geldt eveneens voor bandjesmuziek uit vroegere decennia. In Veendam speelden vandaag vier immitatiebandjes (tributes genoemd). Drie namen van die bandjes waren naar een titel van een plaat van hun idool/idolen of een afgeleide van de bandnaam: Spritz (Herman Brood), Eagles Legacy (The Eagles) en Mirage (Fleedwood Mac). Voor de laatste ging mijn interesse het meest uit. Dat viel nogal tegen. Het punt was de apparatuurafstelling. Een bezigheid die voor de nodige ergernis zorgde. Daarenboven bleek egotripperij mede debet aan de kwaliteit van het gebodene. De legendarische, enige echte Gruppo Sportivo liet als afsluiter horen hoe het wél moest. Maar wat mij als bandjeslid het meest zou hebben tegengestaan was dat vreselijke terugreizen – samen in een busje.

Schoenen 26.8.18

Vandeweek liepen we een schoenenwinkel binnen waar 50%sale-banieren op de ramen waren geplakt en dat lokte. We kopen als het kan alles tweedehands of in de uitverkoop. Vaak zijn dat producten die uit de mode zijn. We scharrelden langs de stellingen. Mijn vrouw pakte een helblauwe schoen en een imitatie krokodillenleren bootie om mij te laten gruwen. Toen nam ze een ferme mannenschoen en zei dat ze deze heel mooi vond. Ik niet. ‘Nee, voor mijzelf’, zei ze tot mijn verbazing. ‘Maar dat is een mannenschoen’, zei ik net iets te luid. ‘Nou wat zou dat’, zei ze. Het lijkt soms wel alsof we een beetje tweeslachtig zijn. Zij graaft vol overgave met blote handen in de aarde, hetgeen ik pertinent niet doe. Vanuit veiligheid niet, maar ook omdat ik het smerig vind. Ik heb daarentegen een voorkeur voor sokken die enkel op de damesafdelingen verkrijgbaar zijn. Zij weer voor mijn T-shirts en mijn blouses. En nu dus ook schoenen. Het is dat we niet dezelfde maat hebben…

Reus 27.8.18

Vanmorgen zag ik een reportage over de reuzenmarionetten (zie Megamega) in Leeuwarden. Heel indrukwekkend. Toch ben ik blij dat ik er niet bij geweest ben, want afgezien van de enorme mensenmassa, zou ik ook erg zijn geroerd door de magie van de verbeelding. Als kind al kon ik moeilijk geloven dat de poppenkastpoppen tijdens een voorstelling nep waren. Ik geloofde het pas toen ik ze later opgevouwen in een doos zag liggen. Het theaterstuk Portemonnee van Jozef van den Berg hield me nog dagen bezig. Wat moet ik dan wel gevoeld hebben bij deze door tientallen mensen voortbewogen metalen reuzen, waarbij vergeleken Ellert en Brammert dwergen zijn? Ik zag mensen huilen toen de zogenaamde vader herenigd werd met het kind. Ik voel geen enkele compassie bij het zien van een prachtig opgepimpte motorfiets en die bewegen toch ook? Nee, het is de suggestie van een biologisch wezen. Dat kan een zeer gecompliceerde stijf voortbewegende reus zijn of een uiterst simpele portemonnee. Ik kan door allebei zeer ontregeld raken.

Identiteit 28.8.18

Soms kan mijn doorgaans zonnige karakter plotseling omslaan vanwege het ontberen van mijn penis. Dit is iets wat weinig mannen kunnen zeggen en nog minder kunnen schrijven, maar het is geen gevoel om blij van te worden. Het gebeurt bij het passeren van een afschrikwekkende hork dat de latent aanwezige mantra ‘maar hij is compleet, jij niet’ opspeelt en mijn verdere dag overschaduwt. Ofschoon mijn amputatie bij hem niet bekend is en ik niets van zijn onmiskenbare lichamelijke en psychische gebreken weet, voelt het als een soort degradatie. De penis is immers ‘s mans wezen, zijn identiteit. Het zichtbaarst is dit in de openbare toiletruimte. Hier wordt er luid mee geschermd. Voor veel mannen van mijn leeftijd is van seksuele activiteit echter weinig tot niets meer over. De schijn ophouden is voor velen een pose en geeft hun vitaliteit. Daar niet aan te kunnen voldoen is ellendig. In mij groeit langzaamaan een mens die, in tegenstelling tot die andere, elke dag onder ogen ziet dat niemand echt compleet is.

Dodenadvertentiebovenschriften 29.8.18

Zolang ik kranten lees, lees ik dodenadvertenties. De strofen van bekende dichters knip ik uit en bewaar ik in een schoenendoos. Ik weet nog niet wat ik er ooit mee ga doen. Een ruiker Laatste woorden misschien, uitgegeven door een uitvaartcoöperatie. Verreweg de meeste mensen nemen met moeite afscheid van het leven. Logisch, want het is eenmalige belevenis. Sommige mensen berusten erin van het leven af te zijn. Als lezer voel ik dat de ontslapene soms niet al te jofel aan zijn/haar eind is gekomen. Mijn strot knijpt dan een wijle dicht. Ook is het geen geheim dat veel mensen met hun leven spelen. Stunters en sporters met name, waaghalzen op het slappe koord, streven nogal eens een doel na dat totaal gespeend is van levenwil. Met het bevaren van een Afghanistaanse wildwaterbaan vol islamitische piranha’s kietelt men de dood. Maar de meeste mensen eindigen toch zonder al teveel poespas met een rijmpje van Toon Hermans of Nel Bisschop, al dan niet hopend op een hemelse toegift.

Mythologie 30.8.18

Ik heb Het Achterhuis van Anne Frank weer gelezen. Niet dat ik dat gepland had, maar ik vond onlangs een uitgave uit 1957, vandaar. Jaren geleden heb ik de toen laatste druk gelezen. Het is een document humain van uitzonderlijk niveau. Het meest verbazingwekkende vind ik dat zij -meisje van amper 14- in die vreselijke oorlogstijd, stug bleef doorgaan met studeren en boeken lezen met onderwerpen waar ik toen ik 14 was nog nooit van had gehoord. Mythologie, bijvoorbeeld. In essentie niet anders dan de sprookjes van Grimm of Andersen, maar veel ingewikkelder. In een kleine opsomming van hobby’s aan haar ‘vriendin’ Kitty zegt ze dat nô.1 schrijven eigenlijk niet telt. Daarna komt stamboomonderzoek, Frans, enzovoort. Het is alsof ze zich naar de lezer verontschuldigd als ze verzucht ‘Ben ik nog maar pas 14?’ Als ze de oorlog had overleefd, zou ze naast schrijfsters als Hella Haasse en Marga Minco zijn geëindigd. Maar ze werd meer: een mythe. Eentje die terecht iedereen over heel de wereld kent.

Snoodaards 31.8.18

Leer van uw vijanden. Zal vast legio keren door wijsgeren zijn genoteerd. Ik leef er stiekem wel naar. Ik lees in Trouw gelijk een rioolrat de reli-stukken en kruis aan wat me tegenstaat en kan gebruiken voor een tegengeluid. Net weer iets gelezen over een Vaticaanbewoner. Hij vindt dat iemand die zegt in een verkeerd lichaam te zijn geboren, naar een psychiater moet. Ik voor mij vind dat iemand die zegt het celibataire leven voor te staan en zich ondanks deze belofte toch aan kinderen, vrouwen of mannen vergrijpt, ogenblikkelijk door het wereldse gerecht stevig moeten worden aangepakt. Het is toch al te zot dit enkel aan ‘Rome’ over te laten. Het veroorzaken van dit soort terreur door deze klerelijers kan alleen worden gestopt als hun zinneprikkels op natuurlijke wijze worden gekanaliseerd. Onder de clericalen zullen zich vast ook wel sekslozen bevinden, maar deze geaardheid wordt niet als eis gesteld bij de intreding. Het is een beetje als een veganist die stiekem af en toe een rookworst eet.