December 2018

Topavond 1.12.18

Soms heb ik een onverwacht gelukje. Niet dat dat zo bijzonder is, want alleen al het feit dat ik in Nederland leef en niet in bijvoorbeeld Zuid-Azië, Midden-Afrika of Groenland, ís al een onmeetbaar groot geluk. Nee, het is toegevoegd geluk. We waren naar het theater. Vooraf ben ik weleens huiverig hoe de plek waar wij komen te zitten zal uitpakken. Wij hadden kaartjes voor rij 15. ‘Ik hoop dat wij het een beetje goed kunnen zien’, zei ik tegen mijn vrouw. Dat viel enorm mee. We zaten mooi in het midden. Dat had slechter gekund. Bijkomend mazzeltje was dat de stoelen vóór ons onbezet bleven. Nergens een open plekje te vinden, toevallig vóór ons. Dat kon een verdrietige oorzaak hebben. Afgezegd vanwege ziekte, een sterfgeval of gewoon vergeten. Het gevolg was dat wij ruim zicht hadden, geen storende achterhoofden voor ons. Het stuk getiteld Sneuwitje en een stuk of zeuven dwergen deed de rest. Kolderiek spektakel, met onder andere Bert Visser. Da’s geen gelukje , maar hémels geluk.

Waar/onwaar 2.12.18

Omdat ik op gezette tijden stukjes op internet plaats, krijg ik zo nu en dan weleens een reactie van een lezer en omdat ik mij niet altijd houd aan werkelijk beleefde beschrijvingen, vraagt men daar weleens naar. Ik zeg dan dat 80% van alles wat ik schrijf waar is en 20% om het bij te kleuren. Want waarheid zonder enige toevoeging is niet zelden onaangenaam en saai. Sommige mensen vinden dat niet kunnen, anderen vinden het juist prima.
Dat is de vrijheid van de schrijver, zeggen ze en dan zeg ik dat ik mij eigenlijk geen schrijver voel, eerder onderzoeker. Maar al te vaak echter blijkt de zogeheten objectiviteit van een non-fictieschrijver een wassen neus en dat fantasten die de naam hebben de lezer bij de neus te nemen, juist grossieren in de waarheid. Als lezer dwaal je zo bezien in een doolhof. Het is de kunst om je daar een weg in te vinden. Tussen waar en onwaar ligt de wereld waarin we leven: in het midden.

Voorbode 3.12.18

In het Poolse Katowice vergaderen op dit moment leiders uit 190 landen over het reilen en zeilen van de aarde. Want daar gaat het niet goed mee. Ik zocht Katowice even op. Het licht hemelsbreed 30 kilometer van Auschwitz. Bij een site over Auschwitz staat: ‘Auschwitz – wel de pret, niet de stress’. Wie dit bedacht heeft, ontziet haar geschiedenis. Voor de wereldconferentie van start ging, was al duidelijk dat het ook deze keer niets zou opleveren om de vernietiging van de aarde een halt toe te roepen. Geen wonder dat Derde Wereldlanden nu in de positie komen even welvarend te worden als de Eerste Wereldlanden. Dat hebben ze verdiend door eeuwenlang voor een habbekrats de zogenaamde Eerste Wereldlanden schatrijk te laten maken. Slavernij is nog steeds een gewetenloze uitbuiting, waarvoor de bovenklasse en de consumenten hun ogen sluiten. Daardoor zal roofbouw en vernietiging van de aarde gewoon doorgaan. Ik hoop dat Auschwitz die leiders wakker zal schudden, want er is reden genoeg angst te hebben voor een herhaling.

Guichelheil 4.12.18

Tussen de boeken van mijn nicht had ik de klassieker De Rode Pimpernel van Baronesse Orczy gevonden. Ik las het gisteren bijna helemaal uit. Een schitterend verhaal. Geheel passend bij het Frankrijk van nu. Immers daar heerst grote onrust. Revolutie ligt op de loer, liet vroegere Journaallezer Philip Freriks ons bij Pauw weten. Ik zocht de betekenis van het Engelse scarlet pimpernel op en vond guichelheil. Als bloemetje zei het me niets, maar het woord kreeg grote bekendheid door het Nationaal Dictee van jaren geleden. Dezelfde Philip Freriks presenteerde ook dat programma, maar zondagmorgen jongstleden kreeg hij in het programma OVT als columnist tot mijn stomme verbazing de bons. Een misverstand, zo bleek later, maar dit bleek bij nader inzien niet geheel juist. Enfin; gekonkel. Ik vrees dat de vpro er nog behoorlijk last van krijgt. Misschien zouden we, met deze zaak in gedachten, guichelheil aan ‘onverkwikkelijke blunders’ kunnen koppelen. Het Nationaal Dictee is ter ziele, Philip Freriks nodeloos tot struikelen gebracht en de Rode Pimpernel totaal vergeten.

Geraas 5.12.18

Terwijl ik om halfnegen Rossi uitliet, hoorde ik plotseling ‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht’ over het veld schallen. Goed, het is 5 december, maar waarom zo vroeg? dacht ik. De ouwe baas en zijn knecht zouden toch pas in de loop van de ochtend arriveren? Anarchie in Sinterklaasland? Het is sowieso een wanvertoning aan het worden. Hooligans nemen het op voor de kleur van de knecht, het kwam hier en daar al tot scheld- en vechtpartijen. Waar gaat dit naartoe? Ik was onlangs van plan snoepgoed in de schoentjes van de kleuters in de aanpalende school te stoppen. ‘Niet doen’, opperde mijn vrouw ‘er zijn kinderen die allergisch zijn voor suiker of chocolade’. Daar ging mijn grap. Het ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de gard’ is ook allang uit de tijd. Kastijding van de kinderziel vindt nu plaats over de rug van ons geweten. Straks moeten wij nog verantwoording afleggen voor de leugen die wij onze kinderen voorhielden. Mij hoor je niet meer.

Heidens

Ik zou net als in Garrison Keillor’s Het leven in Lake Wobegon mijn dagelijkse notities kunnen aanvangen met: ‘Terwijl ik met Rossi door het dorp liep, overkwam mij…’ enzovoort. Tijdens mijn wandelingen gebeurt er weinig meer dan in Lake Wobegon, weliswaar met dit verschil dat mijn dorp écht bestaat. Rossi en ik liepen in de buurt van het dorpshuis. Achterop naderde ons een langzaam rijdend busje. Toen het naast mij was keek ik opzij recht in de gezichten van Sinterklaas en Zwarte Piet. Ze zaten op de middenbank, het raampje was open. ‘Moi Wullem’ zei Sinterklaas vriendelijk. Ik zei ‘Moi Sinterklaas’ terug. Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Bij de parkeerplaats van het dorpshuis stond namelijk een grote groep kinderen hún sinterklaas uit te zwaaizingen. De sinterklaas in het busje schreeuwde ‘Duiken Jan!’ en de chauffeur gaf een ferme straal gas. Ik weet niet of de kinderen het merkten. Het is vandaag aanpoten geblazen voor de pseudoheiligen. Morgen is het weer voorbij en heeft Rome het rijk weer alleen.

Verantwoording 6.12.18

Er heeft zich plotsklaps een nieuwe uitgever aangediend. Het voert de naam ‘Stille Wateren’ en is gevestigd in Blankenham, iets voorbij Pollesteeg. Ik ben vooralsnog voorzichtig. De bedrijfsvoerder mailde dat indien hij tot uitgave van mijn werk zou besluiten, hij graag een ‘verantwoording van een en ander’ achterin wil. Ik ben daar niet toe bereid en heb hem geantwoord dat ik hier niet aan kan beginnen, omdat dit een te grote klus is. Bij diverse stukjes heb ik middels een * uitleg gegeven over een en ander. Maar men moet hier geen gewoonte van maken, vind ik. Het schept maar verwarring en hindert de voortgang van het lezen. Uitgaven van bijvoorbeeld Beets en Multatuli staan er vol mee. Voorts wil hij dat de titel van het eventueel uit te geven boek veranderd wordt in Notities van een heilloze. Hoe hij daar bij komt is mij volstrekt een raadsel. Ik ben nóch heilloos nóch van plan het te worden. Ik vrees dus dat het bij een welgemeende adieu zal blijven.

  * Het door mijzelf opgedrongen kader van 169 woorden heb ik soms bewust middels een 
    * verbreed, zodat ik mij meer ruimte geef. Men zou het gebruik van een asterisk (*) dus  
    feitelijk een inbreuk kunnen noemen op het vaste kader. Maar de * biedt ook de  
    mogelijkheid iets te verduidelijken. Misbruik wil ik het niet noemen, eerder sjoemelen.  

Roofdier 7.12.18

Ieder jaar hetzelfde; Sinterklaas is amper vertrokken of de advertenties voor het kerstvreetfeest vliegen je om de oren. Foto’s erbij hoe verleidelijk de reerug of het waterkonijn er wel bij ligt. Want alles wat beweegt verorberen we en onder het mom van feest zijn er nauwelijks grenzen. Ieder jaar neem ik me voor de kerstdagen vastend door te brengen. Nog steeds niet helemaal gelukt. Hoe ver wil je overigens gaan in het sparen van de levende have? Mag een eitje? Komt uit een kip en die gaat na gedane arbeid (plusminus 300 leggingen) de soep in. Een bekertje chocomelk dan? Juist vanwege de melk kunnen de Bourgondiërs aanschuiven bij buffetten en braaierijen. Maar ook zaken als brood, koekjes, chips, zuurtjes, wijn, sausjes…enzovoort bevatten stoffen afkomstig van dieren. Wil je je strikt onthouden van dierlijke producten, dan blijft er weinig over. Als de mens zich heeft laten uitsterven zullen de vlakten overspoelen met paarden, varkens, koeien en kippen als kweeksels van een roofdier dat zich Koning God noemde.

Kwalitaria 8.12.18

We waren neergestreken in een cafetaria in het winkelcentrum ‘Emmerhout’. Mijn vrouw had gezonde trek en ik lustte ook wel iets. We kwamen van onze geesteszieke nicht en waren allebei nogal verslagen. Het trof me dat mensen in het stadium van geestelijke verval dierlijke trekken beginnen te krijgen. Alsof er trekken uit de oertijd terugkomen. Het schelden, het hoofdschudden, het niets meer weten… Het benauwde me. Even tijd voor wat ontspanning. We waren de enige klanten. Drie jongemannen waren bezig kerstlichtsnoeren vanaf het plafond voor de ramen aan te brengen. Het plafond was hoog en niet te bereiken op de bovenste traptrede. Daarom ging de jongen op de beugel van de trap staan. Hij balanceerde als een luchtacrobaat op nog geen drie meter van ons tafeltje. Als hij zou vallen, zou hij ons mogelijk raken. Niet erg handig. Ik kreeg mijn broodje frikandel (had kroket besteld, soit) in een doosje met vier servetten. Onnodige verspilling. Maar toen we weer naar buiten liepen brandden in ieder geval de lichtsnoeren.

Zelfspot 9.12.18

Het is niet mijn bedoeling mijn schrijvende kennissen aan te vallen. Toch moet ik één van hen benoemen: Cornelis Braaf. Hij heeft zich enige jaren geleden teruggetrokken uit de schrijverskring om zijn tijd volledig aan het schrijven en vooral publiceren te wijden. Sindsdien verschijnt er regelmatig een kroniek op zijn site. Ik heb zojuist de laatste editie doorgespit. Het is taaie kost. Veel zaken zijn gerelateerd aan het geloof. Wij hebben, zoals sommige theologen zeggen, de lach uit onze joods-christelijke wortels gesneden en van een zure calvinistische vulling voorzien. Best mogelijk. De kronieken hebben niet veel lezers. Het adagium ‘als er maar geschreven wordt’ (l’art pour l’art) lijkt mij onvoldoende om de vaart erin te houden. De schrijfkunst mag wel iets meer zijn dan voltijdse zelfbevlekking. Nu is het een grabbelton van spontane invallen, foto’s, artikelen van schrijfvrienden en elitair gekoketteer. Hij dóet het dan toch maar, kun je zeggen. Dat is waar. Een zandkastelenbouwer doet het toch óók maar, hoewel hij weet hoe zinloos zijn arbeid is.

Wensdenken 10.12.18

Ik ging met Rossi vanmorgen een eindje bij de Hunze lopen. De lucht boven Bonnerveen was een laaiende vuurzee. Gelijk een schilderij van Jan Voerman. Maar een gitzwarte wolkenpartij voorspelde niet veel goeds. Ik was net op tijd terug in de auto. Voorbij de brug haalde ik een groepje fietsende jongeren in. Ik stopte voor hen en zei ‘Moet ik jullie even meenemen?’ ‘Dat kan toch niet’, zei een meisje vanonder haar druipende capuchon. ‘Waar laten we onze fietsen dan?’ zei een jongen. ‘Hier’, zei ik en ik tekende met mijn hand in de lucht een hokje en knipte met de vingers en pats… daar stond het! De jongeren waren stomverbaasd en ik moet toegeven ik zelf ook. ‘Zet de fietsen er maar in’, zei ik, ‘maar wel op slot doen’. Daarna stapten ze in mijn auto en reed ik ze naar school. Thuis zei ik dat ik ‘s middags een stel jongeren van het Naussau College moest ophalen. Mijn vrouw keek me aan alsof ze zwavelstokjes zag branden.

Behang 11.12.18

Mijn vrouw krijgt ieder jaar voor haar werk als vrijwilligster van de overkoepelende organisatie de mogelijkheid enige attenties te vergaren. Vroeger kregen wij van onze werkgevers een vast kerstpakket, maar nu mag zij haar eigen artikelen bij elkaar zoeken. Wij moesten daarvoor wel naar Westerbork. In één van de zalen van het complex bevonden zich een aantal stalletjes en in het cafégedeelte konden we gratis eten en drinken. Het was me opgevallen dat er in alle zalen boekenkasten stonden en in het café zag ik tot mijn verbazing tussen de Oosthoek, Winkler Prins en de Summa zelfs een aantal banden van het Woordenboek der Nederlandse Taal. Ze stonden en lagen er een rommelig soort vintagebehang voor te stellen. Want wie kijkt er tegenwoordig nog in een papieren encyclopedie? Ik heb dit 40-delige woordenboek ook. Mijn naam staat bij de voorintekenaars op pagina 21. Maar ik gebruik het weinig. Toen ik later langs de ruggen zoefde, ontwaarde ik tot mijn verrassing zelfs Multatuli’s Ideeën. Ik waande me bijna thuis.

Roze 12.12.18

De school had een project opgezet waarbij kinderen in groepjes van vijf klusjes doen voor een goed doel. Een mooi initiatief en daarom liet mij vrouw een groepje komen. Om twee uur meldden zich vier van de kinderen, de ontbrekende vijfde -Katja- was ziek. Ze heetten Lars, Senna, Karim en Dennis. Ik dacht met vier jongens te maken te hebben en nu ik dit schrijf denk ik dat nog steeds, want Senna is in alle opzichten een jongen. ‘Senna is een meisjesnaam, het is dus een meisje’, zei mijn vrouw, die er echter ook niet helemaal zeker van was. Vragen durfde ik het niet, het zou een schok kunnen veroorzaken. Ik had voor elk van hen als extraatje een kleurig schrift + balpen gekocht, waarvan eentje met een roze kaft. Ik legde ze op tafel. ‘Die is voor een meisje, dus voor Katja’, zei Lars gedecideerd. Dennis en Karim knikten. Senna nam een zelfde soort schrift als de jongens. Nou ja, het is een heel aardig eh… mensje!

Rustig 13.12.18

Een bezoek aan het ziekenhuis zal menigeen schrik aanjagen. Men gaat er niet graag naartoe. Ik ben dit jaar twee keer geopereerd en moest vier keer voor controle. Vanmiddag was de laatste keer. Mijn behandelende arts is een bijzonder aardige man, dat maakt een bezoek heel aangenaam. Hij bekeek mijn onderzijde en zei dat alles er rustig uit zag. Rustig. Dat woord bleef op de terugreis door mijn hoofd zoemen. Ik heb geen psychische gevolgschade, wat makkelijk had gekund. Het zou voor veel mannen immers een ramp zijn als ze hun plas niet meer staand kunnen uitvoeren, maar zelfs de mannelijkste vrouw zal haar plas niet in een zeikgoot storten. Als recidieve verkrachters gecastreerd zouden worden, zouden zij voortaan zittend moeten plassen. Een schrikbeeld van jewelste en een psychologische dreiging om misschien de ergste begeerte af te remmen. Ik weet dat het een enorme ingreep is, maar het zou hen rust in het hoofd kunnen geven. Ik spreek -weliswaar vanuit een heel andere positie- immers een beetje uit ervaring.

Vertelkunst 14.12.18

Ik zat bij de visio te wachten op mijn vrouw. Dat is een wekelijks gebeuren. Ik ken onderhand veel van de cliënten die hier komen. Ze zijn welhaast deel geworden van mijn leven. Toon vertelde over een verloting en een lachsalvo volgde. Ik zei dat ik jaren geleden een paar meisjes aan de deur kreeg die loten verkochten ten bate van de zwemclub. Ik zei dat de baron niet thuis was en dat ik niets aan de deur mocht kopen. Ik zag hun verbaasde gezichten. Baron?! Ze hadden niet veel loten meer. ‘Weet je wat’, zei ik een beetje stiekem,
‘ik koop gewoon de hele boel’. De meisjes waren in de wolken. Enige jaren later sprak ik die meisjes nog eens. Ze wisten het nog precies en hadden er opnieuw lol om. Toen ik was uitverteld, bleef het angstvallig stil. Ik had het gevoel alsof ik een grap heel slecht verteld had. Vertellen is een kunst op zich dat los staat van het waarheidsgehalte. Elke moppentapper weet dat.

555 16.12.18

Je hebt mensen die waarde hechten aan getallen, anders dan het alledaagse gebruik ervan. Paragnosten, mystici, spiritisten, numerologen bijvoorbeeld werken allemaal met cijfers en getallen. Ik las dat 555 bij meerdere van deze zweefgeesten als het begin staat van veranderingen. Ik zocht het op. ‘Je hebt gelegenheid om uit de pop te kruipen en het fantastische leven te ontvouwen waar je recht op hebt’, kraait een engelensite en ‘Wees klaar voor het lot dat naar je glimlacht en de omstandigheden van je leven tranformeert!’ Nounou, maar ik zit niet te wachten op transformaties en uit een pop kruipen hoef ik al helemaal niet. In de astrologie betekent 555: ‘Het ervaren van de energie van Christusbewustzijn’. Jemieneetje! Ik keek ook es bij 554. Foute boel. De boze chakra’s vlogen me om de oren. 556: Nog beroerder. ‘Ga terug, anders donder je in de put!’ Het leven als ganzenbord. Ik houd het liever nuchter. Buiten ligt een laagje sneeuw, over het veld dwalen zeven engelen -o nee, het zijn reeën.

Geldzucht 17.12.18

Bruce Springsteen, schoolvoorbeeld van de integere rockster, staat ineens ter discussie. Reden: Bruce heeft een tijdlang avond aan avond in zijn uppie opgetreden in het ‘Broadway Theatre’ te New York, waarbij de entreeprijzen tot wel 850 dollar opliepen. Dat was voor een doorsnee Springsteenfan natuurlijk niet te betalen. Alle avonden waren niettemin stijf uitverkocht. Van zijn traktement stond Bruce naar het schijnt elke avond 10.000 dollar af aan een instelling voor daklozen. Dat is heel genereus. Neemt niet weg dat hij tegen deze prijswoekering had moeten ageren. Nu lijkt het alsof hij met instemming de rich & wealthy wilde bedienen. Je ziet steeds vaker popsterren in zaken gaan. Bob Dylan in wiskey, Eric Clapton in kunst, en zo meer… Een aantal lieden die niets met hun muziek van doen hebben strijken met de winst die de fans er voor hebben neergeteld. Dat zelfs Bruce Springsteen zich schuldig maakt aan deze verrijking valt me zwaar. Zijn bejubelde voorgangers – Pete Seeger en Woody Guthrie- zouden zich omdraaien in hun graf.

Vernedering 18.12.18

Een ex-oorlogsfotograaf schrijft over de misstanden in het marinekorps. Daar gebeuren met medeweten van de leiding verschrikkelijke dingen. Hij had daar melding van gemaakt, maar was min of meer weggewimpeld. Ik kan mij de situatie wel voorstellen. Komt er een ondergeschikte bij de Secretaris-Generaal met het bericht dat een ex-oorlogsfotograaf over bewijzen beschikt dat een marinier in het bijzijn van onderofficieren een 40-mm-granaat in zijn anus kreeg geduwd. ‘En wat moet ík daarmee, toestemming geven dat er wat mij betreft een 50-mmer in mag?’, zou de Secretaris-Generaal zeggen. Ik heb het leger niet gediend. Dat voelde weleens als een zwakte. Alsof ik er voor ben weggelopen. Mijn toenmalige vriend, die wel in dienst moest, zei dat ze veel zaten te lanterfanten, dat de leidinggevenden veel zopen en smerige praatjes hadden. Er werd veel gepest. In de hiërarchie van het leger zou ik de kop van jut zijn geweest. Dat voel ik aan mijn kringspier als ik dit lees. Ik ben blij dat deze kneveling mij bespaard is gebleven.

Voorlezen 19.12.18

Zo nu en dan lees ik voor. Dat doen wel meer mensen. Daar hoef je eens voor te kunnen schrijven. De woensdagochtendclub van ons dorpshuis vroeg mij of ik uit eigen werk wilde voorlezen. Goed. Ik zocht een aantal stukken bij elkaar die te maken hebben met het dorp. Na het eerste voorleesblokje kwam er een man naast me zitten. Ik keek recht tegen zijn ongepoetste, slecht passende kunstgebit aan en rook zijn onwelriekende adem. Dat is de keerzijde van mijn schrijfarbeid. Hij zei: ‘Ik weet heel veel zaken van dit dorp die aardige verhalen zouden kunnen opleveren’. Ik zei dat ik zo niet werk. Dat ik een hoop anekdotes verzin of inkleur. Daar schrok hij hevig van, zag ik. Toen het pauzetje voorbij was, ving ik aan met een verhaal over de eerste tractor die mijn vader aanschafte. Het is een hilarische vertelling over de Hanomag. Ik had de lach op de hand, maar ik zag zíjn gezicht niet bewegen. Hij dacht bijna hardop; ‘t Is allemaal gelogen.

Stofzuiger 21.12.18

Doorgaans stofzuig ik vrijdagsmorgens. Dit is geen te begeren karweitje, maar het moet zo nu en dan. Mijn vrouw veegt sinds enige tijd de vloeren, hetgeen stroom en een nieuwe stofzuiger uitspaart. Het apparaat is een jaartje oud, maar begint nu al onderdelen te verliezen. Deze tref ik weer aan als ik onder een kast zuig of achter de trap. In mijn kindertijd en jeugd hadden wij thuis een Ruton. Het was een cilindervormig apparaat op twee nikkelkleurige glijders. Hij gaf ook niet de geest, maar het snoer was versleten en de reparateur – tevens verkoper van huishoudelijke artikelen- zei dat een nieuwe Philips goedkoper was dan reparatie van de Ruton. Sindsdien is de levensduur van elektrische apparaten volgens mij alleen maar afgenomen. De aanduiding bruin- en witgoed was achteraf gezien al een slecht voorteken. Het zal me niet verbazen dat ik over enige tijd stofzuig met een apparaat nog slechts bestaande uit binnenwerk en een slang. De niet teruggevonden onderdelen heeft hij waarschijnlijk als een kannibaal zelf opgezogen.

Advent 24.12.18

Vanmiddag zei een cliënt in de wachtkamer annex kantine van het gezondheidscentrum waar mijn vrouw wekelijks naartoe gaat en waar ik dientengevolge regelmatig aanwip: ‘Ik wens u een goede advent’. Dat had nog nooit eerder iemand tegen mij gezegd. Het kon zijn dat het een plichtmatigheid was van zijn geloof. Ik bedankte hem daarom hartelijk, maar zei dat ik geen enkel geloof aanhang. ‘Ik ook niet’, zei hij. Dat maakte die wens nogal onlogisch. Van mijn zondagsschoolkerstfeesten herinner ik mij vooral het aansteken van de grote kerstboom door Geert Dillingh, de langste man in het gebouw en bijgevolg het dichtst bij de hemel én de geweldige vertellingen van dominee Roodzant. Bij het verlaten van de zondagsschool kreeg ieder kind eenzelfde psalmen & gezangenboekje. Ik kreeg het tijdens het kerstfeest van 1963. De dominee schreef erin: ‘Zalig zijn de vredestichters’ (Mattheüs. 5:9). Een mooie gedachte, want vrede zit me hoog. Bij het woord zalig krijg ik echter last van zuurbranden. Het doet mij teveel denken aan het verdorven Vaticaan.

Kerstoverpijnzing 25.12.18

Noem het naïef om uitgerekend op Eerste Kerstdag een boek over de geschiedenis van de Hollandse roof- en moordzucht in den verre te lezen. Onze hedendaagse welstand is er voor een groot deel aan te danken. Maar half het land zit nu in de kerk of thuis semi-vroom te wezen en is zich van geen kwaad bewust. In 2006, historisch gezien kortgeleden, roemde onze toenmalige minister-president de koene daadkracht van de VOC- en WIC-jaren en prees de mentaliteit van deze mannen. Ook de handel in mensen en het daardoor verkregen vermogen is kennelijk nooit een issue geweest. Protesten van meerdere kanten, zelfs aan de koning gericht, werden terzijde geschoven. Het is daardoor ook niet eens zo vreemd dat kinderen van vluchtelingen die hier zijn geboren als ongewenste sujetten het land worden uitgezet. U zijt wellekome…, maar zulks moet men natuurlijk niet te letterlijk nemen. Over vijftig jaar zal men zich diep schamen over hoe men in 2018 met de onderdrukte medemens omging. Ik weet het haast wel zeker!

Boontjes 27.12.18

De hele avond zitten grasduinen in Boontjes 1967 van Louis Paul Boon. Precies 51 geleden schreef hij dat de Playboy plotseling uit de handel was genomen. Boon was een begenadigde schrijver, maar ook een eromane man, hij schreef dientengevolge veel over seks. Er werd door velen gezegd dat hem daardoor de ‘Nobelprijs voor Literatuur’ niet werd toegekend. ‘Ondertussen blijven een hoop tijdschriften met veel meer mooie meisjes liggen in de uitstallingen der kiosken’, schrijft hij. Hij vraagt zich af welke geheimzinnige hand de Playboy boycotte. Sex rules the world is zo oud als Cleopatra. De voorbespeelde pornoband was, zeggen de wetenschappers, het grootste succes van de video. Tussen twee knokfilms sandwichte de huurder zich de nieuwste ranzigheden in huis. Maar las men de Playboy, dan was men een viezerik. Het lijkt alsof de wereld tegenwoordig aan het opschonen is. Victoriaanse tijden zijn nakende. Het zou goed zijn geweest als Boon die prijs had gekregen. Al was het maar om die preutse Belgen eens flink door elkaar te rammelen.

Voornemens 29.12.18

Rossi is een slechte eter. Geef hem het beste voer en hij draait er zijn kop voor weg. Maar spelenderwijs vreet hij allerlei kauwstokjes en brokken. Dus neem ik op mijn loopje met hem een voorraadje mee en mik het een eindje voor hem uit. Zo bezien gaat hij elke dag úit eten. Al doende, kwam ik vanmorgen een mij bekende honduitlater tegen, die me aansprak met ‘En heb je nog goede voornemens?’ ‘Niet echt’, zei ik. Ik heb ze wel, maar het lijkt me nog te vroeg om daar nu al kond van te doen. Ik moet bezig met de bevrijdingsportretten, met een verhaal voor Roet, het opstarten van een blog en de dorpssitecolumn. Daarnaast zal ik gewoon weer de nodige boeken en kranten lezen. En naar muziekfestivalletjes en museums gaan en ritjes maken van Vlakbij tot Verderop. Maar ook de tuin moet worden aangepakt. Alles onder voorbehoud, want koning Noodlot regeert met ijzeren hand. Dus ik zei nogmaals ‘Nee, niet echt, ja lopen met de hond’.

Bezorgd 30.12.18

Vanmiddag gebeurde datgeen waar ik altijd al bang voor was, namelijk het in één tel kwijtraken van mijn tikwerk. Ik kreet van schrik bij het plotsklaps opflitsen van het lege scherm ‘Kut-kut-kut-kut!!’ Ik liep meteen alle onlangs geopende documenten en programma’s na, maar December 2018 van Veenberichten bleef uit beeld. Gelukkig had ik nog een versie onder een andere bestandsnaam, maar dit was tot de 15de van de maand. Ik was zo’n twaalf stukjes kwijt. Kloten! Ik was net met de afsluiting, Bezorgd getiteld, begonnen. Het moest gaan over het meisje dat ik vanmorgen op de Hörns bij twee voor de oudejaarsavond geplaatste caravans had gezien. Het deed me denken aan hoe er vroeger bij de Kolk ook regelmatig woonwagens en caravans stonden van rondtrekkende kooplieden. Het meisje leek me niet ouder dan een jaar of 17. Een nogal vaal opgedroogde slungelige jongen hing tegen haar aan. Geen groot licht, leek me. Ik zou haar dolgraag willen meenemen, haar willen beschermen tegen de zatte doerakken en hun donderbussen.

Slot

Kladjes van gewiste stukjes uit de papierdoos gevist en zo goed en zo kwaad mogelijk herschreven. Een zestal zijn echter voor eeuwig pleite. Dat is het gevaar van direct op de computer schrijven. Ik las dat A.F.Th. van der Heyden geen computer(s) gebruikt. Misschien wel daarom. Maar het is mooi geweest. Duizenden keren handmatig 169 woorden uitgeteld. Het wordt een maniertje, onderdeel van het werk, niet eens onaangenaam. Het had met een woordenteller gekund, ik weet het. Maar sommige stukjes heb ik wel 25 keer veranderd. De teller zou er wis en waarachtig van in de war raken. Schrijven is schrappen, zei Bomans en niet alleen hij. Ik laat vanaf heden de teugels vieren. Toen ik mijn vrouw -wier naam ik omwille van gepaste distantie nimmer heb genoemd- vanmorgen vertelde dat ik ermee stop, viel er even een stilte. ‘Jammer’, zei ze, maar ze begreep het wel. Het zijn de laatste uren van 2018. Een in meerdere opzichten bewogen jaar. Ziekte en dood kleurden onze fragiliteit. We hebben het er vaak over. Rossi is angstig voor het gedreun van carbid en ander knaltuig en ik ben vooral boos dat de buitendieren hierdoor schrik wordt aangejaagd. En niet alleen nú, maar het hele jaar door. De mens zal nooit leren rekening te houden met de andere schepselen. Ze eigent zich alles toe. Gewin is een mensending. Ze buit de aarde tot het uiterste uit. Het moet wel een keer fout gaan. Gelukkig leef ik nog net op tijd. Maar de boorlingen van nu…? Zijn ze te benijden? Ik betwijfel het. Tenzij…, tenzij er een evolutionaire omslag plaats zal vinden. Dan… ja dan

                                                                      Gieterveen, 31 december 2018